Impressie van de Ontmoetingsdag
2000-05-12
Te laat op de Ontmoetingsdag.- Jaargang 44
- nummer 10
Een stremming bij de NS maakt dat ik een uur vertraging heb. Niet dat ik de enige ben die te laat de Veluwehal binnen loopt.
Een echtpaar was al onderweg, maar is eerst weer terug naar huis gegaan.
Was het gas onder de rode bietjes wel uitgezet?
Eenmaal binnen voel ik me overweldigd door de drukte. Op het podium beeldt een mimegroep op muziek van Sandi Patti ‘Via Dolorosa’ uit. Een indrukwekkend verslag in beeld en geluid van het lijden van Jezus. Zes dagen voor Goede Vrijdag komt de boodschap nóg indringender over. Hoe zou je hier nog omheen kunnen? Helaas: buiten is het anders. Een Ingezonden in ‘de Volkskrant’ maakt melding van herdenking van de dood van Jezus die door de christelijke kerk ‘heel macaber Goede Vrijdag genoemd wordt’.
Voor veel mensen is de gedachte dat iemand zou moeten sterven voor onze zonden gewoon een ‘macaber’, griezelig verhaal geworden.
Andere ogen
Buiten is het anders. En toch, zo is de boodschap van ds. Norman Viss, Gods hart ligt ook buiten de christelijke gemeente.
Immers: Christus zélf is over de kloof heen gestapt om de wereld met zichzelf te verzoenen. En dus kunnen we als christenen met andere ogen kijken naar de mensen om ons heen, in de trein, in de supermarkt, op ons werk, tijdens het sporten, in de klas op school.
Het getuigenis van Frank Domburg sluit daar op aan. "Christenen hebben wel eens de neiging om eventjes te vertellen hoe het zit." Het geloof van Frank kon juist groeien door de ruimte die hij van zijn aanstaande schoonouders kreeg. Het was niet: je móet mee naar de kerk, maar: wil je mee naar de kerk?
Drama en muziek
In een kleinere zaal met spiegels rondom zijn tieners aan het werk. De bedoeling is dat de geschiedenis van Zacheüs wordt uitgebeeld. De rollen worden verdeeld: er zijn bedelaars, nieuwsgierige mensen, Farizeeën, discipelen en natuurlijk Jezus en Zacheüs. Hoe ga je om Jezus heen staan?
Je kunt ook met je rug naar Hem toe gaan staan.
Of wil je Hem in de ogen kijken? In een andere zaal wordt intensief geoefend met muziek. Er wordt gedanst, geklapt, gezongen bij het lied "I’m looking for a miracle, I see the Invisible". Wat een verschil in werkvormen vergeleken bij de jeugdverenigingen waar ik in de jaren ’60 lid van was!
…. We waren gewend om stevig te discussiëren, met een vrije bijdrage als slot.
Ik vraag me af: zou ik zo’n vorm als verlegen tiener wel puber aangedurfd hebben? Of zou ik vanzelf mee zijn gaan doen?
De tijden zijn veranderd en het jeugdwerk is ook anders geworden…
Kinderprogramma
Een wandeling naar de Bethelkerk. Daar is het kinderprogramma aan de gang. Helaas: de kerkzaal is leeg. Vanuit een bijzaal klinken kindergeluiden.
Dus maar even op zoek.
Hier tref ik een zaal aan vol actief knippende, plakkende, kleurende en kletsende kinderen aan.
Er worden moppen verteld.
"Weet je hoe een olifant….?’ Ik vraag aan Harry (uit Vlaardingen), Ruth (uit Zwolle), Petra (uit Vollenhove) en Wout (uit Doetinchem) waar ze mee bezig zijn. "Knippen, plakken en kleuren."
Inderdaad, domme vraag natuurlijk. Maar waar ging het verhaal dan over? "Over Jacob en Esau. De moeder hield van Jacob en de vader hield van Esau." Is dat eerlijk?
wil ik weten. "Natuurlijk niet! Een vader en een moeder horen van alle kinderen evenveel te houden!"
Dat is dus duidelijk.
Maar waar ging de geschiedenis dan over?
"Dat Jacob zijn vader heeft bedrogen, die was blind." "Nee, hij was slechtziend," wordt er opgemerkt. "Slechtziend dan. En het ging dus over leugens en bedrog. Er was twee keer bedrog en er waren vier leugens." Hier wil ik meer van weten.
"Wat is het verschil tussen bedrog en leugens?" Dat blijkt een ingewikkelde vraag. Uiteindelijk komt er uit dat bedrog is dat je iemand voor de gek houdt en een leugen is iets zeggen wat niet waar is. Na afloop van het kleuren, knippen en plakken gaan alle kinderen naar de kerkzaal van de Bethelkerk. Daar wordt gezongen, uiteraard met begeleidende gebaren.
Een groepje kinderen wil ‘juf’ Paulien Mollema wel helpen bij de gebaren.
Geloof….."Je kan het niet kopen met je geld, en niet ruilen met je goed, je kunt het niet winnen met een lot en niet verdienen met wat je doet."
Rock Solid
Rock Solid is het tienerprogramma van Youth for Christ (zie ook ‘Opbouw’ 43/13). Else en Mariëlle geven vanmorgen leiding aan een groep tieners uit o.a. Ede, Schiedam, de Zaanstreek en Zwolle. De deelnemers kennen elkaar niet en lijken gereserveerd.
"Heb je het naar je zin?" vraag ik aan een tiener.
"Gaat wel" is het antwoord.
Hoe krijg je zo’n groep tieners nu los?
Het begint met een balspel.
Duidelijk is dat de sfeer er al een beetje in komt. Daarna moeten we allemaal onze rechterschoen uit doen en in het midden gooien. Dit blijkt een manier te zijn om groepen te verdelen.
Nadat iedereen zijn (naar ik hoop) eigen schoen weer heeft aangetrokken moeten er opdrachten worden uitgevoerd, zoals het zingen van het eerste couplet van het Wilhelmus worden gezongen en het trekken van een gek gezicht.
De stoelen staan nu willekeurig door de ruimte verspreid.
Geen bespreking met tafel met stoelen netjes in het gelid. Toch begint nu het eigenlijke thema van vanmorgen: "Wat ben ik waard?" We kunnen berekenen dat ons lichaam bestaat uit 8 emmers water, 7 stukken zeep, 1 spijker, fosfor voor 2000 lucifers, koolstof voor 900 potloden enzovoorts.
De beide groepen mogen berekenen wat we in guldens waard zijn. De uitkomsten verschillen nogal, maar het goede antwoord blijkt ƒ 38,07 te zijn. Gelukkig: we zijn veel meer waard. Onze waarde valt niet in geld uit te drukken, we zijn niet ‘iets’, we zijn unieke mensen. Ons uiterlijk, onze rijkdom, onze school bepaalt niet wat we waard zijn. Else laat een beeldje zien dat haar grootvader heeft gemaakt. Het is in geld niet veel waard, maar ze hecht er veel waarde aan, want haar grootvader heeft het gemaakt. Zo zijn wij van veel waarde, omdat God ons heeft gemaakt. Psalm 139 sluit daar prachtig op aan.
Ontmoeting
In de pauze is het tijd voor veel ontmoetingen.
Soms herkennen mensen elkaar niet direct, maar gelukkig hebben bijna alle bezoekers een naambordje op. Persoonlijke omstandigheden worden uitgewisseld, maar ook het beroepingswerk blijkt in verschillende gesprekken een plaats te krijgen.
Ondertussen kunnen ook stands worden bezocht, van zowel commerciële als ideële instellingen, van stichtingen binnen en buiten het eigen kerkverband.
Ondertussen kan ik even een paar bezoekers om hun mening vragen.
Een vijftig-plusser: "Het was even wennen. Die liederen, daar had wel wat meer bekends bij mogen zitten. Even vroeg ik me af: wat doe ik hier? Maar ja, je bent zo gewend dat je iets wilt léren. En nu ik over de ochtend nadenk denk ik: het was goed zo!
Dit is toch de boodschap?
De verpakking van al die kennis is er af gehaald en je houdt iets heel moois over. Dat kun je ook weer aan anderen doorgeven…."
Een jonge bezoeker: "Dat verhaal van die Frank. Dat vergeet je toch niet meer! Er moet bij ons zoveel. Maar dan zie je opeens weer dat christenzijn betekent dat je open moet staan voor anderen.
We zijn als persoon waardevol en dat mogen we ook aan anderen doorgeven."
Voor een ouder echtpaar is de Ontmoetingsdag al heel bekend. Dit jaar valt het thema hen wat tegen. "Ik had meer inhoud verwacht.
Die korte stukjes.
Je zit net te luisteren en dan stopt het weer. Maar het is goed om zoveel bekenden te ontmoeten."
Een veertiger: "Misschien was het niet zo Gereformeerd. Mag ik dat zo zeggen? Ik ben een gevoelsmens. Maar juist daardoor voel ik me hier vandaag zo thuis. Wat Norman Viss vertelde was de kern van het Evangelie.
De echte inhoud, zonder verpakking. Daar draait het toch allemaal om?"
Nog een bezoeker: "Ik ga vaak naar de Ontmoetingsdag. En iedere keer weer vond ik de inhoud van die dagen goed. En toch voelde ik me er altijd ook weer alleen. Je gaat in je eentje op in de massa. Dit jaar had ik dat gevoel voor de eerste keer niet. Ik ben geráákt. Ik voel me met al die mensen verbonden."
Een tiener: "Ik was nog nooit eerder geweest.
Mijn ouders hadden er iets tegen. Dus gingen ze niet. Jammer eigenlijk, want er valt hier een boel te beleven."
Workshops
Ondertussen zijn de workshops begonnen. Op alle zalen hangt een bordje ‘vol’. Zou ik er toch nog in mogen? Samen met fotograaf Dave van de Streek waag ik de stap.
Bij Jeannette Westerkamp wordt heel aandachtig geluisterd. De sfeer is ontspannen, er wordt ook veel gelachen. Jeannette vertelt over het luisteren naar God in het pastoraat.
We zijn in het pastoraat vaak doeners, maar wat gebeurt er als we nu eens beginnen met het luisteren naar God? Dan zijn de wonderen de wereld niet uit. Daarop geeft Jeannette 5 minuten stilte om aandachtig de woorden van een gedeelte van Marcus 2 door te laten dringen.
Van het verhaal van ds. G. de Lange over ‘gavengericht werken in de gemeente’ maak ik alleen het slot mee. De predikant gaat in op vragen vanuit de zaal en er ontstaat ook een stukje onderlinge uitwisseling van gedachten. "Is een gave het resultaat van ervaringen, dat je lekker in je vel zit?" "Wat is het verschil tussen de plichten van een christen en het gewoon doen wat op je weg komt?" Je mag, aldus ds. de Lange, mensen opmerkzaam maken op hun gaven. Wat zie ik bij mijn broeder of zuster?
Direct na de wisseling van de groepen start ds. Rietkerk met een uitwisseling van gedachten: Hoe kijkt een buitenstaander tegen de kerk aan? Het beeld blijkt heel wisselend te zijn. De één vindt het allemaal maar saai, er mag niets; de ander vindt de kerk juist een actieve gemeenschap waar van alles gebeurt. Ds. Rietkerk legt de verschillen vast op een schoolbord en gaat daarna in op de uitkomsten van een onderzoek onder Utrechtse studenten.
De kerk is een minderheid geworden in de samenleving. Hoe kunnen we toch in gesprek komen over datgene wat ons beweegt? Het eerste is: ga niet direct in de tegenaanval (als mensen bijv. kritisch zijn), het tweede is: luisteren wat er aan de hand is, net als Paulus in Athene….
De grote zaal
De grote zaal stroomt al weer vol. Op het podium zingt een groep van de Nederlands Gereformeerde kerk van Heerenveen o.l.v. Jan Luth. Ook is er samenzang van bekende en minder bekende liederen, soms vierstemmig en zelfs in het Zuid-Afrikaans.
Vandaag is er ook een enquête ingevuld; Maria Vrijmoeth vertelt iets over de uitkomsten…. Hebt u niet-christenen gesproken; waar dan? Waarover gingen die gesprekken?
Weten uw buren dat u christen bent? De buren weten het wel, maar van een gesprek over het geloof met buitenkerkelijken blijkt het niet zo vaak te komen. Wel opvallend is de inzet van de bezoekers van de Ontmoetingsdag bij kerkelijke activiteiten; daar zit zeer veel vrije tijd in. Wie weet horen we nog eens meer over de uitkomsten van deze enquête.
Er komt een dansgroep het podium op. De decibels zijn overweldigend.
Soldaten van de Heer dansen op muziek van het lied ‘Talk to the Lord’.
Zeger van Voornveld: "Dat was wel wat anders dan handen samen, ogen dicht. Maar bidden is soms ook heel hard knokken."
Daarna wordt er gezamenlijk gebeden, wel met de handen samen en de ogen dicht, voor de jongeren, voor de kinderen, voor de kerken en de zending.
De liederen zijn internationaal en geven de verbondenheid met andere christenen weer. Er wordt nog een keer gezongen: nu een lied uit Iran, begeleid door Wijbrand Luth op de santur, een muziek-instrument uit dat land.
Dan loopt de Ontmoetingsdag ten einde. De voorbereidingsgroep heeft bijzonder veel werk verzet, maar dat werk is gezegend. De bezoekers zijn bemoedigd en kunnen met nieuwe ideeën naar huis gaan. In de trein worden de gesprekken nog even voortgezet.
Morgen is het zondag en ontmoeten we elkaar in het midden van onze eigen gemeente.