Het kleine huis voor grote mensen
2000-07-07
‘Het kleine huis op de prairie’ is weer op de televisie.- Jaargang 44
- nummer 14
Veel christenen vinden deze serie het toppunt van verantwoord vermaak, en niet alleen voor kinderen!
Maar de serie valt in het niet bij de originele boeken, die voor groot en klein zeer de moeite van het lezen waard zijn.
De charmante Charles met zijn donkere krullen heeft weinig gemeen met de broodmagere Pa met zijn bruine baard die je in de boeken leert kennen. Ma was iemand die eerder een mooi karakter had dan een mooi gezicht, Mary was een begaafd meisje dat door haar blindheid nauwelijks toekomstmogelijkheden had, en Laura zelf bleef haar hele leven een echte boerin.
De televisieserie voorziet in een behoefte aan nostalgie; de boeken roepen veeleer respect en bewondering op. Het gezin Ingalls doorstaat confrontaties met wolven en Indianen, en weet een armoedig bestaan met geloof, creativiteit en moed om te vormen tot een gelukkig gezinsleven.
In onze gemakkelijke tijd is hun geschiedenis een inspiratiebron om kritisch te staan tegenover luxe en tegenslagen te intgreren in een positieve levenshouding.
Autobiografie
De schrijfster, Laura Ingalls, werd geboren in 1867. Toen ze nog klein was trokken haar ouders per huifkar van Wisconsin via Kansas, Minnesota en Iowa naar Zuid Dakota.
Toen ze oud geworden was wilde ze de gezinsbelevenissen uit haar jeugd in boekvorm aan andere kinderen doorgeven. Het resulteerde in een autobiografie in tien delen, waarin ze haar leven beschreef tot aan haar huwelijksjaren, die door verdriet en tegenslag getekend werden. Laura’s dochter Rose was toen al een bekende journaliste en auteur, die haar moeders manuscripten redigeerde.
De eer van het succes komt haar zeker voor een deel toe, evenals de illustrator Garth Williams, die alle locaties bezocht. Tussen de regels door proef je als lezer hoezeer Laura van haar vader hield en zijn verlangen naar het westen deelde.
Toch komt ook de rol van haar moeder goed uit de verf. Zij probeerde in onbewoonde en onbeschaafde gebieden haar ideaal van een beschaafd leven waar te maken, door te zorgen dat haar dochters naar school gingen, keurige manieren leerden en altijd zonnehoed en corset droegen.
Als echte liefhebber waardeer ik de Kleine Huisboeken omdat ze de lezer meenemen in het dagelijkse leven van de pionier, meer dan enige analyse of historische beschrijving.
De armoede wordt als het ware overstegen door geloof, creativiteit, levensvreugde, solidariteit en liefde voor de natuur.
Crisis
In het boek De lange winter (deel 6) wordt de moeilijkste periode in het gezinsleven beschreven.
Het stadje De Smet lag zeven maanden lang ingesneeuwd.
De stad was net in het voorjaar gesticht, de mensen hadden slechts een magere eerste oogst en de treinen met kolen en voorraden bleven steken in de sneeuwstormen.
Laura’s familie overleefde die winter op een zak tarwe, een zak aardappels en een voorraad thee. Ze maalden de tarwe in de koffiemolen, en ze draaiden prairiehooi in elkaar tot een soort stokken om als brandstof te gebruiken.
Beide activiteiten moesten ze de hele dag volhouden om in de noden van het gezin te voorzien, en de gezinsleden moesten elkaar afwisselen vanwege de kou en de eentonige beweging.
Bij het lezen van dit boek komt het belang van creativiteit en moed sterk naar voren. Bij helder weer haalde Pa een paar kilometer verder hooi voor brandstof, met het risico dat hij door een sneeuwstorm overvallen werd. Zijn vioolspel was altijd een belangrijke manier om de moed er in te houden; hij leerde zijn dochters dansen en liet ze marcheren bij soldatenliedjes, zodat ze warm en vrolijk naar bed gingen.
Maar door de kou en het hooi draaien raakten zijn handen zo opgezet dat hij die winter niet meer kon spelen. Maar Ma was er ook nog: met stille moed doorstond ze de spanning als Pa bij het invallen van een sneeuwstorm nog niet terug was, en zo lang er lampolie was gaf ze de meisjes iedere dag huiswerk op. Op moeilijke momenten bedacht ze een wedstrijd in het opzeggen van bijbelteksten, of haalde ze zorgvuldig bewaarde tijdschriften met vervolgverhalen tevoorschijn. Van onrijp bevroren pompoenen bakte ze een ‘appeltaart’ en ze bewaarde het laatste restje bevroren boter twee maanden voor de Kerstmaaltijd. Dat is nu echt een voorbeeld van ‘Genieten van genoeg’!
Acceptatie
De overige boeken van de serie maken duidelijk dat de creativiteit en het doorzettingsvermogen van jongs af aan ontwikkeld waren. De rol van kinderen in het gezin was heel anders dan nu. Aan de ene kant werden ze streng opgevoed en mochten ze wel gezien, maar niet gehoord worden.
Aan de andere kant droegen ze al jong bij aan het gezinsinkomen. Laura stond al op haar vijftiende voor de klas ($40 voor twee maanden) en naaide op zaterdag ($1 voor een werkdag van 12 uur). Al deze verdiensten werden zorgvuldig gespaard voor het gezinsideaal: Mary zou een opleiding van zeven jaar volgen aan het blindeninstituut in Iowa.
Deze oudste, meest begaafde dochter die onderwijzeres had moeten worden, had na een ziekte met hoge koorts en een beroerte haar gezichtsvermogen verloren.
Daarna leidde ze een leven van geduld en oprecht gelovige acceptatie.
"We zijn allen zondig en geneigd tot het kwade,"
zei Mary in de woorden van de Bijbel. "Maar dat hindert niet."
"Wat!" riep Laura.
"Ik bedoel, dat ik niet geloof dat we zoveel over onszelf moeten nadenken, of we slecht of goed zijn,"
legde Mary uit.
"Maar, lieve help! Hoe kan iemand goed zijn zonder erover na te denken?"
vroeg Laura.
"Ik weet het niet, misschien is het wel niet mogelijk," gaf Mary toe.
"Ik weet niet goed hoe ik moet zeggen wat ik bedoel. Maar ... het is niet zozeer denken, als ... als gewoon weten. Gewoon overtuigd zijn van de goedheid van God."
Laura bleef staan en Mary ook, omdat ze niet verder durfde zonder Laura’s arm, die haar leidde, in de hare. Daar stond Mary, middenin die groene, bloemige zee van gras, die golfde in de wind, onder de grote blauwe hemel en de witte zeilende wolken, en ze kon niet zien. Iedereen weet dat God goed is. Maar het was Laura toen of Mary er op een hele bijzondere manier van overtuigd moest zijn.
Geloof
Christelijke lezers zijn natuurlijk nieuwsgierig naar Laura’s eigen geloof.
Ook hierin zijn de boeken veel terughoudender dan de televisieserie; Laura beschrijft opwekkingsbijeenkomsten als benauwend en te emotioneel en vertelde later dat ze er niet van hield als mensen in het openbaar hun gebeden uitspraken.
Ze beleefde haar geloof vooral in de gezangen die Pa op zijn viool begeleidde.
Zoals ook uit het voorafgaande citaat blijkt, was haar geloof verweven met haar natuurbeleving. In dit meisjesgezin hielp zij Pa af en toe op het land, en ze genoot van al het werk dat buiten plaats vond. Op hoge leeftijd stond ze ‘s morgens nog vroeg genoeg op om de zonsopgang te kunnen zien! In de eerste winter op de nog onbewoonde prairie hield een reizende predikant een kerkdienst aan huis die bij Laura het volgende gevoel opriep:
Laura had het gevoel of ze warm, droog, stoffig gras was, dat verdorde in de droogte: en de vrede van de kamer daalde als een koele en zachte regen op haar neer. Het was inderdaad een verkwikking.
Alles was eenvoudig, nu ze zich fris en sterk voelde; en ze zou met vreugde hard willen werken en afstand doen van alles wat ze voor zichzelf begeerde, om Mary naar school te kunnen laten gaan.
Aan het einde van haar leven verwoordde ze haar levensopvatting als volgt:
Ik begin te leren dat de mooie, kleine dingen van het leven uiteindelijk de wezenlijke zijn ... Ik geloof dat we gelukkiger zouden zijn, als we een persoonlijke omkeer in onze individuele levens zouden doormaken en zouden terugkeren naar eenvoudiger leven en concreter denken. Het zijn de eenvoudige dingen van het leven die het leven de moeite waard maken, de mooie fundamentele dingen zoals liefde en plicht, werk en rust en dicht bij de natuur leven.
Deze overtuiging was doorleefd: in de eerste vier jaar van haar huwelijk verloren Laura en haar man een kindje, raakte haar man deels verlamd, brandde hun huis af en moesten ze door aanhoudende droogte hun boerderij verkopen. Pas jaren later en na ettelijke omzwervingen kwam hun leven tot rust in Mansfield, Missouri, waar hun huis nu als museum te bezichtigen is.
Onafhankelijkheid
In zekere zin zijn de gedachten en gevoelens in de boeken erg Amerikaans, bijvoorbeeld de volgende passage:
Laura bleef stokstijf staan.
Opeens kwam er een volkomen nieuwe gedachte in haar op. De Onafhankelijkheidsverklaring en het lied werden in haar geest een, en ze dacht: "God is Amerika’s koning."
Ze dacht: Amerikanen willen geen enkele koning op de wereld gehoorzamen.
Amerikanen zijn vrij.
Dat betekent, dat ze hun eigen geweten moeten gehoorzamen. Er is niet een koning, die Pa kan zeggen wat hij moet doen; hij moet zelf weten wat hij doet. En (dacht ze) als ik nog wat ouder ben, zeggen Pa en Ma mij niet meer wat ik moet doen en zal er niemand zijn, die het recht heeft om mij te commanderen. Ik moet dan zelf zorgen, dat ik een goed leven leidt.
Het was of haar hele geest verlicht werd door die gedachte. Dat is het wat vrij zijn betekent. Het betekent dat je goed moet zijn. "De God van onze vaderen, die ons vrij heeft gemaakt ..." De wetten van de natuur en van God hebben je het recht op leven en vrijheid geschonken. Daarom moeten God’s wetten gehouden worden, want alleen God’s wet geeft je het recht op vrijheid.
Onafhankelijkheid was een van Laura’s idealen.
Uit eerder opgetekende memoires blijkt dat er soms burenhulp was, waar de boeken suggereren dat het gezin zich als onafhankelijke eenheid wist te redden. Deels is dit ideaal te verklaren uit de strijd om te overleven die ieder pioniersgezin voor zich zelf moest voeren, deels uit de verlegenheid van een meisje dat op de weidse prairies was opgegroeid en de angst voor vreemden nooit helemaal overwon. Gelukkig was er in veel situaties wel een gemeenschap van buren en kerk die elkaar ondersteunde.
Zelfs in een situatie waarin zelfredzaamheid een levensvoorwaarde was, konden de mensen niet zonder elkaar.
Dagelijks leven
In zekere zin wekt dit artikeltje een heel verkeerde indruk van de boeken.
Emoties en levensbeschouwing worden terughoudend genoemd. In de jaren ‘20 kwam het moderne leven op, met haast, stress en het idee van vrije tijd. Laura koos zelf voor een andere levensstijl; ze wilde geen onderscheid maken tussen werk en vrije tijd, maar genieten van ieder moment en tijdens alle bezigheden. Dat gevoel wordt overgedragen in de vele hoofdstukken die het gewone dagelijkse leven beschrijven: kaas maken, ahornsiroop winnen, koeien ophalen, sprinkhanen bestrijden, jurken naaien, spoorlijnen aanleggen en noem maar op.
Inspiratie
Na het lezen van de tien boeken blijft er een gevoel van grenzeloos respect over voor een gezin dat in armoedige omstandigheden een zeer hoogstaande levensstijl wist te handhaven.
Gevaren en ontberingen doorstonden ze moedig.
In onze tijd van luxe en overvloed kan dat voor ons een grote inspiratie zijn! Ook de gedachte dat je geen aparte vrije tijd nodig hebt als je de gewone dagelijkse bezigheden ontspannen en met plezier vervult is een gezonde correctie op onze tijd. Daarom eindig ik met Laura’s eigen samenvatting: "Door alle boeken loopt als een gouden draad dezelfde gedachte over de waarden van het leven.
Dat waren moed, zelfvertrouwen, onafhankelijkheid, integriteit en behulpzaamheid.
Vrolijkheid en humor waren dienstmeisjes van de moed."