Wat er niet staat .....

2000-11-10
  • Jaargang 44
  • nummer 23
Een ‘argumentum e silentio’ - een argument, afgeleid uit stilzwijgen, is een riskant argument. Er wordt uit het feit, dat de schrijver iets niet zegt, conclusies getrokken. Je zou verwachten dat de auteur hier dit en dat zou zeggen, hij doet dat echter niet, en dus moet hij daar een bedoeling mee hebben. De komende twee meditaties gaan over dingen, die niet uitgesproken worden. Het zijn ‘slechts’ meditaties, op het spoor gezet door het zwijgen van de apostel Paulus.

´Schrijver - Lezers – Groet´
‘Paulus en Timotheüs, dienstknechten van Christus Jezus......’ Zo begint de brief aan de Filippenzen.
Een begin waaraan we meestal weinig aandacht besteden, want de werkelijke inhoud van de brief komt later pas. Het is immers, zoals ook in onze brieven, standaard. Zo deed Paulus dat altijd, de geoefende bijbellezer leest haastig verder, want dat Paulus en Timotheüs dienstknechten van Christus waren is ook al bekend.
Maar wie de aanhef van alle brieven van Paulus met elkaar vergelijkt 1) valt wel iets op. In bijna alle brieven noemt Paulus zichzelf nadrukkelijk apostel en meestal zet hij er nog iets bij om duidelijk te maken dat dat door Gods roeping is. Hij doet dat om zichzelf te presenteren als een man met gezag.
Er dient naar hem geluisterd te worden, hij is immers door de Heiland persoonlijk geroepen tot het ambt van apostel.
Maar hier in Filippenzen laat Paulus dat achterwege. 2)

Bij het lezen van de brief aan de Filippenzen blijkt dat het niet nodig was. Er waren daar geen mensen die tegen Paulus wilden ingaan. Zijn positie als apostel was niet in geding. 3) En dus (argumentum e silentio!) vond hij het blijkbaar niet nodig om op zijn strepen te gaan staan.

Omgaan met gezag
Dat is leerzaam. Gezag is niet iets, waarmee gezwaaid moet worden. Het heeft in zichzelf geen waarde. Gezag is datgene, wat je nodig hebt om je verantwoordelijkheden te kunnen uitoefenen.
Het is de ruimte, die anderen je moeten geven zodat jij kunt doen wat God van je vraagt.
Er is natuurlijk heel veel gezag op de wereld. De overheden hebben gezag, ouders ten aanzien van hun kinderen, ambtsdragers in de kerk, leerkrachten in het onderwijs enzovoorts enzovoorts.
Het gezag is uiteraard beperkt tot het terrein van de opdracht. De leraar heeft gezag op school, maar over de kinderen in de thuissituatie heeft hij geen zeggenschap.

We laten even buiten beschouwing dat gezag nog iets anders is dan macht.
Je kunt wel het gezag hebben, maar de macht om de catechisaties volgens plan te laten verlopen heb je niet, zo weet iedere predikant. Je krijgt lang niet altijd de ruimte om te doen waartoe je geroepen bent. Daar zit een probleem.
Tegenwoordig doet de gedachte opgeld, dat gezag ‘verdiend’ moet worden; dat is te eenzijdig. Er is meer over gezag te zeggen. Paulus hoefde zijn gezag niet te verdienen. Hij eiste het in veel gevallen op; hij was immers apóstel! Dat gezag krijgt een mens van God.
Maar wat dan? Bij ‘gezag’ denken we aan allerlei nare mannetjes, Milosevic en zo. Gezag gaat gepaard met macht, en daar kicken mensen op. Hoe is dat bij Paulus?

Paulus is geen ‘uniform-freak’, die graag met zijn duimen achter zijn uniformjasje rondstapt om iedereen te laten zien welke belangrijke ambtelijke funktie hem wel was toevertrouwd.
Hij was niet, zoals je in sommige landen bij douane en politie kunt zien, een betrekkelijk onbeduidend figuur die dankzij zijn betrekking andere mensen kan lastigvallen.

Liever slaaf
Daar waar mensen naar Paulus luisteren, wil Paulus niet als ‘apostel’ binnenkomen.
Dan komt hij binnen als ‘dienstknecht’ - letterlijk staat er zelfs : ‘slaaf’. Dat is het tegendeel van hoogwaardigheidsbekleder.
Als het even kan, wil Paulus liever als slaaf dan als apostel beschouwd worden.
Wat is het verschil tussen ‘apostel’ en ‘slaaf’? Het apostelschap van Paulus was bijzonder. Er waren wel meer apostelen, maar het overgrote deel van de gelovigen was het niet. Het ‘slaaf-zijn’ van Paulus was niet uniek.
Alle gelovigen zijn (Zondag 1) eigendom van Christus en met lichaam en ziel van Hem.
Paulus doet zich kennen als één van hen. Hij roept de gemeenten dikwijls op zijn voorbeeld te volgen. Soms kan het nodig zijn je gezag te laten gelden.
Maar als het niet nodig is, liever niet. Gezag is niet ‘leuk’ of ‘interessant’.
Veel beter is het, dat wij ons realiseren dat wij in de eerste plaats zijn: eigendom van Christus - slaaf van Hem. Dan kun je met gezag omgaan op de goede manier.
Waar kinderen van God in liefde samenwonen kan iedereen zichzelf zijn en doen wat hij of zij moet doen.
Over gezag wordt niet meer gesproken.
Daar zijn broeders en zusters met elkaar samen; allemaal dienstknechten van de Here Jezus Christus. Dat is het beste.

Noten:
1) Evenals de brieven van de Here Jezus in Openbaring 2 en 3 in aanhef van elkaar verschillen, en niet zonder reden.
De manier waarop iemand presenteerde was blijkbaar belangrijker dan wij vaak beseffen.
2) Ook aan de brieven aan de Thessalonicenzen aan Filémon; dat zijn de situaties, waar Paulus’ gezag op geen enkele manier in het geding was.
3) Het heftige hoofdstuk 3 is niet gericht tegen gemeenteleden, maar tegen bedreiging van Judaïsten van buitenaf.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief