De aard van het beestje
1998-01-23
De massale fok van kippen, koeien en varkens anno 1998 verschilt in weinig opzicht van industriële productie. Aan de eigenheid van dieren wordt voorbijgegaan. De gevolgen liegen er niet om: zieke dieren en (dreiging van) zieke mensen. Over het doden van miljoenen dieren, of: het steeds verder afdwalen van Gods bedoeling met zijn schepselen.- Jaargang 42
- nummer 2
Vorige maand zijn in Hongkong en Zuid-China meer dan een miljoen kippen vernietigd. Zij zouden besmet kunnen zijn met een griepvirus dat overdraagbaar is op mensen. De overdracht van dit virus, zo is onlangs gebleken, kan plaatsvinden door intensief contact met vogels of resten ervan. Er ontstond grote paniek en dat is geen wonder.
Een nieuw griepvirus onder mensen is een gevreesd verschijnsel. Voordat een nieuw afweermiddel is ontwikkeld, kan het nieuwe virus miljoenen mensen ernstig ziek maken. Men zag zich daarom genoodzaakt tot het vernietigen van de kippen. De massale vernietiging van de kippen stemt tot nadenken. Het is de derde keer in relatief korte tijd dat grote aantallen gefokte dieren moeten worden gedood. In Groot-Brittannië ging het om grote aantallen koeien. Zij werden vernietigd omdat het vlees besmet kon zijn met een virus dat een dodelijke hersenziekte aan mensen overdraagt, de zogenaamde gekke-koeienziekte. In Nederland werden het afgelopen jaar miljoenen varkens gedood en vernietigd in verband met de epidemie van klassieke varkenspest. Met het ontdekken van enkele nieuwe gevallen begin dit jaar lijkt het eind van de ziekte, en daarmee van de preventieve ruiming, nog niet in zicht.
Onvermijdelijk
De beslissing om de kippen, varkens en koeien te vernietigen was noodzakelijk voor de gezondheid van de mens en het welzijn van de bedrijfstak. Een gevoel van onbehagen is echter niet te onderdrukken. Want uit de stroom berichtgeving is pijnlijk duidelijk naar voren gekomen dat de massale fok van varkens, koeien en kippen in weinig opzicht verschilt van industriële productie. Het stukje vlees in de schappen van de supermarkt is een massaproduct geworden dat zo snel, efficiënt en winstgevend mogelijk moet worden geproduceerd.
Van rustig herkauwende koeien in grazige weiden is veelal geen sprake meer; van groeihormonen, kunstvoeding, warmtelampen en een fabrieksmatige behuizing zoveel te meer. Door de vlucht die de massale fok heeft genomen, zijn de risico's van ziekten voor mens en dier ernstig vergroot. Het leven van dieren wordt erdoor verzwaard.
Er wordt voorbijgegaan aan de eigenheid van het schepsel, aan de aard van het beestje. Dieren zijn anders dan dode voorwerpen die eenvoudig in massaproductie kunnen worden gebracht, zoals J.P. de Vries enkele weken geleden in het N.o. waarschuwde. Toch is die bio-industrie een feit. Het gevolg is dat de kwaliteit van ons voedsel afneemt en de risico's van ziekten voor zowel mens als dier ernstig zijn vergroot. De maatregelen die genomen moeten worden bij het uitbreken van ziekten (zoals het preventief doden van miljoenen dieren) zijn ingrijpend. En ze lijken ons steeds verder af te brengen van Gods bedoeling met zijn schepselen.
Nadenken
Een oplossing voor dit probleem is niet door een enkeling of een groep te leveren. Wat de enkeling wel kan doen is nadenken over de wijze van omgaan met en gebruik van dieren. Over verantwoorde consumptie. Hij hoeft niet àlles te slikken.