Ongelukken in de pastorie
2000-11-24
Onder deze titel schreef Ds. G. Herwig uit Wierden vijf interessante artikelen in ‘De Waarheidsvriend’, wekelijks orgaan van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Wij citeren uit het tweede artikel waarin Ds. Herwig het jaar 2000 vergelijkt met pl.m. 1850 het volgende: ‘Nee; dan anno 2000, de fax ratelt, de telefoon rinkelt of piept, en ‘stille tijd’ moet bewust worden gezocht en bewaakt!- Jaargang 44
- nummer 24
Nu, maar dáár is de gemeente (en de dienaar zelf) goed mee! Dus: zoeken en bewaken! Trouw bewaken!
‘Mijn beê, met opgeheven handen, klimm' voor Uw heilig aangezicht, als reuk-werk, voor U toegericht, als offers, die des avonds branden’. Juist omdat de dienaar van het Woord in zijn dagelijks bezig-zijn zo menigvuldig ‘moet’ voorgaan in gebed moet er voor hem steeds zijn die heilige oefening in de gebeden, voor zichzelf- persoonlijk en ambtelijk- toegespitst op de vele noden, zorgen en vreugden in dat heerlijke dienstwerk. En dat bij een open Bijbel! ‘Spreek, HEERE, want uw knecht hoort!’. De veelsprekende dienaar moet met name een horende dienstknecht zijn en telkens worden!
Vervuld met de Geest van Pink-steren!
'k Merk zelf hoeveel moeite me dat kost! Ten eerste dat ‘zoeken en bewaken’, maar als de tijd dan gezocht en gevonden is, die tijd ook vruchtbaar besteden. (Soms verlang ik weleens naar de stilte van de lege kerk, om daar geknield voor Gods aangezicht op adem te komen!) Wellicht verdient het ook aanbeveling - zoals ik soms met veel vrucht doe - deel te nemen aan een kleine gebedskring in de gemeente, niet als ‘dominee’, maar gewoon meebiddend, delend in de zorgen en noden van de gemeente, waarvan we zelf deel uitmaken. En hoe heilzaam kan het niet zijn als tijdens een bezoek in de gemeente aansluitend op mijn gebed het bezochte gemeentelid verder bidt, met name bidt voor de door God gezonden dienaar van het Woord om zegen voor hem en zijn gezin. ('k Heb dat nu een paar keer meegemaakt en 't heeft me diep getroffen!)
Eenzaam
Dat brengt me bij een belangrijk aspect om niet te vergeten. 'k Hoor nogal eens verzuchtingen als zou het leven in de pastorie een ‘eenzaam’ leven zijn.
Nu, soms is dat ook zo, maar vaak door eigen schuld. We vergeten maar al te vaak, dat we gedragen worden door de gebeden van velen uit de gemeente, dat ons gebed met name gereinigd en geheiligd wordt door de barmhartige Hogepriester, gezeten aan des Vaders rechterhand. Als trouwtekst geven we nogal eens mee: ’Wentel uw weg op de HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken’, of: ’Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u’. Nu, is dat prak-tijk der godzaligheid in de pastorie, in de studeerkamer, op zondag en in de week?!
En als er dan gebedsmoeheid optreedt in de studeerkamer, er langdurig geestelijke bloedarmoede wordt geleden, waarom dan ons niet gewend tot een broeder in de HEERE uit de kring van de kerkenraad, tot een collega-predikant die van zwijgen weet, waarom dan onze ambtelijke nood niet gedeeld?
Moeten er dan ‘ongelukken’ komen?
Dienaar van het Woord, ‘let op uw saeck!’. Dat geldt dan vervolgens ook de kerkenraad en- breder- de hele gemeente’.
Inderdaad kan een dominee in gebedsverlegenheid raken. Als dan zijn zuch-kerkten gericht is op zijn Zender, zal de HERE van de verlegenheid van zijn dienaar zijn gelegenheid maken om hem opnieuw eraan te herinneren hoe afhankelijk hij is van zijn hoge Opdrachtgever en hem nieuwe moed schenken. Ik denk hierbij aan een gedicht van Moeder Teresa. Ik kwam het tegen in het boek van kardinaal Simonis over het ‘Onze Vader’ onder de titel: ’Op de adem van het leven’. Er staat boven: ‘Gebed voor hen die niet kunnen bidden’ en luidt: Heer, help de man of de vrouw die zou willen bidden maar het niet kan.
Aanvaard hun verlangen te bidden als een gebed.
Luister naar hun zwijgen en ontmoet hen daar in hun woestijn.
U hebt al eerder mensen uit woestijnen geleid en hun uw beloofde land laten zien, hoogste Heer, koning van koningen.
Amen.
O. Mooiweer, Enschede