Snippers uit Afrika

2000-05-26
  • Jaargang 44
  • nummer 11
Eerlijk moet ik de lezers van Opbouw opbiechten dat het mij lange tijd genomen heeft eer ik genoeg vrijmoedigheid bij elkaar kon schrapen iets over ‘democratie in Afrika’ op papier te zetten.
Steeds weer kwam die vraag te voorschijn: waarom lijkt het zo zelden te lukken met democratie?
Waarom kom er uit de democratische mouw toch telkens weer een despotisch monster te voorschijn? Afrika is toch zeker niet slechter of dommer dan Europa! Met heel wat literatuur kwam ik ook al niet veel verder totdat ik een paar jaar geleden het boek ‘The Oppression and Liberation of Modern Africa’ (Potchefstroom,1995) van de hier niet onbekende Christenwetenschapper Stuart Fowler in handen kreeg. Ik ga lang niet op alles in en noem slechts een enkel punt. Fowler vraagt aandacht voor het feit dat een doelmatige democratische politieke structuur niet alléén kan functioneren. Het heeft naast zich nodig een netwerk van sociale structuren als handelsorganisaties, beroepsverenigingen, opvoedkundige instellingen, belangengroepen, media, ook politieke partijen die elk erop toezien dat de ethische codes en waarden onder elks verantwoordelijkheid in stand worden gehouden en nageleefd. Wie denkt hier niet aan de soevereiniteit in eigen kring? Al deze instellingen ondersteunen de macht van de staat, maken er ruimte voor en begeleiden terzelfder tijd de staatsmacht met critiek waar nodig en vormen zo een tegenwicht voor politieke macht. Samen vormen zij het grondvlak waarop het staatsapparaat kan functioneren.
Samen bouwen zij het besef wat Francis A. Schaeffer gedurig in zijn boeken noemde: LEX REX( de wet is koning); een gemeenschappelijke gedragscode gedragen door gemeenschappelijke waarden van wat kan en niet kan, wat mag en niet mag. Dit is het nu juist wat dikwijls in Afrika ontbreekt.
Het besef: we moeten allemaal rioolbelasting betalen. Of dat je voor het oprichten van een huis in Pietermaritzburg plannen ter goedkeuring moet indienen.
Laten we dit op grote schaal na, dan maken we de staat machteloos. Zo wordt de staat uiteindelijk wel gedwongen om ondemocratisch op te treden en ongrondwettelijke maatregelen te nemen.
De president wordt despoot.
De gedragscode van de totale bevolking zal uiteindelijk bepalen welke staatsvorm hun land zal hebben.
Met dit alles is helemaal niets gezegd ten nadele van waarden van Afrika.
Alleen maar dat het democratische model van het Westen afkomstig uiteindelijk, naar Afrika overgebracht er de nodige begeleidende sociale structuren miste. Tot vandaag toe kent het Afrikaanse familieleven hoge vlakken van moreel besef waarop het Christendom kon inspelen maar die door Westerse invloeden stelselmatig worden afgetakeld. Het Westen liet na zijn ingevoerde politieke structuren met inheemse Afrikaanse waarden te integreren. Legde gewoon op wat het staatsrechtelijk in huis had soms met dwang ook, en ging er maar van uit dat de sociale structuren die een democratie nodig heeft, wel van de grond zouden komen en vanzelf hun eigen ethiek zouden vinden.
De naam van God hoefde er van Angelsaksische kant -deïstisch vaak- niet eens bij genoemd te worden. Het democratiseringsproces voltrok zich in een ethisch vacuüm . Maar Afrikaanse familie-ethiek wordt zomaar geen Christelijke of humanistische beroepsethiek.
Je vraagt je af of met name Amerika hier toch wel schuld draagt. Al in Yalta en Potsdam hamerde President Roosevelt tijdens het spitsberaad met Churchill en Stalin telkens weer op hetzelfde aambeeld: kolonialisme had zijn tijd gehad en moest vervangen worden met inheemse democratieën.
J.H. van Wyk schreef een paar jaar geleden in Die Kerkblad gedocumenteerd over het Amerikaanse gevoel een wereldwijde messiaanse bestemming te hebben.
‘God het die Amerikaanse volk gekies om die wedergeboorte van die wêreld te lei en die wêreld te beskaaf. Amerika se demokrasie is onvoltooid solank die hele wêreld nog nie demokraties is nie’. Nu is het wel waar dat de Amerikaanse Constitutie als document van democratie een product is van Christelijk denken.
Schaeffer geeft aanstonds toe dat niet alle vaders van de Amerikaanse Grondwet Christenen waren maar herinnert ons eraan dat wel allen helemaal binnen de Christelijke consensus dachten en leefden (How Should We Then Live?,110). Maar dat betekent nog niet dat zo`n uitnemend product van Christelijk nadenken, gerijpt tot een democratische staatsvorm nu meteen geschikt is voor verplichte wereldwijde export. Er zijn andere varianten denkbaar voor Christelijk leven dan een democratie alleen.
Misschien is het beter te leven onder een redelijk welwillend despoot dan onder een mislukte democratie.
Beide zijn wel een riskant avontuur!

J. Vonkeman Richmond, Zuid-Afrika

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief