Honderd jaar geleden: holocaust in China
2000-07-21
Als een pestilentie doortrok "de Boksersopstand" het leven in China. In de zomermaanden van het jaar 1900 heerste er enorme chaos in grote delen van het land; het spannendst was de situatie in de hoofdstad Peking en omgeving (dat laatste nogal ruim op te vatten). Vreemdelingenhaat kostte het leven aan diverse westerse diplomaten en zakenlieden; de intense agressie was het sterkst gericht tegen christenen.- Jaargang 44
- nummer 15
Missionarissen en zendelingen (de laatsten veelal met hun gezin) woonden verspreid over het hele land, op onmogelijk te verdedigen posten. Zij en duizenden inheemse christenen betaalden de hoogste tol. Veel ervaringen van toen zijn helaas ook in de wereld anno 2000 nog actueel...
het begin
Vanaf de lente van 1898 waren grote groepen jongeren, hooguit 18 / 19 jaar oud, begonnen met het houden van openbare betogingen. Ze gaven een soort demonstratie die kennelijk een bepaald patroon volgde. Een jongen in de kring sloot de ogen, vouwde zijn handen en begon te reciteren: hij viel op de knieën, trok met z'n vinger patronen en een soort magische tekens in het zand van de vele bestoven marktpleinen in de provincie en riep een geest op. Naarmate hij zich meer in een toestand van trance werkte, werden zijn bewegingen ongecontroleerder, zijn gelaatsuitdrukking steeds geëxalteerder, zijn reciteren steeds opgewondener. Van zijn metgezellen kreeg hij de vraag wie hij was en wat hij wilde. Hij antwoordde dan dat hij een belangrijke historische figuur was en het enige dat hij wilde was een groot zwaard.
Gesloten ogen en een ietwat wiegende lichaamshouding vergezelden de antwoorden die hij gaf. Wat zou hij met dat zwaard doen, vroeg men hem; soms werd hem er een ter hand gesteld. Terwijl hij steeds op zangerige toon woorden uitsprak, kwam hij overeind, maakte aanvallende of afwerende zwaardvechtersbewegingen of begon met schaduwboksen.
Zijn kreet was dan:"Houd de grote Zuivere Dynastie hoog en roei de Barbaren uit!" Zo worden die optredens ook in seculiere boeken beschreven.
1) Bij andere gelegenheden werd hij op het hoogtepunt van zijn trance door de menigte met zwaarden gestoken, met pijlen of zelfs kogels doorboord. Volgens overgeleverde verhalen voelde hij geen enkele pijn.
Twee jaar lang werd zo haat gezaaid, werd toeschouwers geregeld een magische onschendbaarheid beloofd en werden ze klaargemaakt om, als het beslissende signaal kwam, de buitenlandse barbaren in niets ontziende woede van het leven te beroven. "De Hemel" was vertoornd op de buitenlanders; met name waren de goden toornig op de godsdienst van de barbaren.
Het Rijk van het Midden moest van dat vergif worden gereinigd, wilde het leven weer opbloeien. Een krachtige boodschap voor veelal zeer kansarme jongeren.
"verbrandt, vermoordt!"
Het verwachte signaal werd in juni 1900 gegeven. "Bij keizerlijk bevel, roei de Christelijke godsdienst uit!
Dood aan de Vreemde duivels!" In juni 1900 werd deze leus op talloze muren gekalkt. In vele steden en nog meer in vele dorpen in het binnenland werd de kreet door woedende, moordzuchtige menigten aangeheven.
Of in een grimmige variant:"verbrandt, verbrandt, verbrandt, vermoordt, vermoordt!"
"De Rechtvaardige vuisten", zoals de Boksers zich noemden, waren er wanhopig op uit om hun land vrij te houden van vreemde smetten en vooral van de vreemde religie die zichtbaar steeds meer ingang in China kreeg.
Dreigend genoeg werd hun vreemdelingenhaat echter kennelijk gevoed door "de geestelijke wereld".
Opgeroepen geesten zetten hen ertoe aan. Onverbiddellijke moordzucht was het gevolg.
machthebbers achter de schermen
Achter de schermen speelde ook de binnenlandse en buitenlandse politiek echter een grote rol. Hoewel ze een zigzagkoers volgde, kregen de Boksers op het cruciale moment de steun van Tz'u Hsi, de oude Keizerin Moeder. Over deze Cixi, zoals haar naam nu gespeld wordt, wordt door historici binnen en buiten China nog steeds verschillend geoordeeld. Het kan niet serieus betwijfeld worden dat ze bij gelegenheid uitermate dom en zeer bekrompen, maar ook volledig verraderlijk en onvoorstelbaar onvoorspelbaar kon zijn. Als een van de talloze bijvrouwen van de keizer had ze "zich opgewerkt", de onverdeelde aandacht en gunst van de heerser gekregen, kans gezien haar zoon op de troon te krijgen, hem er ook weer vanaf te halen en in alle hofintriges steeds de overhand te krijgen en te houden. Toen haar troon wankelde, heeft zij de gisting onder het volk en de zich aftekenende "holocaust" onder de buitenlanders in 't Rijk aangegrepen als een geschenk uit de hemel! Het gros van de mensen met wie ze zich omringde was de decadentie/incompetentie zelve! Was er al mogelijkheid geweest om van hogerhand het tij in China te keren, dan was op het hoogste bestuurlijk niveau, met enkele uitzonderingen, noch daadkracht noch moreel kaliber daartoe aanwezig. De leiders waren onbekwaam, onmachtig of onmenselijk...
afgeslacht!
De meest dramatische gebeurtenissen vonden plaats in de hoofdstad van de provincie Shanxi, Taiyuan. Op 7 juli 1900 (andere bronnen spreken echter van de 9e juli) werd een grote groep zendelingen en missionarissen in koelen bloede en openbaar afgeslacht.
De poorten van de ommuurde stad werden gesloten om buitenlanders te verhinderen te vluchten. De Britse Baptist Missionary Society, de China Inland Mission en een kleine andere missie hadden er een vestiging. 't Eerst gingen de eigendommen van de Britse Baptisten en de Yeo Shang Mission in vuur op. Ternauwernood kon men zich in veiligheid brengen in de Baptisten jongensschool, een kleine kilometer verderop.
Een van de zendelingen van de Yeo Shang Mission, Edith Coombs, die met een groep het brandende gebouw op tijd verlaten had, ging terug; een ernstig ziek Chinees meisje bleek niet bij de groep te zijn. Men ontdekte haar, toen ze met het meisje opnieuw het brandende huis ontvluchtte. Toen het kind struikelde en viel, beschutte de zendelinge haar met haar eigen lichaam tegen de stenen die kwamen aansuizen. Ze werden door de menigte van elkaar gescheiden; Edith Coombs werd het brandende gebouw binnengedwongen. Het laatste dat men van haar zag was dat ze in de vlammen neerknielde. Op 9 juli kwam voor de 32 overlevenden het einde. Samen met 12 Rooms-
Katholieke missionarissen werden ze naar het paleis van de gouverneur overgebracht. Toen ze militairen zagen, meenden ze dat ze gered waren. De gouverneur was echter een notoire Bokser; in zijn provincie waren al eerder zendelingen vermoord; tot hun ontsteltenis gaf de gouverneur bevel hen allen, mannen, vrouwen en kinderen, om te brengen!
De mannen moesten het eerst sterven.
George Farthing, vader van drie kinderen, stapte als eerste naar voren.
Zonder klacht legde hij zijn hoofd op het blok; met één slag werd hij onthoofd.
Na de mannen was het de beurt aan de vrouwen en daarna kwamen de kinderen. Een van de vrouwen, mevrouw Lovitt, zei:"Wij zijn allen naar China gekomen om u het goede nieuws te brengen van de verlossing door Jezus Christus. We hebben u geen kwaad gedaan, alleen maar goed. Waarom behandelt u ons dan zo?" In een merkwaardige reaktie trad een soldaat naar voren die haar bril aannam voordat zij en haar zoon werden onthoofd. De priesters en nonnen stierven met even grote moed. De bisschop die al oud was en een witte baard had, vroeg: "Waarom doen jullie deze boze daad?" De gouverneur gaf hem met zijn zwaard een houw in het gezicht, waarna hij werd onthoofd. Alle andere geestelijken volgden hem in de dood en nagenoeg alle inheemse christenen honderden, zo niet duizenden... Acht Britse Baptistenzendelingen hielden zich wekenlang in de grotten bij de stad schuil. Chinese gelovigen brachten hun voedsel. De plaatselijke overheid bood hun na verloop van tijd bescherming aan. Een van de zendelingen zei: "We zijn bereid om onze Heer te verheerlijken, met ons leven of met onze dood. Als we sterven, zullen zeker anderen onze plaats innemen."
Op 8 augustus 1900 werden ze met "escorte" en al gevangennomen. Hun "begeleiders" doodden hen ter plekke.
In de stad Soping werden de zendelingen van een Zweedse post allen gestenigd: mannen, vrouwen, kinderen en nagenoeg de hele Chinese gemeente. Hun hoofden werden de volgende dag op palen bij de stadsmuur gezet. Een van de slachtoffers was een baby van vijf maanden.
Alleen een Chinese evangelist ontkwam; hij deed verslag van zijn ervaringen.
250 á 300 zendelingen en naar schatting 32.000 inheemse Christenen ("tweederangs duivels") vonden de dood. Kinderen werden voor het oog van hun ouders onthoofd en karren werden net zolang over het halfnaakte lichaam van vrouwelijke Chinese evangelisten heen en weer gereden tot ze dood waren. 3)
Nog actueel?
Een eeuw later valt op hoe actueel dit alles nog is. Uiteraard was de situatie in China anders dan elders; toen is ook niet nu. Historische feiten moeten niet in een keurslijf gedwongen worden; Het religieuze kader van het toenmalige Chinese Taoïsme is niet hetzelfde als de hedendaagse Javaanse Islam. En toch! Als we, om maar eens iets te noemen, de omstandigheden van de wrede Boksersopstand van toen leggen naast de huidige situatie op de Molukken, voorzover we die nu al goed genoeg kennen, dan is er toch mijns inziens onmiskenbare overeenkomst.
kansarmoede
Het gaat met de economische toekomstmogelijkheden van de Javaanse jeugd niet goed. Er is bepaald sprake van kansarmoede. De "Laskar Jihad", de Islamitische terreurbeweging die het onze broeders en zusters op de Molukkken moeilijk maakt, recruteert haar leden uit kansarmoedige jongeren, naar ik heb begrepen. Hetzelfde gebeurde in China een eeuw geleden, toen dat type jonge mensen de weg naar de Boksers vond. Het gebeurt ook in Egypte en andere moslimlanden met toenemend religieus radicalisme.
invloed van corrupte machthebbers
Opnieuw signaleer ik een opmerkelijke parallel tussen de corrupte hofkliek rond de verdorven keizerin Cixi toen en de even corrupte ex-hofkliek rond de stellig evenzeer verdorven Soeharto.
Woeling op de Molukken, met zijn tienduizenden slachtoffers, zou direct zijn geïnstigeerd door een groepje mensen, dat vooral op Java in de buurt van de gevallen Soehartodynastie hebben verkeerd. Uit hun machtsposities verdreven politici en militaire bevelhebbers die in "de nieuwe orde" eveneens te vrezen hebben van openbaarmaking van hun rol spannen zich, letterlijk "des duivels", tot het uiterste in om het zover niet te laten komen. Dat dit het leven kost van zoveel slachtoffers raakt hen niet, zoals het hen in het verleden niet geraakt heeft... Zeer ernstig is het gegeven dat in publicaties van de Molukse kerken direct de met vinger wordt gewezen naar Amien Rais, prominent lid van het Nieuwe Indonesië, de Parlements-voorzitter en leider van een Islamitische organisatie met miljoenen leden. Ik veronderstel dat men op de Molukken weet wat men zegt; de grote rivaal van Wahid, de gematigde president van de Republiek, zou zelf de hand hebben in dit alles.
Buiten-gewoon slecht nieuws, als het waar is.
geen goede staatsburgers?
Lid van een minderheid zijn is altijd problematisch, zeker als het om een religieuze minderheid gaat. In de provincie Shanxi werd in 1901, een jaar later door vertegenwoordigers van zending en overheidsfunctionarissen gepraat over de situatie. Ze waren het erover eens dat "het grootste aantal moorden op christenen gedurende de Bokseropstand in Shanxi had plaatsgevonden.
In elke plaatselijke gemeenschap bestond een bruisende traditie van opera.
Het intense geweld dat zo plotseling uitbrak kwam voort uit wrok, die zich over een lange periode opgebouwd had, vanwege de weigering van christenen om mee te betalen aan de kosten voor die opera." 2) Het is duidelijk: religieuze keuzes hadden gevolgen gehad voor de houding van de gelovigen ten opzichte van de hen omringende (heidense) cultuur. Er was een kloof ontstaan, en wrok had zich geleidelijk aan kunnen opbouwen, die tot ontlading gekomen was.
Ook hier is dus weinig nieuws onder de Islamitische feesten houden of Protestanten in Latijns-Amerika de (katholiek-animistische) "fiesta's"
mijden, zijn ze uit de gratie bij hun volksgenoten. Het is duidelijk: een Christen kan geen goede Afghaan, Kirgies, Oezbeek, Kazach, Turkmeen, Libiër, Pakistaan, Egyptenaar of wat ook zijn. Een Protestant kan geen goede Mexicaan of Peruaan zijn... Het zijn levensgevaarlijke beschuldigingen!
Aan de andere kant zijn en worden door christenen ook ernstige fouten gemaakt.
de geestelijke wereld
Tenslotte is er natuurlijk de strijd in de hemelse gewesten. Waar stedelijke, nationale of religieuze overheden steeds weer mensen massa's weten te vinden om amok te maken, weet men in de regionen der duisternis kennelijk steeds weer overheden te vinden om zich te laten inschakelen.
Langdurige frustratie, kansarmoede of zelfs uitbuiting maken massa's soms tot "het minste straatvolk". Dat was al zo in het Efeze van Paulus (Handelingen 20) en het is nog zo. De even lange weg van corruptie en toenemende verdorvenheid manoeuvreert overheden (op elk niveau en van elke hoedanigheid) klaarblijkelijk in situaties, waarin het zoeken van zondebokken de meest aantrekkelijke optie lijkt. Ik meen dat je dat simpel kan constateren, zonder mensen of groepen te "demoniseren" (wat inderdaad een ernstige zaak is). Maar onze God is er ook nog. Hij ziet toe en niets ontgaat Hem. Er is niets dat niet in het gericht zal komen.
Ondertussen is de vraag opnieuw: hoe kunnen we adequaat hulp en ondersteuning aan de vervolgden der aarde bieden: onze broeders en zusters!
1.Marina Warner.
The Dragon Empress. Life and Times of Tz'u'hsi 1835-1908. Empress Dowager of China Weidenfeld and Nicolson. Londen. 1972. p.212.
2.Daniel Bays. red. Christianity in China. From the Eighteenth Century to the Present Stanford University Press. 1996. 53.
3.James en Marti Hefley. China! Christian Martyrs of the 20th Century. (deel van boek By their Blood) Mott Media. Milford MI. USA. 1978. p.23.