Meewerken ten goede (2)

2000-07-07
  • Jaargang 44
  • nummer 14
Hoe goed kan het zijn om tijdens gesprekken en discussies in pastoraat of kerkenraad eens door te steken naar diepere lagen van het geloofsleven en elkaar daar te zoeken en te vinden.
Dat schreef ik twee weken geleden met het oog op een item als ‘ongehuwd samenwonen’. Bij zo’n doorsteek zou het bijvoorbeeld kunnen gaan over de vraag, wat het betekent voor de ander (en voor jezelf!) om te mogen leven in Gods aanwezigheid - en dat even los van de kwestie, die in geding is. Zodat je, vooral in gesprekken en discussies met een verhoogde kans op oververhitting, wederzijds onbegrip en patstellingen, voor ogen houdt dat je elkaar niet buiten God om ontmoet.

Ik voegde er als tweede aan toe, dat juist het pastoraat rond huwelijk en samenwonen me er bij bepaald heeft, dat je bij mensen niet via de achterdeur van het ethische, maar door de voordeur van het geloof moet binnengaan - ook al staat die achterdeur bij kwesties als samenwonen soms uitnodigend wijd open!
Alleen deze beide overwegingen al maken duidelijk, dat meer dan een decennium van discussie en gesprek over ongehuwd samenwonen waardevolle en praktisch bruikbare inzichten heeft opgeleverd. Daar hoop ik ook in dit tweede artikel mee te komen, alleen wel vanuit een heel ander perspectief.
Want ditmaal bezie ik het relationele doen en laten in het licht van twee geduchte machten in onze samenleving, die van het economische en het technische.

Kopen
Een bordje met ‘Te koop’ of ‘Verkocht’, terwijl even verderop een aannemer bezig is met de uitbouw van een huis. Dat is wat je ziet in de nieuwbouwwijken van Amersfoort en vast niet alleen in Amersfoort. Het is zo gewoon geworden, dat je bijna zou vergeten dat zo’n rijk bezit van een eigen huis in schuld is ontvangen en doorgaans alleen haalbaar, dankzij het genadig fiat van de geldverstrekker. Vergelijk dat nu eens met de huiver, die de vorige generatie in de zestiger jaren van een hypotheek afhield. De gedachte alleen al, dat je je voor 25.000 gulden (nu misschien 200.000) in de schuld zou steken om een huis te kopen! Die vrees voor een (hoge) hypotheek is nauwelijks een halve eeuw later nagenoeg verdwenen.
Dit is nog maar één facet, want ook breder geldt dat we als 21e eeuwse Nederlander niet lang over een aanschaf hoeven te piekeren - van eten, drinken en kleding, huis en tuin tot en met reizen en recreatie. Wachten hoeft niet meer en dat maakt, dat de tijd tussen wens en vervulling op een heel belangrijk onderdeel van ons leven kort is geworden. Even voorbijziend aan de - vaak stillearmoede om de hoek, die er ook is.

Relationeel
De gedachte aan enige terughoudendheid of zelfs onthouding krijgt, in een samenleving waar mensen zoveel te besteden hebben, bijna iets wereldvreemds. Dat lijkt toch nergens nodig voor, zeker niet als je aan alle verplichtingen tot en met de tienden hebt voldaan.
Waarom zou je ....?
Een boeiende vraag is vervolgens wel, of deze stijl van leven ook doorwerkt in het relationele! Hoe lang of kort zal daar de tijdsspanne zijn tussen wens en vervulling? Ik heb het vermoeden, dat het ook daar kort van duur is, zodat jongens en meisjes (mannen en vrouwen) al in een vroeg stadium van hun verkering kiezen voor (of belanden in) een situatie, die nauwelijks verschilt van de gehuwde staat. Misschien wel met hetzelfde laconieke gebaar van ‘wachten, waarom zou je’?
Wachten lijkt ook nergens goed voor. Economisch niet, want vaak zal het zelfs voordelig zijn om bij elkaar in te trekken. Maar ook biologisch staat er niets meer in de weg, want een modern tweepersoonshuishouden hoeft, dankzij de voorbehoedsmiddelen, niet te rekenen met gezinsuitbreiding.
De weg lijkt in alle opzichten vrij en dat was vroeger wel anders!

Oogsten
Het betekent wel, dat voor veel van onze tijdgenoten de kennismakingsronde voorafgaande aan het eigenlijke samenleven sterk bekort is - in het ergste geval niet meer dan een enkele avond.
Maar ook als de aanloop naar (parttime) samenwonen in weken of maanden te tellen is, correspondeert dat met het patroon van de snel vervulde behoefte. En als we het over tijdgenoten hebben, kunnen we natuurlijk niet om de vraag heen, hoe het onder ons en in eigen leven toegaat!
Daarbij kom je voor de diepere vraag te staan of er in het relationele misschien aspecten zitten, die niet gedijen in een klimaat van gemakkelijk verdienen en snel besteden.
Ik denk inderdaad, dat het relationele zulke kanten heeft en erg verrassend is deze gedachte natuurlijk niet. Want op het relationele vlak - in dit geval de vriendschappelijke liefde - valt niet veel te verdienen en te kopen. Zo begint het niet - liefde is niet te koopmaar ook daarna werkt het anders. In het relationele kun je veel beter uit de voeten met termen als groei en rijping. Ik denk aan het sociale - de familie en vrienden, die je over en weer moet leren kennen. En de psychische kant, waarbij mannen en vrouwen sowieso hun eigenheid hebben. Maar ook als het over geloof en geloofsbeleving gaat, vraagt dat om een proces, waarin je je meer en meer inleeft in en geeft aan de ander. Zodat je elkaar leert kennen in denken, voelen en geloven en de verwoording ervan, voorafgaande aan de stap om met elkaar tafel én bed te delen. Dat alles vraagt om een periode van wachten, tot de tijd rijp is en de relatie geoogst kan worden.
Getuigt het niet van een heel onrijpe pluk, als je eerder met je vriendin/vrouw (en geloofsgenote) vrijt, dan hardop met haar bidtom maar eens iets te noemen?

Samenhangen
Toch wil ik nog weer even terug naar zoveel van ons alledaagse, dat wél in het teken staat van het gemakkelijke verdienen en snelle kopen. Als je je in dat klimaat (m.i.
terecht) kritisch afvraagt, waarom de ‘echte’ verkering tegenwoordig vaak zo kort duurt en het wachten verleerd lijkt, dan loop je de kans, dat die vraag als een boemerang bij je terugkomt.
Waarschijnlijk niet op het punt van samenwonen, maar wel omdat we in onze wereld van zappen en tanken ‘kopen wat we kopen willen’, ‘bouwen wat we bouwen willen’, ‘gaan waar we gaan willen’ en ‘kijken wat we kijken willen’. Als het dus in het relationele (te) snel beklonken is, dan is dat toch niet meer dan één van de symptomen van een stijl van leven, die ons allen te pakken heeft. Een levensstijl, waarbij de tijdsafstand tussen wens en vervulling kort is. Als je dus de jongeren ziet, vakken vullend en achter de kassa bij Albert Heijn (waarbij de besteding van het verdiende loon in veel gevallen niet lang op zich laat wachten), dan zit daar iets in van ‘zo vader, zo zoon’ en ‘zo moeder, zo dochter’.
In zo’n leefsfeer zal het ook niet meevallen om aan jongeren duidelijk te maken, dat er in het relationele doorgaans aanzienlijk meer wachten en uitzien zit. Omdat het relationele iets weg heeft van zaad dat in de akker valt. Waarna gewacht moet worden op de vrucht en dat is toch even anders dan vakken vullen en kassa!

Wachten
De gedachte dat wachten ergens goed voor zou kunnen zijn, is ons überhaupt vreemd geworden, zo komt me voor. Bij wachten denk je in juli 2000 aan de vakantiefiles, die maar niet willen oplossen of de lange rij voor de kassa van de Aldi of de Ster die er niet genoeg van krijgt. En dat is een lege vorm van wachten, tijd die gedood moet worden. Dat andere vruchtbare wachten, als een tijd van rijpen, is een schaars goed gewordenmisschien wel omdat we zo in de greep van het economische zijn gekomen.
Een reden misschien, om er als stadsmens op gezette tijden eens op uit te gaan - liefst lopend of fietsend - en opnieuw vertrouwd te raken met het wachten op de oogst van wat gezaaid is. En dat met het oog op onze liefdes en vriendschappen! Bijbels gezien valt op, dat er zo vaak gewacht moet worden - als het gaat om de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid in de voorbereiding op een levenstaak of de opbouw van menselijke relaties.
Denk aan de jaren van wachten van Abraham, Jakob, Mozes, David, Paulus en vele anderen, waarvan ik geloof (en soms zie) dat het vruchtbaar was voor Gods Koninkrijk. Om over het grote wachten van mens en wereld nog maar te zwijgen.

De computer
Dan het andere. Want naast de economische component is de technische van grote invloed in ons bestaan. Bij dat technische spits ik het toe op het computergebeuren, geïnspireerd door de ouderlingenconferentie van vorig jaar. Daar kwam ds. Smouter met de stelling: ‘De belangrijkste verandering in onze kerken van de afgelopen tien jaar is de opkomst van de computer’. Hij voegde er aan toe dat een tweede veelzeggende verandering zich vijf jaar geleden aandiende, toen de computerfabrikanten de handboeken vol gebruiksaanwijzingen hebben afgeschaft.
Daarmee waren alle volwassenen op slag veroordeeld tot de aanpak van hun kinderen, die altijd al - zonder handleiding, maar deksels vlugde weg wisten te vinden op zo’n ingewikkeld apparaat met al dat engels op de knoppen en het beeldscherm. Hoe ze dat doen? Gewoon door te proberen en te leren van de gemaakte fouten.
Je herkent die aanpak van ‘trial and error’ vervolgens ook in de manier, waarop jongeren ‘leren geloven’, zo vervolgde ds. Smouter.
Op een vraag of zijn catechisanten een korte uiteenzetting over het avondmaal begrepen hadden, zei één van hen: ‘ik vind het avondmaal moeilijk te vatten, want ik heb het natuurlijk nog nooit meegemaakt’. Hij had eerst moeten ervaren dat het werkte en dan had hij geweten of het waar was.
Ook daar, tot in de binnenste ring van ons geloven, herken je iets van dat ‘leren door ervaren’.

Gewoon proberen
Stap je over naar het terrein van het relationele, dan vind je ook daar dezelfde verlegenheid.
Hoe kun je de ander echt leren kennen en zekerheid krijgen over je mogelijke levenspartner, anders dan door dat samenleven aan de lijve te ervaren.
Dus zul je zo’n relatie moeten uitproberen en die benadering lijkt veel op dat ‘trial and error’, waarmee de onbekende wereld van de computer wordt verkend. Niet dat ik geloof, dat er ook maar één is, die het zo zal typeren - alvorens met zijn of haar geliefde tafel en bed te delen - maar het is wel de lucht die we inademen.
Wil je beginnen aan zo’n levenslange relatie? Als je daar überhaupt nog in gelooft, neem dan geen risico’s, maar ga eerst een tijd parttime of fulltime samenwonen. Goed mogelijk dat er dan nog eens een moment komt, waarop je de definitieve stap zult zetten.
Deze benadering, die steeds gangbaarder is geworden, sluit heel goed aan bij allerlei onzekerheden, die leven in de opgroeiende generatie.
Onzekerheid in het relationele, die wordt aangewakkerd door het hoge percentage huwelijken, dat in onze samenleving op de klippen loopt. Het moet toch ook onzeker maken, als er van je klasgenoten meer dan de helft leeft in gebroken gezinnen! Religieus/ethische onzekerheid, die in de hand wordt gewerkt door gebrek aan vaste kaders in een samenleving, die door en door pluriform is geworden.
Dat schreeuwt om zekerheid vooraf bij een grote beslissing als die van de keuze voor een levenspartner.
Als je dan leeft in het klimaat van ‘leren door ervaren’ en gewend bent om het onbekende tegemoet te gaan langs de weg van ‘trial and error’ en iedereen doet het zo - dan lijkt er toch ook werkelijk niets meer tegen, om eerst maar eens een tijdje te gaan samenwonen!

Proef en werkelijkheid
Als je ziet hoe patronen in de omgang met het technische doorwerken in de breedte van ons leven (b.v. op dat punt van ‘leren door ervaren’), dan besef je eens te meer hoe ontwikkelingen van heel verschillende aard op elkaar kunnen inwerken.
Aan de andere kant krijg je ook oog voor de grote en blijvende verschillen tussen het één en ander.
Dat merk je, als je in het relationele te werk zou gaan volgens de methode van ‘trial and error’, die het immers zo goed doet in de omgang met de computer-apparatuur.
Maar in het relationele, zo zie ik om me heen, is het resultaat een stuk minder. Dat komt omdat er in ons leven dingen zijn, die je ten diepste niet uit kunt proberen.
Dat geldt natuurlijk voor het onherhaalbare, zoals geboren worden en sterven.
Maar iedereen voelt ook wel, dat je het krijgen van een kind evenmin ‘kunt uitproberen’.
Daarvoor is zo’n kind te uniek en áls je al die proef zou nemen - om zo door ervaring te leren wat het is om een kind te krijgendan zou je op dat moment merken, dat de proef niets anders is dan de werkelijkheid zelf.
Precies datzelfde zou ik ook willen zeggen als het gaat om het samenleven van man en vrouw. Ook dat is te uniek en te eenmalig (bedoeld) en om die reden niet goed uit te proberen. Want wie de proef neemt, stapt op dát moment de diepe werkelijkheid van het samenleven van man en vrouw binnen (Spreuken 30:13).
Met wel als belangrijk en schadelijk neveneffect, dat die stap (veel) eerder en doorgaans minder overwogen gezet wordt, geholpen door het - misschien wel heel diep weggestopte - gevoel dat het nog maar een proef betreft en niet de werkelijkheid zelf. Maar dat laatste lijkt me dus een illusie.

Negatieve zekerheid
Daar komt dit bij, dat zo’n officieuze aanloop er één zal zijn zonder kinderen, jong en vrij, met de nodige hobby’s, zonder grote verantwoordelijkheden, niet geplaagd door ziekte en met de dood op redelijk veilige afstand. Wie dan op een gegeven moment besluit om de stap van officieus naar officieel te wagen staat een minstens zo boeiend, maar ook heel wat ruiger traject te wachten, met meer hoogtes en dieptes door de jaren heen - kinderen, werk, meer verantwoordelijkheden, tijdsdruk, ziekte, ouder worden, enzovoort. Dan komt toch de vraag op, wat er werkelijk te leren is uit de vaak korte ervaring van het officieuze (vaak parttime) samenwonen, als je denkt aan dat levenslange traject met zijn goede en kwade dagen? Daar lijkt me niet veel positieve zekerheid aan te ontlenen, want daarvoor is de periode te kort en geen goede afspiegeling van wat nog komt. Houd je dan niet over, dat de methode van ‘trial and error’ je niet veel meer kan geven dan alleen de negatieve zekerheid, namelijk als de relatie fout loopt. En zit dat niet een beetje ingebakken in een benadering, die luistert naar de naam trial and ERROR! Wie het toch langs die weg probeert, loopt een (groot) risico dat hij of zij later de herinneringen aan eerdere ‘unieke’ relaties zal moeten meedragen in de hopelijk definitieve. Zou dat er misschien op kunnen wijzen, dat de nodige zekerheid over de relatie op een andere wijze moet worden nagestreefd, dan langs de weg van ‘trial and error’ of ‘leren door ervaren’? Zo kijk ik er inderdaad tegenaan.
Maar ik voeg er graag aan toe, dat de christelijke ‘leert door ervaren’ of werkt volgens de aanpak van ‘trial and error’, dan zal dat elders te merken zijn. Die samenhangen te zien lijkt me winst. Het prikkelt tot zelfkritiek en matigt tegelijk de kritiek op een opgroeiende generatie, die is geboren in een cultuur met veel geld en weinig ‘God’. Met als winst, dat er in onze onderlinge gesprekken iets kan groeien van een gezamenlijke verootmoediging.
Of na afloop van zo’n gesprek een persoonlijke, zoals met psalm 139 - zie of in mij een weg is, die leidt aan U voorbij.
Vervolgens vond ik het boeiend om te ontdekken, dat je vanuit die samenhangen ook scherper zicht krijgt op het eigene van het relationele.
Tegen de achtergrond van de snelle economie zie je, dat het in het relationele toch echt anders toegaat. Tenminste in kerk in die niet-samenwonende aanloop wel eens voor wat meer begeleiding had mogen zorgen.
Zodat niet met een paar verboden en regels de indruk wordt gewekt, dat jongeren nog onveranderd het pad der vaderen kunnen aflopen. Ik zal daar over twee weken nog wel op terugkomen.

Winst
Als het gaat om de winst uit gesprekken over huwelijk en samenwonen, dan ben ik ook in dit tweede artikel wel het één en ander op het spoor gekomen. Als eerste het inzicht, dat ons doen en laten in het relationele niet op zichzelf staat.
Wanneer er in grote delen van ons leven weinig wachten en veel ongeduld zit, dan moet je niet raar opkijken, als ook het relationele daarvan doortrokken is - en andersom. Of als je op het ene gebied relaties, die wat om het lijf hebben! Daar valt niet veel te verdienen of te kopen, maar daar ben je gebaat bij ruimte en tijd om te kunnen groeien.
Anders krijgt een mens in het relationele minder dan God wil geven, met alle oppervlakkigheid en kleurloosheid van dien.
Winst vond ik ook om te zien, dat je van sommige methodieken van elders op het terrein van het relationele geen hoge verwachtingen moet hebben.
Zoals die van ‘trial and error’, alleen al omdat het leven op sommige punten gewoon te uniek is voor een stage. Het is daar ‘to be or not to be’ ofwel de proef is niet anders dan de werkelijkheid zelf. En ook omdat er in een levenslange relatie bochten zitten, die je met geen mogelijkheid kunt voorzien.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief