Van geslacht tot geslacht
2000-07-21
Is kerkgeschiedenis boeiend? Sommige mensen vinden dat je die stoffige verhalen in de archiefkast moet laten staan. Anderen zijn jaren bezig met kerkhistorisch onderzoek. Eén van die mensen is broeder G. Uitslag uit Wezep.- Jaargang 44
- nummer 15
Op initiatief van de kerkenraad van de Nederlands Gereformeerde kerk van Wezep zijn historische schetsen in boekvorm verschenen.
Bij het lezen van dit boek over de plaatselijke kerkgeschiedenis ging bij mij het kerkhistorisch bloed weer sneller stromen. Nee, kerkgeschiedenis is niet saai. Soms is het wel triest.
Precies zoals bij het oude volk Israël zijn er perioden van opbloei en verval die elkaar afwisselen. Tegelijkertijd is er de verwondering dat ondanks al die conflicten, menselijke tekortkomingen en afval van het geloof er altijd weer een rode draad door de geschiedenis heen loopt: mensen die op zoek gaan naar de kern van de bijbelse boodschap. Eén van die mensen was ds. Anthony Brummelkamp.
Hattem e.o.
Het gedenkboek dat door broeder G. Uitslag werd samengesteld gaat over de kerkgeschiedenis in Wezep. Die geschiedenis begint, net als die van Wapenveld en Heerde, in de Nederlandse Hervormde kerk van Hattem. Hattem was de stad temidden van een aantal kleine dorpsgemeenschappen.
Over die streek in het noordoosten van de Veluwe gaan dan ook de eerste hoofdstukken van het boek ‘Van geslacht tot geslacht’. In deze omgeving zijn nu de Nederlands Gereformeerde kerken sterk vertegenwoordigd: 4 plaatselijke gemeenten met samen ruim 2600 leden.
Ds. Brummelkamp
De geschiedenis van de afgescheidenen in Hattem is nauw verbonden met de naam van ds. Brummelkamp.
Hij is nog maar 23 jaar als hij in Hattem bevestigd wordt als predikant.
Typerend voor de verhouding tussen kerk en staat: de bevestiging kon pas plaats vinden nadat er koninklijke goedkeuring was verkregen.
Al snel komt ds. Brummelkamp in aanraking met een grote mate van oppervlakkigheid in het kerkelijk leven. Zo is het de gewoonte dat kinderen zondermeer gedoopt worden, of de ouders nu lid zijn van de kerk of niet. De predikant is het hier niet mee eens en hij legt zijn bezwaren voor aan de kerkenraad.
Tweedeling
Opmerkelijk is de tweedeling in de kerkelijke gemeente tussen de ‘hogere kringen’ en de ‘gewone kerkleden’.
De ‘hogere kringen’ hebben vaste zitplaatsen.
Die blijven meestal leeg, men heeft weinig belangstelling voor de prediking. Ondertussen neemt het aantal kerkgangers onder de prediking van ds. Brummelkamp sterk toe.
Echter: deze kerkgangers mogen niet de lege plaatsen in het kerkgebouw bezetten en zelfs de toegang tot deze plaatsen niet belemmeren. Al spoedig wordt er – op last van het College van Kerkvoogden, geweld gebruikt. Twee politiebeambten slaan in op gemeenteleden die in de gangpaden voor de gereserveerde plaatsen staan. Enkele kerkgangers worden geboeid afgevoerd naar Arnhem.
Doop
Grote moeite heeft ds. Brummelkamp met het feit dat ‘iedereen’ zijn kind kan laten dopen. Op zondag 21 juni willen enkele ouders die geen lid zijn hun kind laten dopen. Om de predikant op de proef te stellen zijn ze omgekocht door zijn tegenstanders.
Ds. Brummelkamp stelt aan deze ouders geen doopvragen en doopt de kinderen niet. Daarop dienen de ouders, met de hulp van de kerkvoogden, een klacht in bij het classicale bestuur. Op diezelfde zondag deelt de predikant mee dat hij heeft besloten om geen gezangen meer te laten zingen, "omdat daarin veel voorkomt dat strijdig is met de Gereformeerde leer". Hij moet zich daarop verantwoorden voor een commissie van het Provinciaal Kerkbestuur. Daarop volgen schorsing en afzetting. De notulen van de Hervormde kerk van Hattem vermelden: "De heer (!) Brummelkamp, vanaf nu ophoudend lid des kerkeraads te zijn, verliet met een algemene groet de vergadering."
Samenkomsten
Daarmee begint een periode van vervolgingen voor mensen die een rechtzinnige prediking willen horen.
Regelmatig worden soldaten ingekwartierd bij de afgescheidenen. Ze gedragen zich zeer ruw, vernielen huisraad en doen zich overvloedig tegoed aan het voedsel dat in huis is.
Op allerlei manieren probeert een burgemeester de samenkomsten te voorkomen. Hij wil zelfs ‘de militairen er tussen laten schieten’. De wijze van optreden verschilt plaatselijk overigens sterk: de burgemeester van Heerde blijkt een ‘gedoogbeleid’ te volgen. Soms proberen de Afgescheidenen op een juridische manier onder de vervolging uit te komen. Bij weduwe Boer bevinden zich op zondag 12 oktober 19 personen in huis, bijeenkomsten van meer dan 20 personen zijn namelijk verboden.
Voor de deur hebben zich 50 personen verzameld, die op die manier de kerkdienst kunnen beluisteren.
Deze handelwijze baat niet, er wordt tegen weduwe Boer een procesverbaal opgemaakt.
De minsten
Zowel de burgerlijke als de kerkelijke overheden schamen zich er niet voor om de Afgescheidenen als de onderlaag van de samenleving af te schilderen.
In een officieel stuk wordt weduwe Boer ‘een oude kwezel’ genoemd, haar zoon (diaken bij de afgescheidenen) ‘een onbeschofte vlegel’, de Afgescheidenen zelf zijn niets meer dan ‘belhamels’ of ‘geestdrijvers’. Bij herhaling wordt gemeld dat de afgescheidenen maatschappelijk weinig voorstellen: ‘de minste klassen der ingezetenen’. Ondertussen was het met de zorg voor deze armen vanuit de Hervormde diaconie vaak slecht gesteld. Terecht stelt de auteur van het gedenkboek dan ook de vraag: "Was dat misschien mede oorzaak dat velen zich bij ds. Brummelkamp en de zijnen voegden?"
Spanningen bij de Afgescheidenen
Onder Koning Willem II (1839) kregen de Afgescheidenen meer ruimte voor een eigen kerkelijk leven. Dat wil niet zeggen dat de moeiten toen voorbij waren. Ook intern blijken er grote verschillen van mening te bestaan.
Het eerste grote conflict betrof de herziening van de Dordtse Kerkenordening.
De verschillen zijn niet alleen terug te voeren op inzichten in de leer, ook personen kunnen met elkaar botsen. In het boek wordt aandacht besteed aan Derk van Enk. Deze man was al ruim voor de Afscheiding, in 1820, actief als ‘cathechiseermeester’.
Als afgevaardigde naar de synode van Utrecht (1837) eist hij van ds. Brummelkamp dat deze terugkeert tot de oude D.K.O. Ondanks herhaalde pogingen tot verzoening blijft Van Enk volharden in zijn standpunt.
Een scheuring is het gevolg.
Omdat er landelijk meer kerken zijn die bezwaar hebben tegen de nieuwe kerkenordening ontstaan overal in het land de zgn. Kruisgemeenten. Van Enk sluit zich bij deze gemeenten aan.
Ze hebben echter geen predikant, daarom besluit hij zelf om als ambtsdrager over te gaan tot het bedienen van de doop aan kinderen in zijn gemeente. "Opvallend is de grote ophef die mensen hadden over de D.K.O, die vervolgens met de voeten werd vertreden om het eigen verlangen naar hun hand te zetten" merkt de auteur fijntjes op. De handelwijze van Van Enk leidt opnieuw tot spanningen, zowel binnen zijn eigen gemeente als op de Synode van de Kruisgemeenten. Na een aantal jaren is er van deze gemeente in Wezep weinig meer over; de meeste leden hebben zich vermoedelijk aangesloten bij de Hervormde kerk van Wezep.
Zelfstandig
In 1855 worden de eerste stappen gezet in de richting van verzelfstandiging van de gemeente van Wezep. De kerkenraad in Hattem is terughoudend, er worden emotionele banden doorgesneden. "We willen het bouwen in Wezep niet tegenwerken, maar het doet ons zeer leed de leden van Wezep te verliezen." Ook spelen financiële aspecten een rol. Besloten wordt samen een predikant te beroepen, hij mag zelf kiezen waar hij wonen wil. Op 10 oktober 1855 komt de scheiding definitief tot stand. Twee maanden later wordt ook het eerste kerkgebouw in gebruik genomen. De (eerste) steen is (weer) ingemetseld in het huidige gebouw. Al spoedig komt ook de wens voor een eigen predikant.
In 1858 wijst de kerkenraad van Hattem dit verzoek van Wezep van de hand. Als de toenmalige gezamenlijke dominee vertrekt beroept Wezep zelfstandig een predikant. Zo krijgt deze gemeente in 1860 voor het eerst een eigen pastor. De gemeente telt dan 325 leden.
Predikanten en zitplaatsen
De eerste 40 bladzijden van het boek gaan over de periode rond de Afscheiding. We moeten nu, vanwege de beschikbare ruimte in ‘Opbouw’, een aantal reuzenstappen in de geschiedenis maken. Veel predikanten passeren de revue. In de eerste 40 jaar van het bestaan had de gemeente van Wezep 9 verschillende predikanten. In die tijd, zonder vrije zaterdag, zonder bandjes met preken en met weinig vervoersmogelijkheden moet het contacten leggen met predikanten een grote opgave zijn geweest voor de beroepingscommissie.
Binnen de kerkenraad spelen landelijke kwesties zoals de samenvoeging van ‘Kampen’ en de VU (in 1902 en 1913), de leer van dr. A. Kuyper inzake de doop (1905) en de Gezangenkwestie (1920). In 1885 ziet de kerkenraad geen kans om in de vacatures voor enkele ambtsdragers te voorzien; kennelijk een probleem dat niet alleen in onze tijd speelt…. De aanvangstijden van de kerkdiensten komen meerdere malen ter sprake.
Ook de invoering van de zomertijd komt op de agenda. Onjuiste levenswandel, slechte kerkgang, kermisbezoek, drankmisbruik en zondagsontheiliging zijn steeds terugkerende zaken op de vergaderingen van de kerkenraad. Opmerkelijk is dat het meest heikele punt over een zeer lange reeks van jaren niet met de leer van de kerk te maken heeft, maar met de verhuur van zitplaatsen. In 1933 houdt een aantal gemeenteleden de kerkelijke bijdrage in omdat men het niet eens is met het in stand houden van de vaste zitplaatsen. Wie van elders kwam had geen zitplaats.
Sommige mensen hebben recht op een halve zitplaats, dat wil zeggen òf ‘s morgens òf ‘s middags. De kerkenraad durft geen beslissing te nemen vanwege de hevige tegenstand tegen het vrijgeven van zitplaatsen. Een commissie die een rondgang door de gemeente maakt om te onderzoeken hoe de wensen zijn staakt het onderzoek ‘gezien de bitterheid die men bij de gemeente aantreft’. In 1937 durft de kerkenraad opnieuw geen besluit te nemen.
Sociaal
De streek rond Wezep was voor de Tweede Wereldoorlog arm. Dat sociale aspect komt in het boek steeds weer aan de orde. Zo volgen veel kinderen uit Wezep onregelmatig het onderwijs, omdat hun inzet nodig is om het gezinsinkomen te verbeteren.
Het geldgebrek is soms zo nijpend dat het leidt tot het verzuimen van kerkdiensten.
"Een broeder kan niet in de kerk komen omdat hij zijn kleren heeft verpand. De diakenen worden gemachtigd deze terug te lossen." De kerkelijke gemeente toont een grote sociale betrokkenheid. "Wanneer de diaconale kas soms uitgeput is dragen de broeders zelf bij in de bouw en het herstel van woningen." De diaconie draagt zorg voor het brood voor de schoolgaande kinderen. De vergelijking met onze tijd dringt zich op. In de USA groeien, volgens Raymond Bakke, die gemeenten die een levend en orthodox evangelie combineren met daadwerkelijke sociale inzet en betrokkenheid.
Anekdotes
Kerkelijke geschiedschrijving kan niet zonder anekdotes. Soms zijn het bijzondere voorvallen die aanzetten tot een milde glimlach.
- Vanwege onrust van de jeugd op de galerij wordt de minimumleeftijd daar gesteld op 20 jaar.
- Voor de aanvang van het jaarfeest van de J.V. hebben onbevoegden de afgesloten deuren geforceerd en zich de consumpties toegeëigend.
- De organist krijgt ƒ 10,= per jaar, de ‘windmaker’ een bewijs van erkentelijkheid.
- Tijdens een kerkenraadsvergadering ontwikkelt zich in de consistorie zoveel rook dat de broeders genoodzaakt zijn hun vergadering voort te zetten in de studeerkamer van de predikant.
- In 1931 worden in de kerk bordjes aangebracht: niet met brandende sigaar of sigaret betreden, niet spugen.
Recente geschiedenis
Op 30 april 1940 wordt het (huidige) ruime kerkgebouw aan de Zuiderzeestraatweg in gebruik genomen (i.p.v. 460 zitplaatsen nu 800 zitplaatsen).
Een half jaar later wordt een deel van het gebouw vernield door een vliegtuigbom.
Indrukwekkend is de beschrijving van de oorlogsjaren en van de keuzen waar de kerkenraad voor kwam te staan. Gemeld wordt de attestatie van een Duits militair, die trouw in de kerk kwam. Je vraagt je als lezer af: welk ‘plekje’ heeft hij binnen de gemeente gekregen? (Ds. Van Dooren hield ook na de oorlog contact met hem). Dwars door de vaderlandse geschiedenis speelt in deze jaren de kerkgeschiedenis: de aanloop naar de scheur van de Vrijmaking.
In het Informatieboekje 2000 wordt bij de kerk van Wezep slechts één jaartal genoemd: 1855. Dat wil zeggen dat er rond 1944 en 1968 geen instituering heeft plaatsgevonden.
Het overgrote deel van de gemeente en van de kerkenraad ging in 1945 mee met de Vrijmaking. In 1968 kwam de kerk van Wezep buiten het verband van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) te staan. Aan de ‘buitenkant’ bleef dus alles hetzelfde: dezelfde predikanten, hetzelfde kerkgebouw.
Toch blijkt uit de verslaglegging door broeder Uitslag dat deze kerkelijke scheuren diepe wonden hebben geslagen.
De weg voert verder
Het door de Nederlands Gereformeerde Kerk van Wezep uitgegeven boek is zeer de moeite waard om te lezen. Het toont ons niet alleen de geschiedenis van de kerk van Wezep, maar laat ook zien hoe de weg van de plaatselijke gemeente met vallen en opstaan dóórgaat, totdat Christus terugkomt. Het boek is mooi uitgevoerd door ‘Opbouw-huisdrukker’ Bredewold. Vele tientallen foto’s verluchtigen het geheel.
Naar aanleiding van: G. Uitslag, Van geslacht tot geslacht. Uitgave: Nederlands Gereformeerde Kerk van Wezep, 2000. Te bestellen door 31 gulden over te maken op bankrekening 3702.01.906 van de Ned. Geref. Kerk in Wezep.