Oververmoeid

2000-09-15
  • Jaargang 44
  • nummer 19
Prof. dr. J.A.B. Jongeneel is missioloog, zendingsman; hij is bovendien voorzitter van de eindredactie van "Kerk en Theologie"; en hij is - en dat doet er in dit verband het meest toe - oververmoeid geweest. Depressiviteit bleef hem gelukkig bespaard, maar aan alleen de oververmoeidheid had hij z’n handen al vol. In de Kroniek in het julinummer van "Kerk en Theologie" kijkt hij terug op wat hij in die periode zoal heeft ervaren; dat levert een boeiende beschouwing op, waar ik een aantal passages uit overneem; ter bemoediging wellicht van de één, ter waarschuwing van de ander.
Jongeneel beschrijft wat er op de verschillende terreinen van lichaam (soma), ziel (psyche) en geest (pneuma) gebeurt met een mens die oververmoeid raakt: Een chronisch oververmoeide ervaart in de eerste plaats, somatisch, een energiecrisis: na één uur arbeid thuis of elders heeft hij/zij het gevoel van tien uur gewerkt te hebben. () In de tweede plaats ervaart een chronisch oververmoeide, psychisch, een identiteitscrisis: ken ik mijzelf dan zo slecht dat ik de chronische oververmoeidheid (helemaal) niet heb zien/voelen aankomen? () Ik formuleer hier zo maar een paar vragen die mij gesteld zijn: heeft niemand je gewaarschuwd?
waarom heb je naar gegeven waarschuwingen (in mijn geval: van niemand op het werk, maar wel van mijn vrouw thuis) niet geluisterd?
waarom werk je, jaar in jaar uit, meer dan 40 uur per week? voor wie doe je dit 'meer dan het gewone' eigenlijk?
waarom zeg je geen 'nee' tegen al wat boven de 40 uur per week uitgaat? heb je soms last van een minderwaardigheidscomplex?
of van een overdreven roepingbesef (het befaamde Messiascomplex)? of van een competitiegeest?
moet je jezelf nog steeds waar maken? En verder: hoeveel deuken heb je in de loop der tijden opgelopen?
is het verleden van al die deuken al verwerkt? En tenslotte: in hoeverre leef je in onmin met mensen (thuis en/of op het werk)? kun je mensen vergeven die jou problemen bezorgd hebben?
Ten derde is er, pneumatisch, een relatiecrisis: van het ene op het andere moment wordt de chronisch oververmoeide uit zijn/haar werkkring gehaald en zit hij/zij thuis. De gewone relatie tot God, en ook tot geliefden, vrienden en bekenden komt daardoor 'onder druk' te staan. De wereld van contacten is nu tot een klein kringetje van mensen beperkt geworden: huisgenoten, familie, en een enkele goede vriend.
Artsen en psychologen/psychiaters houden zich beroepsmatig met de psychosomatische kanten van oververmoeidheid bezig. De kerken dienen hun ambachtelijkheid ten volle te respecteren en hun eigen pastorale zorg - aanvullend en eventueel corrigerend - bij hun proprium, het pneumatische gezichtspunt, te laten beginnen: een chronisch oververmoeide is namelijk ziek 'voor Gods heilig aangezicht (coram Deo)’ en behoeft daarom (extra) de bijstand van de Heilige Geest. De onderhavige ziekte kan bij betrokkenen leiden tot een crisis in het vertrouwen op God, een gebedscrisis e.d., maar kan ook voeren tot een verdieping van het geloofsleven. Ofschoon de kerken een deel van hun pastoraat via kerkdiensten laten verlopen, kunnen zij dat in dit geval niet doen: wellicht heeft de oververmoeide persoonlijk nu meer dan ooit behoefte aan de eredienst, maar hij/zij gaat toch niet ter kerke omdat de energie ontbreekt om zich in een mensenmassa te begeven.
Derhalve is pastoraat thuis nodig. Ik heb mijzelf in deze tijd niet de vraag van de theodicee gesteld: als God goed is, waarom treft mij dan het kwaad van de oververmoeidheid? Wel heb ik in gesprek met God en 'pastores', mij afgevraagd wat de gevolgen van mijn chronische oververmoeidheid voor mijn relatie tot God, en tot mijn huisgenoten, vrienden, bekenden etc. zijn.
Met enige schroom publiceer ik hier het gebed dat ik in de afgelopen tijd regelmatig gebeden en tenslotte opgeschreven heb: Almachtige God, barmhartige Vader, U loof ik; ook prijs ik Uw grootheid en goedheid in de hemel en op de aarde, in anderer leven en mijn leven.
U dank ik voor uw openbaring in Jezus Christus als een God die (over)vermoeiden en (over)belasten uitnodigt om bij U te komen en rust te vinden.
U belijd ik dat ik mijn werktempo niet tijdig aangepast heb aan het proces van ouder worden en daarom vraag ik U om vergeving; genees mijn door oververmoeidheid getekende lichaam, ziel en geest. U dank ik dat U in goede en kwade dagen mij steeds bijstand verleend hebt door de Heilige Geest; daarom vertrouw ik nu op uw voortgaande leiding in mijn leven.
Vernieuw in mij de kracht van het geloven in U als Heer en Heiland; en hergeef mij de vreugde van een leven uit Uw genade.
Schenk deze levensvreugde ook aan allen die door mijn oververmoeidheid extra belast worden of vertraging oplopen; ja schenk deze vreugde aan uw ganse schepping.
Door Jezus Christus. Amen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief