Wat voor arbeiders?
2000-10-27
Wie heeft die al zovaak geciteerde en nu al wat versleten en vermoeide tekst nog niet gehoord? Er zijn zo weinig arbeiders in de zo grote oogst. ‘Bidt daarom de Heer van de oogst dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst’ (Math 9:38). Een geliefde tekst voor de bevestiging van een zendeling. En al gauw gaat het dan over de honderdduizenden die de Heer zoeken, over de geweldige uitdaging aan de kerk die maar niet bij kan blijven want er zijn zo weinig arbeiders. Maar gelukkig hebben we er nu weer één gevonden, zo gaat de preek dan verder. Let er maar eens op dat deze tekst zo heel dikwijls geprojecteerd wordt tegen de achtergrond van het enorme tekort aan wel opgeleide voorgangers in de Derde Wereld. Katheder of preekstoel komen nu al gauw in het vizier.- Jaargang 44
- nummer 22
In geen dorp in Galilea ontbrak het aan voorgangers die hoogstbekwaam hun cursussen in Mozaïsche wetgeving konden aanbieden. Schriftgeleerden en zo. Maar dat is toch niet het type arbeider dat de Here Jezus bedoelt.
Daarvan had het Joodse volk er eerder teveel. Ambtenaren in religieuze zaken te over. Men kon onder hen nog kiezen uit een lichte of een zware school.
Uit de hele context van Mattheüs 9 merk je dat de Here Jezus een heel ander soort arbeiders bedoelt. Geen pientere deskundigen die hun vijfjarenplannen voor de schare uit het bureau trekken; geen ontwikkelingswerkers die een jaar aan Afrika geven, hoe waardevol ook(maar dat is een ander hoofdstuk). We lezen van de Heiland dat hij met ontferming over de scharen bewogen werd. Het raakte hem tot in zijn ingewanden, zo ongeveer bedoelt het Grieks. Het woord ‘medelijden’ is heel treffend. Hij leed samen met die mensen, verward en afgetobd als ze waren. Het deed hem zeer in zijn lijf. Tegenwoordig gebruiken we het woord empathie dat een grote stap verder gaat dan het woord sympathie.
Wie sympathie heeft met een bedelaar, schuift hem een geldstuk toe terwijl hij in de auto blijft zitten.
Empathie drijft hem de auto uit, het trottoir op waar de bedelaar hurkt en waar onze vriend nu naast hem gaat zitten. Mede-lijden, mede-hurken, mede-tobben, mede-huilen. De arbeiders waarover de Here Jezus het heeft, zijn dan ook geen weleerwaarde dominees of mensenbekeerders. Nee, landarbeiders!
Ze zwoegen en zweten achter de Here Jezus aan met de mensen mee. Kent U de Amerikaanse N.T. vertaling The Message van Eugene H. Peterson? Ik kan die bij U aanbevelen.
Peterson vertaalt hier harvest hands.
Hulpjes in de oogst. Veel lager kan het al niet. Niemand wil dat graag worden.
Daaraan was er in alle culturen en alle tijden steeds een tekort. Zoiets nederigs bedoelt de Here Jezus. Het is meer een instelling dan een beroep.
Zelfs een dominee kan het maar met moeite worden. Je kunt er niet voor leren maar moet er wel voor afleren.
Statistisch betekent het werk van zo’n empathie-arbeider in het grote Afrika natuurlijk helemaal niets. Voor statistisch materiaal is het te gering. Het doet niets. Maar in het koninkrijk betekent het wel wat. Het is ermee als zout. Niemand heeft het ooit zien werken maar je proeft onmiddellijk als het er niet is. Je proeft het direct. Het doet wat. Op de een of andere manier bewerkte het dat een stukje Galilese schare kudde van de Heer werd. Gij zijt de empathie van de wereld, zou Hij vandaag gezegd hebben. Een preek kun je horen; een boekje kun je uitgeven; een actie kun je van stapel sturen.
Maar dat empathische mede-lijden moet je- zoals we vroeger zeidengegeven worden maar je mag het wel afkijken van de Here Jezus. Achter hem aan mag je bij hem afkijken.