Amen
2000-11-24
Is het u bij het bijbellezen wel eens opgevallen, dat het woord-je 'amen' daar nooit voorkomt aan het eind van een gebed? We vinden het daar wel na een lofprijzing of een zegenwensdaar is het zelfs gebruikelijk - maar nooit na een gebed. In onze praktijk is het zo, dat wij het woordje 'amen' vrijwel uitsluitend aan het eind van het gebed gebruiken. In vergelijking met de bijbel is er bij ons dus een aanzienlijke verschuiving in het gebruik gekomen.- Jaargang 44
- nummer 24
Daar komt nog iets bij. Als wij bidden, zeggen we aan het slot van het gebed zelf amen. Aan het eind van een preek zegt een predikant zelf amen. En aan het slot van een zegenbede doet de voorganger in de kerkdienst dat zelf.
Mee daardoor is de betekenis van dit woordje in belangrijke mate uitgesleten.
Amen is gedevalueerd tot een slotwoord, een stopteken. Het is als een stukje zilverpapier waar geen chocolade meer in zit. Het glinstert en schittert nog wel. Het klinkt ook nog wel plechtig, vooral als het gedragen en met een ongebruikelijke klemtoon wordt uitgesproken, maar het heeft zijn betekenis verloren. Het is uitgesleten tot een cliché-matig slotornament, een mooie versierde punt.
We hebben zo geen benul meer van de werkelijke betekenis. In de bijbel vinden we namelijk een heel ander gebruik. 'Amen' is daar de reactie van het volk op het Woord van God, op een zegenbede of op een lofprijzing.
Het wordt niet uitgesproken door degene die het Woord van God brengt of de zegenbede uitspreekt, maar door degene(n) die ernaar geluisterd heeft (hebben). Het is een reactie van de hoorders op het gehoorde. Zij be-amen wat er gezegd is. Ze zeggen er in letterlijke zin 'amen' op. Dat is een heel wat zinniger praktijk dan de onze.
M.R. van den Berg, Assen