'We willen de kerk weer zichtbaar maken in de samenleving'

2010-01-08
  • Jaargang 54
  • nummer 1
In een aantal steden is Stichting Hulp in Praktijk (HiP) actief in het bij elkaar brengen van hulpvraag en hulpaanbod. Daarin spelen de kerken een cruciale rol. HiP wordt pas actief in een bepaalde plaats, als de meerderheid van de daar aanwezige kerken aangeeft met HiP in zee te willen gaan. Op deze manier zijn tot nu toe dertien Nederlands Gereformeerde Kerken betrokken bij HiP.

Als regiomanager Gooi en Eemland onderhoudt Christine Visser (30) de contacten met kerken, overheidsinstanties en vrijwilligersorganisaties. Zij benadrukt de centrale plaats van kerken in het werk van HiP. ‘Onze missie is de kerk te laten stralen. We willen de kerk zichtbaar maken in de samenleving door hen een actieve rol te geven bij het aan elkaar koppelen van de vraag naar en het aanbod van maatschappelijke hulp. Als het om hulp gaat, weten de mensen vaak de kerk niet te vinden. Een welzijnsorganisatie belt de kerk niet. Via voorlichting aan huisartsen, maatschappelijk werkers, het gemeentelijk zorgloket e.d. willen we de kerk op de maatschappelijke kaart zetten’.

Praatje maken
HiP richt zich op kleinschalige hulp voor mensen die daar behoefte aan hebben. Het kan gaan om eenmalige hulp zoals een keer boodschappen voor iemand doen, maar ook om langduriger hulpverlening, zoals maandelijks bij iemand op bezoek gaan om een praatje te maken. HiP honoreert niet elke hulpvraag. Christine: ‘Wij zijn aanvullend ten opzichte van de andere hulpverleningsmogelijkheden. Als iemand zich via ons 0900-nummer met een hulpvraag meldt, zoeken we uit of hij of zij een eigen inkomen heeft waarmee zorg ingekocht kan worden. Wie een eigen netwerk van mensen om zich heen heeft of lid is van een kerk, wordt eerst daarheen verwezen. Vaak is het interne diaconaat in zo'n kerk goed geregeld en voor de diaconie is het belangrijk om te weten dat er een hulpvraag is. Maar als die alternatieven er niet zijn en het om een kleine praktische hulpvraag gaat, dan start HiP de procedure om de gevraagde hulp te bieden’.

Incidenteel of structureel
HiP beschikt over een database met de namen en gegevens van mensen die hulp willen bieden. De hulplijn in een bepaalde plaats wordt alleen opengesteld, als zich via de samenwerkende kerken een voldoende aantal hulpbieders heeft aangemeld. Christine: ‘We streven naar een zo groot mogelijk draagvlak binnen de kerken. Als je de meerderheid van de kerken hebt, dan heb je genoeg hulpbieders voor een plaats om aan het aantal hulpvragen tegemoet te kunnen komen. Anders heb je een veel te smalle basis’. Wie zich als hulpbieder aanmeldt bij HiP, kan aangeven, of hij of zij op sociaal, praktisch of pastoraal terrein wil worden ingezet. ‘Sociaal betekent dat je bijvoorbeeld eens een kopje koffie gaat drinken met iemand die eenzaam is. Bij praktische hulp kan gedacht worden aan vervoer naar het ziekenhuis of het doen van een klus in huis. Als je een goed gesprek kunt voeren, dan kun je pastoraal werk doen. We willen ook weten voor welke doelgroep hulpbieders zich het liefst willen inzetten: jongeren, ouderen of chronisch zieken. En of ze dat op incidentele of op structurele basis willen doen, en hoeveel tijd ze voor de hulp beschikbaar hebben’.

‘Kerkmensen helpen om te helpen’, zo vat Christine Visser de missie van HiP samen. ‘Veel kerkmensen hebben het druk. HiP wil hen ervan bewust maken dat ze op een laagdrempelige manier en met een beperkte tijdsinvestering anderen kunnen helpen’.

Topje van de ijsberg
Het contact met HiP kost de kerken geen geld. HiP is afhankelijk van giften en subsidies, zoals een startsubsidie van de plaatselijke overheid voor de extra (media)kosten, als HiP ergens van start gaat en zich bij de inwoners bekend wil maken. Volgens Christine is HiP nog niet erg bekend. ‘De gemiddelde mens in nood vindt ons nog niet. Maar we zijn hard aan het werk om dat te veranderen. We willen gezien worden als een betrouwbare partner en we willen groeien. HiP was in 2008 actief in twaalf plaatsen, nu in eenentwintig plaatsen. We willen doorgroeien naar zestig plaatsen in 2010, honderdtien in 2011 en in 2020 willen we in alle gemeenten in Nederland zitten. Sinds de start hebben we al 1500 hulpvragen gekregen. Dat is overigens geen goede graadmeter voor de behoefte aan hulp. Het gaat om het aantal hulpuren dat uit een vraag voortvloeit. Eén vraag kan aanleiding zijn tot vele uren structurele hulpverlening. We hebben nog maar het topje van de ijsberg van de nood gezien’.

Lijntje met gemeenteleden
In veel kerken fungeert een diaken als contactpersoon voor de regiomanager van HiP. ‘Voor mij is deze diaken het lijntje met de gemeenteleden. Hij of zij wordt ervan op de hoogte gesteld, als hulpbieders uit de gemeente zich bij ons aanmelden. Stel dat één van die hulpbieders structureel hulp gaat geven aan een hulpvrager, dan kan de diaken af en toe eens informeren hoe het gaat. Hier ligt een verantwoordelijkheid van de eigen gemeente. De hulp wordt uiteindelijk gegeven door de locale kerk. HiP faciliteert dat. Naast de lopende zaken bespreek ik met de contactpersoon ook hoe we meer hulpbieders kunnen vinden’.

Vanuit de NGK participeren de volgende kerken in Stichting Hulp in Praktijk: Amersfoort-Noord, Amersfoort-Zuid, Amsterdam-Centrum, Arnhem (NGK/CGK), Breukelen, Ede, Gorinchem, Maastricht, Nieuwegein (NGK/CGK), Rijsbergen, Utrecht, Utrecht Leidsche Rijn, Veenendaal.

Bewogenheid
Christine Visser is niet alleen HiP-regiomanager, ze biedt zelf ook concreet hulp, omdat haar gemeente is aangesloten bij HiP. ‘Ik heb een vrouw van negentig jaar in een rolstoel begeleid in het ziekenhuis: foto's maken, naar de arts. Zo concreet met een kwetsbare medemens omgaan, doet iets met je hart. Je bewogenheid gaat aan. De hulp die je geeft, is puur naastenliefde. Jezus gaat ook naar al die mensen die het niet goed hebben. Als je zelf binnenkomt bij iemand in Jezus' naam, want zo moet je het eigenlijk zien, uit naastenliefde en uit bewogenheid, dan gebeurt er iets met je. Je hoeft dan verder niets te doen, je laat gewoon je liefde stromen. Punt. Dat gun ik elke christen. Dat gun ik de kerken’.

Klusser Cees de Jonge: Hoe een kraan repareren tot mooie gesprekken leidt

‘Toen HiP in onze kerk werd gepresenteerd en de gemeenteleden opgeroepen werden om daaraan deel te nemen, sprak mij dat direct aan. Sinds ik eind jaren zestig mijn hart aan Christus gewonnen gaf, wil ik graag anderen helpen de liefde van God te leren kennen. Van nature zoek ik het gesprek met anderen, maar ik besef de beperking daarvan. Praktische hulp is ook belangrijk, want dat zijn daden waaruit de liefde van God zichtbaar wordt voor mensen die wellicht van Hem vervreemd zijn. Via HiP kan ik de helpende hand bieden aan mensen die hulp nodig hebben en geen geld hebben om vakmensen te laten komen. Soms komen daar mooie gesprekken uit voort, heb ik ervaren. In onze moderne wereld zijn veel eenzame mensen die zo’n gesprek erg op prijs stellen.

Mijn eerste klus via HiP was het repareren van een kraan en het afsluiten van een overbodige waterleiding. Zo leerde ik een eenzame jonge vrouw kennen, met wie mijn vrouw en ik intussen al een paar mooie gesprekken hebben gehad. Mijn vrouw heeft haar wat geholpen met koken en we hebben met haar kunnen bidden, toen ze het heel moeilijk had. Ik heb haar een bijbel gegeven, maar die bleek te moeilijk voor haar. Toen heeft ze van ons een bijbel voor tieners gekregen. Nu komt ze af en toe bij ons eten. Een tweede klus was het aanleggen van een stoepje bij een oudere man die gehandicapt is en niet meer kan werken. Nu kan hij zijn scootmobiel buiten parkeren en buiten zitten. Ook heb ik samen met iemand anders een jongere vrouw geholpen met een verhuizing: behangen, plafond schilderen, meubilair monteren en plaatsen.

HiP belt mij op bij een vraag om hulp die ik kan bieden. Als ik beschikbaar ben, bel ik de hulpvrager of die belt mij. De reacties op de geboden hulp waren steeds positief. Bij één persoon was eerst wel wat achterdocht aanwezig, maar die verdween tijdens het klussen, toen we tussendoor gezellig een bakje koffie gingen drinken’.

Cees de Jonge is lid van de NGK Amersfoort-Noord en stelt een deel van zijn vrije tijd beschikbaar om via HiP klussen te klaren voor anderen.

Diaken Hendrik Jan van Dooren: ‘HiP vult diaconaal gat’

‘Zo'n tien leden van onze gemeente worden regelmatig via HiP ingeschakeld bij hulpvragen. HiP vult een gat tussen het traditionele werk van de diaconie in de gemeente en de misschien net zo traditionele financiële steun aan mensen en organisaties ‘ver weg’. In Amersfoort-Noord was het ‘middenveld’ van zorg voor niet-gemeenteleden in de eigen straat, wijk of stad niet ingevuld. Het werken met HiP vult deze lacune: door individuele gemeenteleden wordt namens de gemeente hulp geboden. De diakenen blijven op de hoogte van de koppelingen tussen een hulpvrager en een hulpbieder uit onze gemeente. Meestal volgt er na afronding van de hulpvraag een terugkoppeling’.

Hendrik Jan van Dooren is diaken in de NGK Amersfoort-Noord en contactpersoon voor Stichting Hulp in Praktijk.

Present en Hulp in Praktijk geen concurrenten

Naast HiP is ook de stichting Present op de kerkelijke markt actief als bemiddelaar tussen hulpvraag en hulpaanbod. Een belangrijk verschil is dat Present werkt met groepen uit de kerken, terwijl HiP zich richt op individuele kerkleden die hulp willen bieden. Christine Visser: ‘De groepen die via Present werken, zijn in staat om grotere klussen op te knappen, zoals het behangen van een heel huis. De individuele hulpverlening via HiP is veel kleinschaliger. Omdat er bij een koppeling maar twee mensen betrokken zijn, kan er bij HiP sneller gewerkt worden. HiP leent zich ook meer voor kleinere en repeterende klusjes (bezoekjes, boodschappen doen) waar je niet elke keer een groep heen stuurt. Present heeft een langere aanloop- en regeltijd nodig en richt zich meer op grotere eenmalige klussen’. Tiemen Zeldenrust van Present ziet als voordeel van hun groepsaanpak, dat ‘de onderlinge samenhang in een groep, bijvoorbeeld een kring of vereniging, versterkt wordt en dat het een stimulans kan geven aan het gezamenlijke geloofsleven van de groep’. Christine Visser vat samen: ‘Present benadrukt de aanbodkant, bij HiP staat de vraag centraal’. Maar, zegt ze, ‘het is niet meer dan een accentverschil’.

Een ander verschil is dat Present volgens Tiemen Zeldenrust heeft gekozen voor samenwerking met de professionele hulpverlening. ‘Daardoor zijn we er zeker van dat de hulp altijd op de goede plek komt, vrijwilligers niet geclaimd worden en dat er continuïteit is voor de hulpontvanger. Verder zijn we als Present via plaatselijke stichtingen altijd dichtbij en kunnen we de groepen vrijwilligers op locatie begeleiden. De Amersfoortse diaken Van Dooren is over die professionele inbedding erg te spreken: ‘De hulpvraag is gecheckt door Present of een professionele hulpverlener. Tijdens het werk is daar ook iemand van aanwezig. En je weet dat er een vervolg is, als je aan het eind van de klus weggaat’. Hij ziet in de aanpak van HiP ‘iets kwetsbaars’. ‘Een voor HiP grotendeels onbekende hulpbieder gaat naar een nog onbekendere hulpvrager. Dat was bij een aantal hulpbieders uit onze gemeente wel een punt: bij wie stap ik naar binnen en wat als er kwade bedoelingen achter de hulpvraag zitten? Maar ook als er alleen maar goede bedoelingen zijn, kan een hulpvrager niet realistische verwachtingen hebben of kan er achter een ogenschijnlijk simpele hulpvraag een complexe problematiek schuilgaan. Een reden temeer om als diakenen in nauw contact te blijven met de hulpbieders uit de gemeente’. Christine Visser ziet als voordeel van HiP dat de hulpvragen er binnenkomen ‘via een 0900-nummer dat door iedereen gebeld kan worden. Present ontvangt hulpvragen via maatschappelijke organisaties’.

Maar de woordvoerders van beide organisaties benadrukken vooral de overeenkomsten die er zijn. Zeldenrust: ‘HiP en Present zijn geen concurrenten en hebben allebei als drive de navolging van Christus en voelen zich daarom met elkaar verbonden’. Christine Visser vindt dat beide organisaties elkaar door de verschillende aanpak goed aanvullen en roemt de goede relatie tussen beide, zowel landelijk als plaatselijk. ‘Present zit niet in mijn woonplaats, maar ik zou best via hen hulp willen bieden’.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief