Over rood licht en een rode draad
2000-06-09
Op een vroege zaterdagochtend je auto finaal naar de knoppen rijden. Ik ken iemand die daar kans toe zag. Het was zes uur in de morgen. Op een (bijna) uitgestorven kruispunt reed hij gewoon door, met z’n ogen nog wat dicht. Het is met hemzelf goed afgelopen.- Jaargang 44
- nummer 12
Maar zo onzinnig is een rood licht op de vrije vroege morgen dus blijkbaar niet helemaal. Een reactie op de artikelen van ds. A. van der Dussen.
Met aandacht heb ik de artikelen over mondigheid gelezen. Het laatste vond ik een sympathiek artikel.
Het lag voor mijn gevoel ook niet helemaal in de lijn van de eerste twee.
Bijna nam ds. Van der Dussen met de ene hand weer terug, wat hij met de andere gegeven had.
Alsof hij wat van zichzelf geschrokken was. Ik heb diezelfde voorzichtigheid eens een keer gezien bij ds. H. de Jong. Een jaar of vijftien geleden, op één van de TSB-zaterdagen, floot ds. De Jong ons als studenten, maar vooral zichzelf als begeleider, terug met de vraag, of wij niet zo af en toe teveel aan het begrijpen zijn. Hij noemde daarbij Deut.23:1, waarin we een gebod van de Here tegenkomen dat met geen woord gemotiveerd wordt en dat voor ons op het eerste gehoor iets onbarmhartigs heeft.
De Here kan het recht van argumentatie blijkbaar aan zich houden, waarschuwde ds. De Jong.
Weet dat zwijgen u past
Iets van deze houding proefde ik ook in het derde artikel van ds. Van der Dussen, al blijft bij hem onze ‘eigen innerlijke overtuiging’ toch wel erg beslissend in de relatie met de Here. Job heeft de hand op de mond gelegd.
Maar hij deed dat niet slaafs, vult Van der Dussen aan. Toch, en daar gaat het natuurlijk om, komt de innerlijke overtuiging van Job op geen enkele rationele argumentatie te rusten, maar enkel en alleen op de majestueuze ontmoeting met de Here.
Het ‘begrijpen’ c.q. ‘niétbegrijpen’ speelt een cruciale rol in het slot van Job. Ik heb in een preek bij Job 37 eens gezegd, dat we zouden moeten zingen: "Leer mij volgen zonder ántwoorden".
Want zo eindigt het boek.
Nu kun je van Job eventueel zeggen, dat hij ‘uit eigen vrije wil’, ‘vanuit nieuw verworven inzicht’ tot zwijgen komt. En dat hij zich mondig zijn plaats láát aanwijzen. Bij iemand als Zacharias kun je dat bepaald niet volhouden.
Gabriël snoerde hem eenvoudig de mond!
Zacharias had geen keus.
Weet dat zwijgen u past, Psalm 4:5 (Ida Gerhardt).
Ook Petrus, een uitblinker in mondigheid, werd door zijn Meester soms hardhandig terug gezet. Het bekendst is het resolute woord van Jezus in Mat.16: "Ga weg, achter Mij, satan." Geen mens zal durven beweren, dat Petrus zich hier zijn plaats láát wijzen. Hij moet afdruipen! Bij allerlei gelegenheden wordt Petrus er nadrukkelijk op gewezen, dat hij zich eens een beetje moet inhouden.
Zo laat de geschiedenis van de voetwassing heel duidelijk zien, dat Jezus absoluut niet zit te wachten op een Petrus, die ‘uit eigen vrije wil’ zich laat wassen. Jezus zegt integendeel: "Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar ge zult het later verstaan."
(Ik vind dit overigens een heel sterke steun voor de kinderdoop.) De argumentatie ontbreekt volledig. Petrus moet hier zijn ‘innerlijke aanvaarding’ puur laten rusten op het machtswoord van de Meester. Jezus wacht niet totdat Petrus er na een innerlijk proces aan toe is.
Gehoorzaamheid leidt tot...?
Het tweede artikel vond ik minder sympathiek. De vergelijking met Eichmann had iets grievends. Het is toch wel een beetje grof om broeders en zusters die althans de intentie hebben zich eerbiedig te buigen onder Woord van God, te verwijten dat voor hen Befehl ist Befehl.
Beledigend ook voor de Here zelf, want Hij beveelt nogal eens. Ben ik Eichmann, wie is Hij dan!
Moet nu werkelijk Eichmann opgevoerd worden als de ultieme waarschuwing voor de tegenstanders van de vrouw in het ambt? Moeten wij met deze crimineel straks ons hoofd buigen en toegeven, dat gehoorzaamheid vooral tot gemakzucht leidt?
De gehoorzaamheid van Jezus leidde tot de dóód!
Hij heeft gedaan, wat Hij móest doen. Van Godswege. Het evangelie staat daar vol van.
Van volwassen mensen mag je verwachten, schrijft Van der Dussen, dat ze nadenken voor ze bevelen uitvoeren, zeker als het gruwelijke bevelen betreft. Maar als de Here zelf nu eens iets gruwelijks gebiedt? ‘Neem je zoon, je enige, en offer hem.’ Nico ter Linden zegt glashard, dat de schrijver van Gen.22 masochistische gelovigen heeft gekweekt, vrome lieden die gingen denken dat je in de godsdienst je verstand en je gevoel moet uitschakelen, godgeleerden die een hemelse Vader ontwierpen die zijn eigen Zoon aan het kruis liet nagelen… Blijkt hier niet hoe levensgevaarlijk het is, om gehoorzaamheid te koppelen aan mondigheid?
God gehoorzamen vereist geregeld, dat wij wel degelijk ons gevoel of ons verstand uitschakelen. De Kananese vrouw smeekt Jezus of Hij haar bezeten kind wil bevrijden. Maar Hij antwoordde haar met geen woord. De discipelen worden razend. Maar Jezus antwoordde, schijnbaar onverstoorbaar, dat Hij slechts tot de verloren schapen van Israël gezonden was. En even later zegt Hij zelfs, dat Hij het brood van de kinderen niet voor de honden mag werpen. Heel duidelijk blijkt hier, dat Jezus in strikte gehoorzaamheid de opdracht van zijn Vader navolgt. En dat Hij de vrouw pas gaat helpen, als blijkt dat zij helemaal niet de bedoeling heeft om Hem daar van af te brengen. Dan pas.
Intussen zal Hij van binnen gekookt hebben!
Moeten we nu zeggen: "Tjonge, wat een hardvochtige kadavermentaliteit; wat een blinde gehoorzaamheid"? Het komt toch niet in ons op, om Jezus te verwijten dat Hij zich à la Eichmann verschuilt achter zijn Superieur? Evenmin is deze geschiedenis een schoolvoorbeeld van mondigheid.
Jezus’ motto was: ‘Ik kan niets doen, of Ik moet het mijn Vader zien doen.’
Kleinerend
Het tweede artikel vond ik verder minder sympathiek vanwege de toon.
Af en toe proef je iets laatdunkends. Zo schrijft Van der Dussen: ‘Tegenstanders van de vrouw in het ambt roepen om het hardst (en daaruit blijkt hun onmacht natuurlijk, FHB) dat de vrouw niet minder is, maar anders. Wat ze daarmee ook precies bedoelen.’ Zo schrijf je toch niet over elkaar?
Ik herinner me dat ds. G.J. Lakerveld op de laatste Landelijke Vergadering zich ook stoorde aan de toon van een aantal sprekers.
Hij attendeerde de vergadering erop dat het pijnlijk was om behandeld te worden als iemand, ‘die nog niet zover was; die nog niet tot dit inzicht gekomen was’. Ik weet van ouderen in onze kerken, dat hun in de zestiger jaren precies hetzelfde te verstaan werd gegeven.
Het is kleinerend.
Nog veel ernstiger vond ik de manier waarop Van der Dussen de argumenten van Paulus terzijde schuift. Blijkbaar vindt hij die zo angstig zwak, dat hij ze alleen nog maar met een soevereine spot aan de vrouwelijke theologiestudenten durft voor te houden: ‘Moet ik hun dáárop wijzen?’
Ongelukkig voorbeeld
Over het eerste artikel wil ik graag ook nog wat zeggen.
Ook daarin vond ik het voorbeeld minder gelukkig. Van der Dussen maakt de vooronderstelling, dat de apostolische geboden omtrent de vrouw in het ambt op één lijn gesteld kunnen worden met een eenzaam en onzinnig rood stoplicht op een vroege zondagmorgen.
Dat is nogal wat.
Natuurlijk kun je zeggen, dat ik met het voorbeeld niet op de loop moet gaan. En dat het meer ging om onze mondigheid dan om de onzinnigheid van het stoplicht. Maar het hele verhaal was niet opgegaan, als het ging over hetzelfde stoplicht in de spits. Als de auto’s links en rechts langs je heen razen, dan doe je niets met je eigen mondige keus. Dan blijf je mooi wachten. Datgene wat volgens mij een rode draad is in de Schrift, te elimineren als een onzinnig rood licht – dat ging mij dus even te snel. De betreffende apostolische woorden staan nooit stompzinnig te knipperen, nooit zomaar ergens verdwaald.
Ze worden telkens gemotiveerd vanuit Gods goede schepping en daarom vinden ze op allerlei plaatsen in de bijbel steun. Ik wil toch ook even ingaan op het voorbeeld zelf. Ik ken iemand die kans zag op een vroege zaterdagochtend zijn auto finaal naar de knoppen te rijden. Het was zes uur in de morgen en op een (bijna) uitgestorven kruispunt reed hij gewoon door, met z’n ogen nog wat dicht. Het is met hemzelf goed afgelopen.
Maar zo onzinnig is een rood licht op de vrije vroege morgen dus blijkbaar niet helemaal. Ik zou daar nog maar niet teveel een gewoonte van maken, om op zondagochtend achter je opa aan door rood te fietsen. Het zal je gebeuren, dat je met je kinderen voor de zoveelste keer het stoplicht negeert, en dat je achterste twee kinderen die ene keer nét niet meer die ene toevallige auto kunnen ontwijken met die dominee, die ’s morgens zou voorgaan in je gemeente. Voor je het weet, ben je totaal vervreemd van een gebod, dat op zichzelf genomen wat onzinnig lijkt. Die totale vervreemding van Gods gebod, en de vanzelfsprékendheid waarmee dat gebeurt – dat beangstigt mij.
In de schepping gelegd
Is het gebod trouwens wel zo onzinnig? Willem Barnard (‘Bezig met Genesis’) zegt van de meest conservatieve kardinalen, dat zij er in elk geval een notie van hebben, dat er mannelijk en vrouwelijk bestaat en dat het geslacht het wezen raakt. Je kunt toch niet ontkennen, dat de Here al in de hof Adam als mán behandelde en Eva als vróuw? Als ambtsdrager schrijft Barnard: "Met de geméénte mee ben ik een vrouw voor God. Maar met Gód mee ben ik een man." Waarom zou dit in onze tijd niet meer waar zijn? Paulus heeft altijd als vast argument Gods goede schepping. Hij trekt lijnen, hij ziet verbanden.
Nog eens Barnard: "Wij delen alles in en uit elkaar. Paulus niet. En, moet ik zeggen, de dichter kan dat verstaan!
Dáárom, denk ik, ben ik zo bevooroordeeld propaulijns.
Ik kan zijn denken niet meteen volgen, ik mis de onbevangenheid ervoor, maar ik vrees een denken dat hier meteen misprijzend afstand van neemt en het voor achterhaald houdt." Je kunt deze priester-dichter niet bepaald een verstokte wettische fundamentalist noemen, die er een ‘massief bijbelgeloof’ op na houdt. Intussen vraagt hij ons wel, of het bij de vrouw in het ambt niet zou kunnen gaan om aantasting van Gods geschapen werkelijkheid.
Jammer dan, als dat je ratio te boven gaat.
Niemand kan onze gemeenten ervan overtuigen, dat Gods geschapen orde tegenwoordig net zo zinloos staat te schutteren als een rood licht bij het krieken van de dageraad.
Ds. J. Mudde heeft in het boek ‘Vrouwen op een zijspoor’ geschreven over de scheppingsordeningen.
Volgens hem wordt dit element zwaar overtrokken door tegenstanders van de vrouw in het ambt.
Neem je ze dit af, dan valt hun verdediging weg.
Maar vooral wat Mudde schrijft over Paulus, kan mij niet erg overtuigen.
Paulus zou niet zo schepselmatig denken, omdat hij dag en nacht werkte en omdat hij niet getrouwd was (beide tegen Gods geschapen orde in). Mag ik dit een gezochte redenering vinden?
Ds. Mudde is dan ook zo eerlijk om zichzelf de kritische vraag te stellen: "Is het hoofd-zijn van de man niet dieper in de schepping gelegd dan we soms willen weten?" Hier heb je iemand die ten minste nog om zich heen kijkt bij dat rode licht op zondagmorgen.
Ik zou zeggen: zolang we geen zekerheid hebben over de relevantie van Gods geboden, maar zeker zolang velen onder ons overtuigd zijn van die relevantie, moeten we er gewoon halt bij houden.
Abraham geloofde God
En nu zeg ik het ook verkeerd.
Alsof onze geloofsgehoorzaamheid dan inderdaad toch moet afhangen van onze instemming, die het gevolg is van een innerlijk proces. Want daar gaan we de mist in.
Mag ik opnieuw een illustratie geven? In Rom.6 schrijft Paulus, dat wij dood zijn voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus. Waarop berust mijn innerlijke overtuiging, waardoor ik dit geloof? Op mijn ervaring?
Op enige redelijke onderbouwing? Toch kunnen wij allemaal doordrongen zijn van onze radicaal nieuwe positie ten opzichte van de zondemacht.
Gewoon, omdat de Here de ogen van ons hart hiervoor geopend heeft. Het zou zelfs gevaarlijk zijn om aan iemand te vragen, of hij dit van binnen al zo ervaren heeft. Want een blik naar binnen laat mij denken, dat ik nog springlevend ben voor de zonde.
Alleen als ik gefocust ben op Christus, kan ik beamen dat ik geen slaaf meer ben van de zonde.
Ons avondmaalsformulier noemt dit: ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken.
Op grond waarvan durven wij déze woorden van de apostel wél aan onze vrouwelijke en mannelijke theologiestudenten voor te houden, en een ander woord van de apostel niet? Of laten we een gebód van de apostel nemen. Het gebod om geen aanstoot te geven aan de gemeente van God en om niet ons eigen belang te zoeken (1 Kor.10). Wie geeft ons het recht, om zo’n gebod nog door te geven in een mondige en assertieve wereld? Wat moeten we zeggen tegen catechisanten, die merken dat onze ervaringen niet altijd stroken met het Woord van God? Moeten we ze leren, om maar goed naar hun eigen gevoel en verstand te leren luisteren?
We hebben onlangs in Opbouw gezien, hoe ds.
H. de Jong ons over de rand laat wiebelen, door ons op grond van humane en volkenrechtelijke argumenten een oordeel te laten vellen over bijbelgedeelten als Jozua 5 en 6.
Van der Dussen schrijft in zijn derde artikel: ‘Neem je voor om God niet in de weg te lopen met jouw religieuze en morele ideeën.’ Vanwege dergelijke uitspraken was ik aangenaam verrast door dit slotartikel. Ik noem aan de catechisanten altijd het voorbeeld van Abraham. Geloofde Abraham Gods belofte, omdat hij God zo goed begrépen had? Trok hij naar het land, pas nadat God hem daarvoor goede argumenten gegeven had? Verwekte hij uiteindelijk toch nog zijn zoon bij Sara, omdat hem dat ineens toch wel aannemelijk leek? Nee, Abraham luisterde naar de stem van God. Hij liet zich meenemen door het spreken van God, dat meer dan eens dwars tegen alle realiteit in druiste. Volgens mij ging Abraham juist op zijn al te móndige momenten de mist in!
Actueel
Dat de vrouw in het ambt van ouderling een zaak is, die je in de vrijheid van de plaatselijke kerken kunt geven, is natuurlijk een farce. Alsof onze ouderlingen nooit buiten de eigen gemeente komen. En alsof wij onze predikanten alleen voor onze eigen gemeente hebben.
‘Of is het woord Gods bij u begonnen? Of heeft het alleen u bereikt?’ Toeval of niet, Paulus stelt deze vragen juist in verband met de positie van de zusters in de gemeente. Hij is best actueel.