De A is van ....

2000-08-18
  • Jaargang 44
  • nummer 17
Onlangs verscheen de 3e druk van ‘Wegwijs’ (in religieus en levensbeschouwelijk Nederland). Het isnet als het oudere en destijds veel geraadpleegde ‘Impeta’ - een soort encyclopedie.
Wie iets wil weten over een bepaald kerkgenootschap kan als eerste oriëntatie dit boek raadplegen.

In tegenstelling tot ‘Impeta’ is ‘Wegwijs’ zeer breed georiënteerd. Bij de vorige druk gaven we de breedte van de inhoud aan met de titel: ‘Van Nederlands Gereformeerd tot Nederlands Sjamaan’ (Opbouw, 1995/18). De ondertitel van het boek luidt: ‘Handboek religies, kerken, stromingen en organisaties’.
Kaf en koren worden niet van elkaar gescheiden, het oordeel is aan de lezer. Om een indruk te geven van de breedte van de inhoud volgen we in deze bespreking het eerste gedeelte onder de letter ‘A’ met ruim 40 verschillende kerkelijke stromingen, bewegingen en organisaties.

Russisch orthodox
Niet direct de eerste kerk waar je aan denkt bij de ‘A’, maar deze kerken worden genoemd onder het kopje ‘Aartsbisdom van Genève en West-Europa van de Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland’. Er zijn parochies in Amsterdam, Den Haag en Arnhem. De diensten worden gevierd in het Kerkslavisch.
Daarnaast is er een ‘missie’ in Amsterdam met Nederlandstalige en Engelstalige diensten. De adressen en telefoonnummers van de 3 parochies en de ‘missie’ worden vermeld.

Tellen met de Academie
"De ‘Academie voor de Hebreeuwse Bijbel en de Hebreeuwse Taal’ wil de mens van deze tijd in contact brengen met een als wereldbeschouwing nagenoeg onbekend reservoir van weten, dat uit de oude tijden stamt. Zij doet dit aan de hand van de bronnen van de duizenden jaren oude overlevering van het jodendom, als het fundament van wat de mensheid ooit als cultuur heeft gekend."
De academie heeft ook een opdracht in de richting van het christendom te vervullen, want door de kennis van het jodendom kan het christendom in zijn oorspronkelijke staat herkend worden, waardoor de mensheid, die haar geestelijk houvast heeft verloren, dit weer kan terugvinden.
Uit de gegevens in het Handboek komt naar voren dat de symboliek van het getal essentieel is voor het denken van de leden van deze academie. "Elke medeklinker in de Tora heeft een cijferwaarde, waardoor elk woord ook een getalswaarde heeft. De getallensymboliek laat zien hoe Gods plan ter verlossing van de wereld doorgaat. Als men spreekt, telt men eigenlijk ook." De academie baseert zich voornamelijk op de geschriften van Friedrich Weinreb, die van mening was dat de Torateksten bestaan uit getalscomposities (bijvoorbeeld 1= begin en einde; 2 = waarneembare werkelijkheid).

Adventisme
Veel bekender dan de beide voorgaande vermeldingen is het ‘Adventisme’.
Ten onrechte associeerde ik deze stroming met de Zevende Dags Adventisten.
Dit kerkgenootschap is slechts één van de kerken die voortkomen uit een Opwekkingsbeweging rond 1820 in de USA. Opmerkelijk genoeg komen de Jehovah’s Getuigen uit ditzelfde adventisme voort. Het ontleent zijn naam aan de spoedige wederkomst (adventus) van Christus. Lekenprediker William Miller verwachtte die wederkomst rond 1843/1844, maar toen dit niet gebeurde verliep de beweging.

Afrikaanse geloofsgemeenschappen
Dan volgt er in het handboek een lange rij van Afrikaanse geloofsgemeenschappen.
Er wordt gezegd dat de Amsterdamse Bijlmermeer de meeste kerkgenootschappen van Nederland kent.
Wie de lange lijst van kerken in dit boek bekijkt komt onder de indruk van de vele broeders en zusters die wij vaak helemaal niet kennen. In de vorige druk van ‘Wegwijs’ werden deze Afrikaanse geloofsgemeenschappen onder een algemene noemer geplaatst; deze nieuwe druk is veel specifieker en noemt (terecht) ook een aantal afzonderlijke ‘zwarte’ kerken. In 1999 waren er alleen al in de Bijlmer ruim 40 van deze kerken actief. Ze komen bijeen in allerlei ruimten, zoals in scholengemeenschappen, buurtcentra en onder parkeergarages. Veruit de meeste kerken hebben Ghanese wortels, de voertaal is doorgaans Engels en Twi. De meeste kerken zijn verwant aan de Baptistengemeenten of de Pinkstergemeenten. Ze zijn vaak zeer actief betrokken bij evangelisatieactiviteiten.
"De moederkerk in Ghana ziet Nederland als zendingsterrein…."
Hoewel de meeste kerken in Amsterdam Zuid-Oost gevestigd zijn maakt het handboek ook melding van Afrikaanse kerken in andere plaatsen.

Agapè en Algemene Kerk
Enigszins onduidelijk is in het handboek de overgang van deze Afrikaanse geloofsgemeenschappen naar de Agapè Oikumene Bijeenkomst (niet te verwarren met de toerustingsactiviteiten van de organisatie Agapè), een groepering met Indonesische wortels, die slechts twee maal per jaar bijeenkomt.
Daarna volgt de vermelding van de Algemene Kerk van het Nieuwe Jeruzalem.
De meeste informatie over deze Algemene Kerk vinden we overigens elders in het handboek, bij een afsplitsing van dit kerkgenootschap: Des Heren Nieuwe Kerk. De beide kerken baseren zich op de opvattingen van Emanuël Swedenborg, die een filosofisch-theologisch stelsel ontwikkelde, dat het Derde Testament wordt genoemd. Samen met het Oude Testament en het Nieuwe Testament worden deze geschriften ‘de wederkomst’ genoemd. De Algemene Kerk en de Nieuwe Kerk maken deel uit van een internationale geloofsgemeenschap; in Nederland tellen ze (volgens eigen opgave) respectievelijk 100 en 30 leden.

Agni-Yoga
Na deze stromingen die op zijn minst verwantschap vertonen met het christelijk geloof blijkt uit de vermelding van de Agni-Yoga- Stichting de breedte van ‘Wegwijs’. "De Agni-Yoga is de yoga van de toekomst, omdat in de oude Hindoe-geschriften het naderende Vuur Tijdperk wordt voorspeld, waarin Agni (de god van het vuur) de atmosfeer zal verzadigen en alle vormen van yoga zullen samensmelten in een vurige synthese." Overigens gaat het bij deze stroming niet om (bijvoorbeeld) lichaams- of ademhalingsoefeningen, maar om mentale yoga: de leer van de levende ethiek moet de richting aangeven waarin het denken van de mens moet worden voortgestuwd.
In dat opzicht is de vermelding in het handboek terecht: het is een stroming die gekleurd wordt door levensbeschouwelijke opvattingen.
Tegelijkertijd is er dan ook voor christenen een waarschuwing op zijn plaats: het is een stroming die van Jezus áf leidt.

De Islam
Misschien telt de Islam nog wel meer stromingen dan het Protestantisme.
Drie van deze stromingen komen we onder de ‘A’ tegen in het handboek.
De Ahmadiyya Moslim Jamaa’at Nederland en de Ahmadiyya Anjumans Isha’at Islam Nederland (deze afsplitsing is nieuw in het handboek) komen beide voort uit het denken van Mirza Ghulam Ahmad, die zichzelf beschouwde als de beloofde Masih (=messias).
Opmerkelijk is de relatie met andere godsdiensten: hij beschouwde zichzelf ook als de terugkeer in geestelijke zin van Krishna en van Boeddha. Volgens de Ahmadiyya is Jezus Christus niet aan het kruis gestorven, maar hij emigreerde naar Kashmir, waar hij op de leeftijd van 120 jaar is gestorven.
Door een verschil van mening over de positie van Ahmad (was hij de messias, zoals de grootste groep volgelingen beweert, of was hij ‘slechts’ een profeet?) scheurde de beweging. De eerste stroming telt vooral Pakistaanse volgelingen en wordt nu (vanwege vervolgingen in Pakistan) vanuit Londen geleid; er zijn ruim 10 miljoen aanhangers.
De tweede stroming is wereldwijd veel kleiner, maar telt in Nederland meer volgelingen, vooral onder Surinaamse moslims (een kleine 10.000 mensen zijn hier betrokken bij deze groepering). De derde islamitische stroming die wordt genoemd zijn de Alevieten. Ook deze groep is ontstaan uit onenigheid over personen. De Alevieten beschouwen Ali, de neef en de schoonzoon van Mohammed, als diens rechtmatige opvolger.
De ‘5 zuilen van de Islam’, die zo kenmerkend voor het moslims zijn, worden door de Alevieten niet onderschreven.
Men kan hen dus beschouwen als een zeer vrijzinnige stroming aan de rand van de Islam. Er zouden tussen de 40.000 en 50.000 Alevieten in Nederland wonen, vooral onder Turkse immigranten uit Anatolië. Integratie in de Nederlandse samenleving verloopt, volgens de tekst in het handboek, gemakkelijk, want ‘de Alevieten passen zich, volgens hun plichten, aan de omgeving aan’.

Een Friese kerk
Een wonderlijke vermenging van overtuigingen vinden we bij de Ald Kristlike Mienskip, een basisgemeente die officieel nog steeds in oprichting is.
De groep geeft aan dat men zich bevindt in de doopsgezinde, baptistische en charismatische richting en in de evangelische beweging. Tegelijkertijd lezen we dat men de godheid van Jezus Christus afwijst. De diensten worden op zaterdag gehouden. Men kent Yom ha Shoa als dag van boete voor onze zonden tegen Israël. Deze Friese ‘oud-christelijke-gemeenschap’ telt 10 leden en wordt geleid door een voorganger en een kerkenraad.

Nog meer onder de 'A'
We beperken ons nu tot een aantal aanduidingen die ook onder de ‘a’ vermeld staan. Het zijn de Algemene Doopsgezinde Sociëteit (133 gemeenten, 12.000 belijdende leden), de Alle-Dag-kerk, de Ammachi (verwant aan het hindoeïsme), de AMORC (rozenkruisers), het Amsterdam Chinees Kerkgenootschap, de Amsterdamse studentenekklesia, de Ananda Marga Pracaraka Sangha (banden met het hindoeïsme), het Anglicanisme (in Nederland 10.000 leden) en de antroposofie en verwante organisaties. Een zeer wonderlijk gezelschap is de Apostel Andréus Stichting uit de Bron van Christus, onder leiding van Sonja de Vries. Deze gemeenschap is actief in de omgeving van Heerenveen. Vervolgens wordt een aantal apostolische kerken genoemd.
Wel is het van belang om te bedenken dat de naam ‘apostolisch’ lang niet altijd op onderlinge verwantschap duidt. Na deze kerken volgen enkele met het boeddhisme en hindoeïsme verwante stromingen. Onder de ‘a’ vinden we zelfs de astrologie en het atheïsme.

Kostgangers en conflicten.
Zo kunnen we doorgaan. "Onze lieve Heer heeft vreemde kostgangers"
wordt wel eens gezegd. We lezen vaak over wonderlijke combinaties van opvattingen.
Alleen al onder het eerste stukje van de ‘A" valt je mond soms bijna open van verbazing vanwege de vermenging van allerlei godsdienstige opvattingen. Daarnaast valt voortdurend op dat de meeste conflicten (zowel in het christendom als bijvoorbeeld bij de Islam) zich voordoen rond personen.
Het sterven van een charismatisch leider en het verschil van inzicht over zijn persoon en opvattingen leiden opvallend vaak tot conflicten en scheuringen.
"Ik ben van Paulus en ik ben van Apollos" is niet voorbehouden aan de eerste christelijke gemeenten.
Maarten ’t Hart kan nog wel een tijdje door gaan met schrijven, uit dit boek valt voldoende conflictstof te halen.

Nederlands Gereformeerd en Christelijk Gereformeerd
Uiteraard zijn ‘Opbouw’-lezers benieuwd naar wat er over de Nederlands Gereformeerde kerken in ‘Wegwijs’ vermeld staat. De tekst is, vergeleken met de vorige druk, sterk gewijzigd en aangevuld.
De scheuring in de jaren ’60 wordt nu niet meer alleen in verband gebracht met de vraag naar samensprekingen met de (‘syn.’) Gereformeerde Kerken. Ook het verschil in inzicht omtrent het belang van eigen organisaties en de vrijheid van de plaatselijke gemeente komen aan bod. (In de bijdrage over de vrijgemaakt-Gereformeerde kerken worden de initiatieven tot samenspreking wel als dé oorzaak van de scheuring in de jaren ‘60 genoemd).
Ook de gedeelten over de opleiding tot predikant en de literatuuropgave zijn herzien en aangevuld.
Onjuist is de vermelding van 4 (volledige) samenwerkingsgemeenten (NGK/-CGK) met Nederlands Gereformeerde voorgangers. Deze gemeenten kennen zowel Christelijk Gereformeerde als Nederlands Gereformeerde predikanten.
In de opgave van de Christelijke Gereformeerde kerken vinden we deze samenwerkingsgemeenten niet terug.
Intrigerend is in dit verband de volgende zin: "De problematiek van kerkelijke eenheid naar buiten levert spanningen op voor de eenheid binnen het eigen kerkverband. De synoden proberen zó leiding te geven, dat zowel aan de plaatselijke situatie als aan kwesties van het kerkverband recht gedaan wordt.”

Register
Van de ‘A’ naar het register. Voor wie meer wil weten over een bepaalde stroming zijn per kopje adressen en literatuurgegevens toegevoegd. Er is een alfabetisch register (48 bladzijden!) van religies, kerken, stromingen, organisaties en personen opgenomen (‘Opbouw’ staat niet vermeld, de beide regionale Kerkbodes wél). Daarnaast vinden we een systematisch register.
Er kan op naam én op plaatsnaam gezocht worden. Vooral het aantal zelfstandige evangelische gemeenten is indrukwekkend. Bij ons in de straat in Den Helder was een evangelische gemeente gevestigd in een voormalig bankgebouw. Zou die gemeente er in staan? Aanvankelijk heette deze gemeente ‘De Verloren Zoon’, na een conflict verscheen er een nieuw bord: ‘De Tempelbeek’. Beide gemeenten staan vermeld, maar veel wijzer word ik niet. "De gemeente houdt op zondag haar samenkomst". Inmiddels is het te laat om nog informatie op te vragen. Op het bord bij de ingang staat alleen nog: Zimmer mit Frühstück.
Van de evangelische groepen naar de Gereformeerde kerken. Hoe zat dat ook alweer in Twijzel? Zie blz. 255: Vrije Gereformeerde Kerk te Twijzel.
Deze kerk is in 1967 afgescheiden van het verband van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). De geschiedenis van de gemeente wordt beschreven.
Men leest ook nu nog uit de Statenvertaling en zingt isometrisch. Adres en zelfs faxnummer worden vermeld.
En in Grootegast? Daar scheidde Ds. Hoorn zich in 1985 af van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Ook de kerk van Ten Post heeft een plaatsje in het Handboek gekregen onder de noemer ‘Nederlands Gereformeerde Kerk buiten het verband- Ten Post’.

Vreemd?
Deze bespreking is misschien wat vreemd uitgevallen. De vorige keer hebben we in ‘Opbouw’ het handboek meer in de breedte besproken.
De weergave in dit nummer laat op een andere manier, aan de hand van het allereerste gedeelte van het boek, zien hoe breed de inhoud is.
Het samenstellen van een dergelijk handboek is monnikenwerk. Een aantal gegevens is al direct bij verschijning verouderd. Ook zijn de samenstellers afhankelijk van degenen die informatie verstrekken. De auteurs hebben zich vooral gebaseerd op de door de kerken en groeperingen zelf aangeleverde teksten. Deze teksten werden bewerkt of geverifieerd aan de hand van ‘secondaire bronnen’.

Het handboek is prachtig uitgegeven in groot formaat en gebonden in een stoere, papier beplakte, band. Het staat mooi in de boekenkast, maar biedt ook stof tot vele uurtjes lezen, nazoeken en nadenken.

Naar aanleiding van: E.G. Hoekstra en M.H. Ipenburg, Wegwijs in religieus en levensbeschouwelijk Nederland.
Handboek religies, kerken, stromingen en organisaties. Derde, sterk gewijzigde en aangevulde druk, 370 bladzijden; prijs: ƒ 75,– ; uitgever: Kok, Kampen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief