Werk aan de Weg

2000-10-27
  • Jaargang 44
  • nummer 22
Sta eens stil bij het werk aan de weg… Een slecht advies: als iedereen dat doet komen er nog meer files.
Een goed advies: nu het gaat om het werk aan De Weg. Met andere woorden het project [Nieuwe Bijbelvertaling], Werk in uitvoering. Op 30 oktober wordt aflevering 2 gepresenteerd, waarin Genesis, dertig Psalmen, Zacharia, Marcus, Tobit, 1 Korintiërs en De openbaring van Johannes.
De laatste titel is tegen de zin van de schrijver van dit artikel: hij blijft volhouden dat 'Openbaring aan Johannes' beter weergeeft wat er staat (aan zijn dienstknecht) en waar het om gaat (openbaring: God - Jezus Christus - zijn engel - Johannes).

Van brontekst (Hebreeuws, Aramees, Grieks) naar doeltaal (Nederlands) is een lange weg. Daar wordt hard gewerkt, door veel mensen.
'n Deskundige in oud of nieuw testament zorgt voor een letterlijke weergave.
Een neerlandicus bewerkt deze.
Samen komen ze tot één vertaling. 'n Tweede koppel gaat eenzelfde traject.
Eén en ander resulteert in een bijgestelde vertaling. Deze wordt gecontroleerd door het coördinatieteam en getoetst door de begeleidingscommissie.
De versie die zo ontstaat gaat naar ruim vijftig meelezers in Nederland en België. Deze dames en heren mogen op de proefvertaling schieten.
Tenslotte rolt er een eindvertaling uit die in afleveringen op de markt wordt gebracht.
Een meelezer (supervisor heet dat officieel) speelt maar een kleine rol in het grote project. Aan het eind van de rit valt er niet veel meer te sturen.
Om te laten merken dat ook hij meerijdt, moet hij wel eens bruusk op de rem trappen.

Niet krampachtig
Ik wil het niet meer hebben over de weergave van Gods naam, het gebruik van hoofdletters en het zogenaamde inclusief vertalen: broeders en zusters, als de tekst alleen broeders noemt.
Wat mij betreft mag dit, maar niet altijd; alleen vertaal je dan niet inclusief maar expliciet! Aan de andere kant moet je ook niet krampachtig doen. Als de meester zegt: 'Kom, jongens, we gaan vandaag iets leuks doen', hoeft geen enkel meisje zich gediscrimineerd te voelen.
De dertig psalmen zijn oké. Poëtisch, zonder elitair te worden (zoals Gerhardts bewerking, waar ik overigens alle respect voor heb). Maar toch moet je hier en daar pompend remmen… Neem psalm 104. Ik heb wel eens tegen een modern theoloog gezegd: overal waar jullie in de bijbel maar een plasje water tegenkomen, denken jullie onmiddellijk aan een Gode vijandige oervloed. Vers 6 hebben we een halve eeuw lang gelezen als: 'De waterdiepte – Gij hebt haar als met een kleed bedekt'. In de toekomst zullen we moeten lezen: 'De oerzee bedekte haar (de aarde) als een kleed'. Tot boven de bergen stonden de wateren. Ik heb de werkers aan de weg (zie boven) om een kwartier, hooguit een halfuur van hun tijd gevraagd. Wilt u in een Nederlandse vertaling eens alle plaatsen opzoeken waar in de Hebreeuwse tekst tehóm staat? Alleen in Genesis 1 en Spreuken 8 kùnt u aan zoiets als oervloed denken (wat dit verder dan ook moge betekenen).
Maar op alle andere plaatsen (± 30) betekent het gewoon waterdiepte, diepzee of iets dergelijks – wàt de woordenboeken ook beweren en hóé ze de betekenissen ook indelen.
In psalm 104 oerzee vertalen, lijkt me dan ook een hachelijke zaak.
Hiermee richt je de aandacht enkel en alleen op de schèpping van de wereld.
Terwijl je de mogelijkheid moet openhouden dat het hier over de tijd van de zòndvloed gaat. De diepzee bedekte de aarde als een kleed…

Lidwoorden
In vers 35 worden steevast lidwoorden vertaald die er in het Hebreeuws niet staan (ja, ik weet wel dat het een poëtische tekst is): 'De zondaars zullen van de aardbodem verdwijnen, de goddelozen zullen niet meer bestaan'.
In de vernieuwde wereld van straks is het dus: over en sluiten met onmensen als Hitler. Toch zegt Maartje van Tijn, schrijvend over rabbijnse visies op het hiernamaals: '…Hitler mag blij zijn, als hij – wie weet – in de Joodse hel terecht gekomen is'. Dan heeft hij namelijk nog een kans om in de Tuin van Eden te belanden! Zo zegt psalm 104 niet, dat de zondaars-van-nu er niet meer zullen zijn, maar dat er geen zondaars meer zullen zijn - en dat is heel andere koek… Uitgenodigd om even stil te staan bij het werk aan de weg. Van een afstand zie je soms beter wat er misgaat dan met je neus bovenop het werk. Je roept de arbeiders iets toe, maar het signaal is te zwak, het gaat verloren in het lawaai van de bouwplaats.

Stokpaardjes
Terugkomend op nieuwe vertaling van Openbaring enkele stokpaardjes.
Ik pleit ervoor om in nieuw- en oudtestamentische teksten het aanklagende 'wee' te vervangen door het klagende 'ach'. Wat zou de lezer dan telkens weer geconfronteerd worden met Gods bewogenheid!
De nieuwe 'vuurpoel' verbetert de oude poel des vuurs, maar één stap verder was duidelijker geweest: de vuurzee! Het nieuw Jeruzalem 'daalt' nog steeds 'neer' uit de hemel: een gebeuren in de eindtijd. Terwijl de bedoeling zal zijn: een toestand in de nieuwe tijd. De nieuwe Sionsberg reikt tot de hemel, op zijn hellingen ligt het nieuwe Jeruzalem, neergolvend als een bruidssluier. Naar beneden gaan in de zin van: aflopen, glooien. Lof en eer betuigen is iets heel anders dan wat er staat: zij brengen hun heerlijkheid in haar, en: hun heerlijkheid en eer zullen in haar gebracht worden.
Maar, het moet gezegd: soms tikken de bouwvakkers aan hun helm, steken hun duim in de lucht en volgen de aanwijzingen van de meelezer op. Als ik goed tel zeven keer, en dat lijkt me heel toepasselijk bij een boek als openbaring… Meelezers worden geacht de toekomstige lezers te representeren. Ik bedank de leden van mijn gezin die meeluisterden met de meelezer. Verschillende suggesties kwamen bij hen vandaan. En dat was denk ik ook de bedoeling.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief