De pastor die hij was

2000-06-09
  • Jaargang 44
  • nummer 12
De laatste dag van mei was het zo ver: "nu laat Gij, Heer, uw dienstknecht gaan...".
Hij was al achttien jaren met emeritaat, maar nog steeds werkzaam gebleven.
Wat heeft hij nog veel gepreekt. En toen dat niet meer kon, bleef hij de man met wie je praten kon, die meeleefde, van wie je hield.
In zijn laatste jaren heb ik hem nader Ieren kennen en, denkend aan deze broeder, oudere collega en vriend, rijzen drie beelden voor me op.
Over het fietspad in het bos komt een kleine man aangereden. Petje op, wat in de kraag gedoken.
Passeert me rakelings maar ziet niets. In gedachten verzonken kennelijk en zijn eigen weg volgend zonder aanzien des persoons...
Graag deed hij dat: in zijn eentje gaan fietsen.
Gaan... denken? Een denker was hij. Ook thuis, achter de tafel. Met de Bijbel voor zich, en boeken die hij raadpleegde, kende, gebruikte. Niet eigenwijs. Wel op eigen wijze de dingen verwerkend, werkzaam met het Woord. En dat niet om het voor zichzelf te houden.
Dat is het tweede beeld: een kleine man bestijgt de kansel, steekt er nauwelijks boven uit, niet zo'n sterke stem. Wat moet dat worden? Maar het Woord neemt hem mee en hij draagt het uit, dringt er op aan. 't Woord van Gód! Daar kun je niet omheen. "De liefde van Christus dringt ons". Dat is niet vrijblijvend. Met al wat hij gekregen heeft, is hij in actie om het naar de hoorders toe te brengen.
Met zijn eigen zeggingskracht.
Een denker die dichter wordt. Die liederen weet te kiezen, ze voordragend, en meezingend.
Je hoort er veel mensen over spreken, met dankbaarheid. Over vroeger of nog onlangs: die preken. Een zegen dat hij er nog zo lang mee door kon gaan. En dan het derde beeld, het laatste dat me bij zal blijven. De man die naast je zit, naar je luistert met belangstelling.
Die zomaar aan jou, toch veel jongere, vraagt: hoe denk je over...? En je durft het te zeggen ook.
Tegen hem wel. Een man bij wie je je veilig voelt.
Echt náást je. Daarover hoor je ook mensen die hem als pastor hebben gehad. Die belangstelling...
In alle eenvoud bij je zijn. Niet zo'n prater, toch dichtbij.
In zijn boekje over de brief van Jakobus schreef hij bij de passage over zalving van zieken: "De oudste doet dus tweeërlei: zijn hárt uitstorten voor God en zijn hánd uitsteken naar de zieke. Wij doen doorgaans te weinig met onze hand, terwijl we toch meevoelen met ons hart. Leg eens even de hand op het hoofd van de zieke! Troostend en zegenend, in de naam des Heren". Spreekt hier niet de pastor die hij was?
Een mooi boekje. Niet groot maar er staat véél in. Evenals in dat andere kleine boekje, over de brief van Petrus. Ik hoorde van mensen buiten onze kring, die het hadden gebruikt bij hun Bijbelstudie en - niet op de hoogte van zijn situatie - hem wilden uitnodigen om er meer van te vertellen. Dat kan niet meer. Zijn taak is beëindigd.
Moeilijk was dat: niet meer kunnen preken, niet meer fietsen, niet eens meer naast je kunnen zitten. Ziek zijn, minder worden. Niet meer beter kunnen worden. Hij is erin gesterkt. Op een vraag hoe het ging antwoordde hij eens: "ik wou zeggen 'het kan niet beter' maar dat betekent wat anders". Met een lach. Zijn humor bleef. En zijn belangstelling.
Moeiten en verdriet heeft hij genoeg gekend. Dat etaleerde hij niet. Hij wist aan wie hij zich toe kon vertrouwen. Ook in het laatste. En zijn Heer liet hem, zijn dienstknecht, gaan in vrede. Moge Hij haar, die hem zo trouw terzijde heeft gestaan tot het laatst toe, ook vrede schenken, troosten en sterken. En zijn kinderen.
Op de weg verder. Die niet gemakkelijk is. Wel mogelijk. Door Hem, wiens W oord ons zo op het hart gebonden is door Zijn knecht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief