Hoe zegt u?

2000-11-24
  • Jaargang 44
  • nummer 24
Hoe reageren mensen wanneer ze denken dat er bij een ander iets fout kan gaan? Meestal gaan we dan preken. We waarschuwen tegen alle mogelijke gevaren, terwijl ook de konsekwenties van wat er fout kan gaan niet vergeten worden. Pas toch op.
Dan blijkt dat vaak averechts te werken.
Mensen worden boos, voelen zich onbegrepen en begrijpen vaak niet waar je heen wilt. Ondanks alle goede bedoelingen.
Het kan ook anders.
Soms moeten zorgen onuitgesproken blijven. Misschien is er te weinig direkt bewijs, misschien is het gewoon niet verstandig om op dat moment de zorg uit te spreken. Zou het kunnen dat de apostel Paulus zorgen had over de situatie in de kerk van Filippi, die hij niet expliciet verwoordt, maar die je wel ziet meespelen bij het kiezen van zijn woorden?
Ditmaal niet, zoals de vorige keer, een weggelaten woord, maar veelmeer een overbodig (?) woord.

God toch is mijn getuige, hoezeer ik met de ontferming van Christus naar u allen verlang.
Fillipenzen 1:8

Overbodig woord?
Het woord dat hier overbodig is, is het woord ‘allen’. Nu zou dat niemand zijn opgevallen, wanneer niet datzelfde woord in dit hoofdstuk zo vaak opduikt. Natuurlijk moeten we niet elk woordje op een weegschaal wegen. Dat de apostel bijvoorbeeld aan het begin van zijn brief de brief richt aan al de heiligen, en dat hij voor hen allen met blijdschap bidt, is niet echt vreemd. Dat mag natuurlijk wel eens gezegd worden.
Maar daarna gaat het woordje opvallen, irriteren haast. Nadat hij de prachtige woorden uit 1:6 geschreven heeft (dat God het goede werk dat Hij in hen begonnen is, ook tot voltooiing zal brengen) zegt hij zo van u allen te denken spreekt voor mij dan ook vanzelf.....
daar gij allen ..... deelgenoten zijt van de mij verleende genade.
En dan komen de woorden die hierboven staan, dat hij naar hen verlangt. God is mijn getuige. Hij roept zelfs God erbij, en dat doe je niet zomaar. God weet hoezeer ik naar u allen verlang!
Het gaat opvallen. Want in al die teksten kan het woord gemist worden.
Vers 7 is zelfs lastig te vertalen, omdat in het Grieks "gij allen"
erg hinderlijk en overbodig aan het eind nog eens wordt herhaald.

Verdeeldheid en verdeeldheid Wat kan Paulus bezield hebben om het zo nadrukkelijk te doen?
Waar is hij bang voor? Hij zegt het niet, hij waarschuwt niet nadrukkelijk tegen de verdeeldheid. Maar hij legt sterk de nadruk op de eensgezindheid.
Laten we er eens vanuit gaan, dat de uitleggers die de verdeeldheid veronderstellen, gelijk hebben. Wat valt er dan van Paulus te leren?
Er bestaan twee soorten verdeeldheid.
De ene is terecht: er kan geen gemeenschap zijn tussen waarheid en leugen, tussen wat bij Christus brengt en van Christus afvoert. In het Nieuwe Testament wordt in zo’n geval klare taal gesproken; de leugen wordt ontmaskerd en de dwaalleer aan de kaak gesteld.
Er bestaat in Gods koninkrijk ook onterechte verdeeldheid. Wanneer niet goed wordt omgegaan met de verscheidenheid. De één is de ander niet, en de verschillen tussen mensen zijn zowel innerlijk als uiterlijk fors. Het gevaar is niet denkbeeldig dat we elkaar gaan afrekenen op punten, die helemaal geen scheiding mogen brengen, maar tot het terrein van de christelijke vrijheid horen. Mogelijk is Paulus ter ore gekomen dat binnen de gemeente van Filippi zulke verschillen tot tegenstellingen dreigen te worden.
En dan blijkt dat motief in de brief voortdurend op de achtergrond aanwezig.
Hij roept hen op zich het evangelie waardig te gedragen (1:27). Dan sta je vast en strijd je voor het geloof in één geest en één van ziel. Paulus zal zielsblij zijn als zij eensgezind zijn, eensgezindheid die bereikt wordt door het voorbeeld van Christus na te volgen (2:1-11).
Maar er is nergens een vermanend woord van Paulus, behalve twee met name genoemde zusters, die eensgezind moeten zijn in de Here (4:2).

Positieve benadering
Paulus gebruikt zichzelf als voorbeeld.
Hij is er nog niet. Hij is nog niet volmaakt. Hij heeft het nog niet gegrepen. Tot de dag van zijn dood zal hij blijven jagen naar de prijs. Maar tegelijkertijd is hij door Christus Jezus gegrepen. Daarom is hij wel volmaakt, en niet alleen hij, nee, laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren....
staat in 3:15.
Wij allen, die volmaakt zijn.
Deze positieve benadering, met positieve opwekkingen, bestrijdt de dreigende verdeeldheid. Juist door te zien hoe rijk je bent, kun je voorkomen dat je tot armoede vervalt.
En God zal verder wel zorgen.
Een positieve benadering, niet zwaaien met doem-scenario’s. Niet elk gevaar is te bewijzen, en niet elke verdeeldheid is ketterij. Dan helpt het om te zien op Christus, en zijn apostelen niet alleen in de leer, maar ook in het leven na te volgen.
Het is de vreugde in Christus die mensen samenbindt, het is door het zien op Hem, dat je je realiseert hoe kostbaar die ander in Gods oog is.
Wat is het goed om te zeggen: wij allen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief