Kruimels van de tafel
2000-05-26
Paulus werd gedreven door de behoefte aan anderen mee te delen wat hijzelf aan genadegaven ontvangen had (zie bijvoorbeeld Rom. 1:11).- Jaargang 44
- nummer 11
Paulus zit daar niet als een vrek bovenop.
Sommige christenen doen dat wel. Ze houden alles wat ze als genadegaven van God ontvangen hebben, alleen maar voor zichzelf. Ze schermen het helemaal af, zodat anderen er niets van meekrijgen.
Maar dat gaat vierkant tegen Gods bedoeling in. We krijgen die gaven om er ook anderen mee van dienst te zijn.
En - gaat Paulus verderhet verrassende is dit: als je met anderen deelt wat je van God ontvangen hebt, word je daardoor zelf gebouwd en bemoedigd.
Dat is een wetmatigheid in het koninkrijk der hemelen. Ik herinner me dat mijn vader zei: in de perioden waarin ik ouderling ben en meer dan anders met anderen over het geloof praat, wordt mijn eigen geloofsleven gestimuleerd. Door wat je zelf aan genadegaven ontvangen hebt mee te delen aan anderen, verrijk je jezelf. Buiten Gods koninkrijk rekent men anders. Daar geldt: wie weggeeft en uitdeelt, wordt zelf armer. Als ik tien knikkers heb en ik geef er vijf weg, ben ik volgens de aloude rekenmethode van Bartjens vijf knikkers armer geworden.
Maar wie van zijn geestelijke gaven meedeelt aan anderen, wordt daardoor niet armer maar juist rijker.
Gods genadegaven voor jezelf houden is steriel.
Daar wordt niemand wijzer van, jij zelf ook niet. Maar ze delen met anderen, levert vrucht op, zowel voor die anderen als voor jezelf.
M.R. van den Berg, Assen