Het kan heus wel anders!

2000-06-09
  • Jaargang 44
  • nummer 12
De laatste jaren lees ik het vrijgemaakte weekblad ’De Reformatie’ weer. En met zoveel genoegen! Ik herken er de broeders van de overkant weer in als mede-Christenen uit hetzelfde nest als wijzelf die met dezelfde vragen zitten zonder er steeds pasklare antwoorden op te hebben. Neem nu het artikel van Ds. B. Luiten uit het nummer van 4 maart j.l.! Het opschrift erboven kan al niet duidelijker: ‘Wat doen wij met de tweede kerkdienst?’ .Er zijn er meer met hetzelfde probleem maar niet allen hebben de moed dat zo blootweg te formuleren.
Ds Luiten geeft dan enkele duidelijke richtingaanwijzers dat in zo`n tweede dienst het Woord zo dicht mogelijk bij de mensen komt. Hij laat wat hier volgt zelfs cursief drukken: ‘laat daarin de ruimte zijn dat mensen zelf hun vragen stellen . . . net als in Corinthe’. Hij vertelt dan hoe hij in het buitenland het meemaakte hoe in de middagdienst een Bijbels thema werd aangesneden door de voorganger waarna kerkgangers via een stuk of vier of vijf microfoons hun vragen stelden en hun inzetten leverden, alles wel in verband met het in de preek aangesneden thema.
Ik zou Ds Luiten wel willen vragen: hebt u misschien een ‘umthandazo’ bijgewoond ergens in de zendingskerken van de Nederlands Gereformeerde Kerken onder de Zoeloes in Zuid Afrika?
Wij brengen daar namelijk al meer dan 30 jaar in praktijk wat u in de Reformatie van maart 2000 bepleit. Ik voel me helemaal thuis in uw verhaal, de microfoons daargelaten.
Het begon zo: al gauw in de zestiger jaren voelden wij dat alleen zo’n morgendienst toch wel wat kaal was. Maar logistiek kon er onmogelijk -ook vandaag nieteen tweede dienst af.
Was er dan geen mogelijkheid voor bijeenkomsten dichter naar de mensen toe? Onze helpers vroegen: kennen Gereformeerde mensen dan geen ’imithandazo’?
Dat bleken van Methodistische afkomst een soort wijkbijeenkomsten te zijn bij de mensen thuis waar ook buren worden genodigd. De voorganger houdt een preekje en daarnaast wordt het een ‘free for all’. Wie bidden wil bidde, wie iets te zeggen heeft spreke; wie zingen wil zinge. Nee, dat keurden wij af. De gemeente wordt zo niet gebouwd.
Je begint wel met het Woord heel dicht bij de mensen maar je eindigt zonder het Woord in een religieus moeras. Maar als wij die ‘imithandazo’ nu eens naar Gereformeerde snit hermodelleren? Na de preek mag ieder aan het woord komen met zijn reactie op het gehoorde Woord. Kan ik dat Woord bevestigen of persoonlijk toepassen? Dat Woord blijft het vertrekpunt en het thuiskomstpunt. Wie daartussendoor een gebed wil doen, mag het doen maar we sluiten altijd af met een samenvatting die alles weer samenbrengt onder de noemer van het startpunt van het Evangelie. Ideaal is -ik heb het jarenlang mogen doen bij vele gelegenheden en in talloze hutten- dat een dominee of zendeling thuis bij de familie de preek houdt als begin waarna een ouderling of evangelist aan het eind na alle inbreng de opsomming geeft. De broeders kunnen natuurlijk de rollen omdraaien.
Het kostte wel moeite om het algemeen aanvaarde ‘umthandazo’-patroon om te vormen, en dikwijls waren er uitglijders of uitglijdsters.
Veel tact is ook nodig om duidelijk bij het Evangelie te blijven en niemand tekort te doen of zeer te maken. En er zullen ook vandaag nog wel ongewenste situaties zich voordoen. Maar wel is hier nu bekend dat Gereformeerde Christenen hun eigen versie van ‘imithandazo’ hebben. Goed beschouwd zijn er twee soorten van deze bijeenkomsten: kerkleden nodigen de wijk of de gemeente hen thuis te bezoeken met ziekte, na een sterfgeval of zomaar uit dankbaarheid of bij de mensen thuis is er zomaar een bijeenkomst waar de hele buurtschap (Christen of heiden) wordt uitgenodigd, met de hoop nietgelovigen naar de gemeente toe te trekken.
Bijna altijd wordt de bijeenkomst met gezamenlijk theedrinken -of soms zelfs een maaltijd- besloten.
Het is zonder meer duidelijk dat zulke bijeenkomsten tenminste twee uur duren, dikwijls langer nog. Mijn ervaring is dat onze ‘imithandazo’, als goede remplaçanten voor de tweede kerkdienst, zeker niet minder voor gemeentebouw betekenen dan de eerste.
Zouden oude gevestigde kerken dan toch nog iets kunnen leren van jonge zendingskerken?

J.Vonkeman, Richmond, Zuid-Afrika

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief