Tolken

2000-07-07
  • Jaargang 44
  • nummer 14
Hebt U wel eens gesprekken moeten voeren door middel van een tolk?
Wist U dat het een riskant avontuur is? Mag ik mij middenin de Nederlandse vakantietijd voor ditmaal met zo’n luchtig onderwerp presenteren?
Uiteraard heb ik ervaring met tolken gehad. Wie heeft het in Afrika niet?
Ik heb toen ik pas in Zuid- Afrika was aangekomen, anderhalf jaar elke zondag een dienst geleid voor Ndebele’s in het beste Afrikaans dat ik kon produceren met naast mij mijn dierbare broeder Johannes - lang al overleden- die behalve natuurlijk zijn eigen taal ook Afrikaans vloeiend meester was, heel wat beter dan ik. Johannes mijn tolk dus trouw aan mijn zijde.
Toch heb ik mij altijd wat ongemakkelijk gevoeld.
Vanuit eigen machteloosheid geef je het woord over aan iemand die er zijn eigen verhaal van maakt. Jij bent het kwijt en het is zijn eigen leven gaan leiden in des tolken mond. Was mijn verhaal wat uitleggerig, het zijne werd steeds korter. Werd ik wat vuriger en toepassend, hij begon te draven en steeds langer van stof te worden, onbereikbaar ver van mij af. De enige rem die hem tot bedaren kon brengen was om steeds nadrukkelijker langzamer, zachter en korter te gaan spreken.
Op zoek naar een zendingsterrein, kwamen we in de Ciskei terecht bij een ‘vrouwenbondsdag’ van de Free Church of Scotland. Hier waren de talen Engels en Xhosa.
Ook hier moest ik met een tolk aan het woord.
Nu vragen tolken nooit naar een verduidelijking maar verduidelijken liever zelf wanneer zij menen dat iets niet helemaal helder is. In mijn beste Engels dat ik uit de kast had kunnen halen, kwam ik over Satan te spreken. Eén van de zendelingen vertelde mij later dat mijn tolkzeker onzeker over mijn uitspraak- enkele malen aan Satan de verduidelijking ‘koning van Israël’ had meegegeven. De Schotse zendelingen, toen al meerdere jaren daar, gaven mij naar aanleiding van dit misverstand het dringend advies mee zo gauw mogelijk zelf de taal te leren en de tolk zo snel mogelijk naar huis te sturen. Na een jaar of wat - ik vergeet het nooit meer - zit je zo aan het patroon van getolkt te worden vast dat je het niet meer alleen in die vreemde taal aandurft, zo zeiden zij. ‘Wij spreken uit jarenlange ervaring van machteloosheid’. Dat advies werd na het ongeval met de koning van Israël al gauw mijn eigen besluit: zodra ik op ons eigen terrein begin, doe ik elke dienst zonder tolk.
Beter je een buil vallen op de goede weg - dat is er één- dan vallen op de slechte tolkenweg - dat zijn er twee. Dikwijls heb ik het later kunnen constateren: tolken kunnen het gezegde verscherpen, verzachten, iets weglaten of toevoegen, fatsoeneren, overdrijven naar behagen.
Nog maar net in Natal op eigen nog wankele zendingsbenen kwam het eerste contact: een verzoek van de later gruwelijk vermoorde vader Amos Dlamini, toen een voorganger van een Ethiopische kerk en vele jaren later bij ons - om bij hem thuis mijn eerste dienst te houden. Het was Kerst 1959.Grammaticaal wist ik toen al het één en ander van Zoeloe maar spreken? Zonder tolk? Er wàs ook geen tolk!
Niemand trouwens onder het eerste gehoor -ook vader Amos niet - kende één woord Engels. Al gauw had onze broeder door - en ikzelf niet minder - dat het Zoeloepreken mij heel wat moeilijker lag dan het onder elkaar met vragen en verduidelijken Zoeloe-spreken.
Het ging vriendelijk gezegd niet zo best met die eerste dienst! Ik had wel iets op papier maar het was te donker in de hut. Maar voortvarend als vader Amos was, ging hij naast mij staan. En na iedere zin die ik stamelend kon opbrengen, zei hij: umfundisi uthi oftewel: de dominee zegt . . .
en vertelde hij wat hij dacht dat ik bedoelde te zeggen. Ook dat was eens en nooit meer. Van toen af werd elk preekje tevoren op schrift gezet en uit het hoofd geleerd.
Maar mijn jammerlijk begin werd toch wel nuttig voor de Gereformeerde Zending in Natal. Een tolkencultuur hebben we er zoals elders wel, nauwelijks ooit gekend. Men moest meteen maar het diepe Zoeloe inspringen.
En dat omdat ergens in de Ciskei een tolk in de war raakte met een koning van Israël.

J.Vonkeman, Richmond,Zuid-Afrika

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief