Pastorale Coach

2000-07-21
  • Jaargang 44
  • nummer 15
Is een nieuwe dominee het belangrijkste wat een vacante gemeente nodig heeft? Zou je ook niet moeten kijken hoe je goed een vacante periode doorkomt? Wie weet zelfs van deze nood een deugd te maken?
Vacant betekent letterlijk ‘leegte’.
Maar kan leegte ook niet mogelijkheden tot groei bieden?

Niet dat ik de nood van gemeentes wil onderschatten. Maar een simpele rekensom (minstens 20 vacatures op totaal 91 kerken) wijst uit dat meer dan 20% van onze gemeentes vacant is. Omgerekend in tijd kun je stellen dat gemeentes structureel gemiddeld 20% vacant zijn. Het kan dan geen verrassing zijn als een gemeente vier jaar of langer vacant blijft. Geen blij vooruitzicht voor (aanstaande) vacante gemeenten. Zal de gemeente niet uit elkaar vallen, als er geen herder meer is? Hoelang zal het duren voor we weer een dominee hebben?

Enige manier?
Aan kerkenraden en gemeentes wil ik nu vragen: Is een full-time beroep de enige manier waarop je gebruik kunt maken van de kennis en de vaardigheden van een dominee? Bij het bedanken van een beroep heb ik wel eens gezegd: Jullie kunnen me niet voor 100% krijgen, maar wel voor 5% of 10%. En dan heel specifiek op de punten waar je hulp nodig hebt.
Waar ik toen op doelde en nu hier aandacht voor vraag is de figuur van – laat ik het zo maar noemen – de pastorale coach. De term ‘coach’ komt uit de sport en daar weet iedereen wat je ermee bedoelt: de coach zit niet in het team, de sporters moeten het zelf doen. De coach analyseert, ontwerpt een tactiek, schat de vaardigheden van zijn mensen in, traint hen op specifieke punten, en begeleidt zijn team naar de volgende wedstrijd.
Ook het bedrijfsleven werkt steeds meer met coaching door externe mensen.
Juist de afstand tot een bedrijf geeft specifieke mogelijkheden: de coach geeft het zijne, maar de mensen ter plekke behouden ten volle hun eigen verantwoordelijkheid: zij moeten het doen.

Alle hens aan dek
Door de omstandigheden gedwongen zien mensen in vacante gemeenten zich in eenzelfde positie: ze zullen het allemaal zelf moeten doen. Het is ‘alle hens aan dek’ om de gemeente draaiende te houden. Vaak is er ook een grote bereidheid om de handen ineen te slaan. Een steuntje in de rug op specifieke knelpunten kan precies het verschil uitmaken of een gemeente steeds verder uiteenvalt of juist uitgedaagd wordt om het schip drijvende te houden. De pastorale coach is dus wat anders dan een consulent.
Een consulent neemt vaak een gedeelte van het predikantswerk over, zoals catechisaties, ‘rouw en trouwdiensten’.
De pastorale coach laat zo veel mogelijk heel de uitvoering van taken bij de gemeenteleden zelf.
Helemaal naar het woord van Efeze 4: 12 ‘…om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus.’ En waar hij toch bepaalde taken uitvoert, zal hij altijd proberen daarin anderen te betrekken, om de know-how over te dragen.
Catechisaties geven, preeklezen, kerkenraad voorzitten, bepaalde vormen van pastoraat en nog veel meer: het is allemaal te leren en te verbeteren.
Gemeenteleden kunnen niet alles en hoeven ook niet alles te kunnen.
Maar ze kunnen meer dan nu wel eens gedacht wordt. En als er dan toch een dominee komt, na een jaar of 3, 4, dan is er al heel wat werk, dat gewoon draait. En kan de dominee invoegen in een gemeente, die niet te lijden heeft gehad in de vacante periode, maar daar juist in gegroeid is, in zelfstandigheid, in het oppakken en uitvoeren van taken. In het werken in de wijngaard.

Vaardigheid
Nu is niet iedere dominee een pastorale coach. Het is een specifieke vaardigheid. Niet elke topvoetballer wordt ook een topcoach. En niet elke topcoach is ooit een stervoetballer geweest. De pastorale coach zal goed moeten kunnen analyseren, goed kunnen trainen en vooral goed afstand moeten kunnen houden. Zijn tijd is immers beperkt: het is ‘hit and run’.

Maar er zijn zeker predikanten onder ons, die dergelijke vaardigheden hebben opgedaan. Sommigen in een eerdere loopbaan, anderen in agogische trainingen van het STAGG, het GVI, het Dienstencentrum van de SoW-kerken, een Klinische Pastorale Vorming of de Pastoraal Psychologische Leergangen.

Schaars
Tenslotte is het ook voor een pastorale coach erg fijn werken. Mijn ervaring is dat juist in een vacante gemeente de mensen de woorden wel uit je mond kunnen kijken. Wat jaren zo rijk voor handen was, is nu opeens schaars geworden. En nu ziet men veel meer de waarde daarvan: een specifieke toepassing van de Woorden van God. Wat je soms in eigen gemeente niet kwijt kunt, daar zit men 50 kilometer verderop om te springen. Dat werkt gewoon heel lekker.
Zo kenmerkt een vacante periode zich niet alleen door moeiten, maar ook door nieuwe mogelijkheden. Voor gemeenten om te groeien, voor dominees om met vrucht bezig te zijn.
Als we deze manier van delen van pastorale know-how ongebruikt laten liggen, enkel en alleen omdat we dat niet gewend zijn, doen we onszelf en daarmee ook anderen tekort. Gebrek aan fantasie mag de voortgang van Gods Koninkrijk niet in de weg staan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief