In therapie: gelóven we het wel?
2000-11-24
In dit artikel wordt op een praktische manier ingaan op de rol die geloof speelt binnen psychotherapie. Uiteraard spelen er veel meer facetten mee zoals theoretische en fundamentele uitgangspunten. De schrijver van deze bijdrage heeft ervoor gekozen om een en ander duidelijk te maken vanuit haar ervaringen in de praktijk.- Jaargang 44
- nummer 24
In de informatiefolder van de STAGG staat over geloof en hulpverlening dat de medewerkers hun therapeutische arbeid vanuit hun christelijke geloofsovertuiging verrichten. Dat is iets anders dan pastorale hulpverlening.
Het werk van de STAGG is te typeren als professionele psychosociale hulpverlening. Pastorale hulpverlening hoort naar onze mening thuis in de kerkelijke gemeente. De medewerkers van de STAGG zijn specialisten die de hulp van het 'thuisfront'’ vanuit een andere, professionele, invalshoek aanvullen met therapieën en methodieken. Zij hebben de intentie dit te doen binnen bijbels- ethische grenzen.
Christelijke levensovertuiging en geloofsbeleving
In het kennismakingsgesprek (de intake) komt de geloofsbeleving van de cliënt aan de orde. Wat betekent het geloof voor hem?( welke plaats hebben God, de Bijbel en het gebed in zijn leven). Ook tijdens de behandeling kunnen de geloofsthema’s ter sprake komen. De therapeut gaat niet inhoudelijk in op eventuele geloofsvragen. Daarvoor verwijst hij naar de pastor.
Op twee begrippen uit de folder wil ik wat nader ingaan : - ‘Vanuit christelijke levensovertuiging’ : als hulpverlener kan ik niet anders dan als christen mijn werk doen, zoals ik naar de mensen luister, overweeg , me afvraag welke aspecten er nog meer van belang zijn in de problematiek en de situatie van de cliënt(en).
Geloof is fundamenteel, dus bepalend, richtinggevend voor het leven.
Dat komt onder andere tot uitdrukking in de bejegening van de cliënt : vanuit respect met elkaar omgaan, zorgvuldig zijn in het contact, betrouwbaar en hoopvol. Maar ook uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. Dat betekent hem behulpzaam zijn bij het nemen van een beslissing of het maken van een (morele) keuze . Heeft de cliënt goed overzicht over zijn situatie envoor zover mogelijk - voldoende inzicht in zijn motieven om zelf een besluit te nemen en de verantwoordelijkheid daarvoor te dragen.
- ‘Tijdens de intake komt de geloofsbeleving van de cliënt aan de orde’ : dat kan zijn door directe vragen daaromtrent te stellen, of naar aanleiding van wat iemand vertelt uit zijn leven.
De therapeut gaat in op de betekenis van geloof en geloofsvragen, en ongeloof. Niet een inhoudelijke discussie, dat valt buiten zijn professionaliteit.
De STAGG vindt het belangrijk om dat onderscheid aan te houden.
Door zelf te vragen naar de geloofsbeleving maken we de cliënt duidelijk dat er binnen de therapie gelegenheid is om over alles te praten wat hem bezighoudt. Er is dus ruimte om over geloof en alles wat daarmee samenhangt te praten. Dat geeft vanaf het begin ‘krediet’, vertrouwen, zodat de cliënt zich open durft te stellen en de therapie een grotere kans van slagen heeft.
Afhankelijk van de hulpvraag kan tijdens de therapie op de betekenis van geloof verder ingegaan worden.
Wanneer het geloof, de relatie met God , als een steun ervaren wordt, spreekt de cliënt er doorgaans niet zoveel over. Hij werkt aan zijn problemen vanuit deze ervaring van steun.
Het verhaal van Mieke
Het is anders als er in de levensvragen van de cliënt ook geloofsproblemen meespelen. Dan verdienen deze vragen aandacht en bespreking. Ik zal dat met een praktijkvoorbeeld verduidelijken.
Uiteraard gaat het over een gefingeerde persoon.
Mieke, een 25-jarige vrouw, die sinds een jaar een relatie heeft met een man van dezelfde leeftijd, meldt zich aan met spanningsklachten. Tijdens de intake legt ze zelf een verband met haar houding in het leven en haar manier van omgaan met familie, vriendinnen, collega's, en met haar vriend. Altijd is ze bereid om anderen een plezier te doen. Nu ze erbij stilstaat realiseert ze zich dat ze spanningen krijgt en zich down voelt als ze met anderen is, Hoe kan dat?
Haar geloof is een steun voor haar, ze is actief in haar kerkelijke gemeente.
Ze vindt dat ze meelevend behoort te zijn.
In de therapiegesprekken ontdekt ze langzamerhand welke invloed haar gezin heeft gehad op haar ontwikkeling.
Van zichzelf al gevoelig voor verwachtingen van anderen, is ze opgegroeid als steun voor haar onzekere moeder. De zorg voor het gezin kwam op moeder neer, vanwege de drukke baan van vader.
Het gezin is een aantal malen verhuisd, in verband met vaders werk, ook naar het buitenland. Mieke moest elke keer wennen, vriendinnen maken binnen een al bestaande groep, zich thuis gaan voelen. In de puberteit werd ze verliefd, had ook wel eens verkering. Tijdens haar studententijd durft ze zich niet meer te binden. Ze maakt haar studie af en vindt een goede baan als jurist.
Nu probeert ze als jongvolwassene haar eigen leven vorm te geven. Ze weet niet goed wie ze zelf is, wat ze zelf wil. Ze is daarentegen erg goed in aanvoelen wat anderen van haar willen.
Als rode draad speelt het thema vertrouwen, kan ik op mezelf vertrouwen - wie ben ik zelf - acceptatie -kan ik anderen vertrouwen. Kan ik op hun liefde en vriendschap vertrouwen, ook als ik mijn eigen weg zou gaan.
Durf ik me aan anderen toe te vertrouwen door me open te stellen en kwetsbaar te zijn.
Daaronder speelde een fundamentele vraag, die ze lange tijd niet durfde te stellen. Een gelijkenis uit de Bijbel gaf haar de moed om aan die vraag toe te komen. Mieke herkende zich in de jongste zoon, die zijn erfdeel van zijn vader verlangt en de wereld intrekt.
Haar grootste angst was, dat als zij die jongste zoon zou zijn, de vader haar niet met open armen zou verwelkomen.
‘Ik durf niet op God te vertrouwen, maar dat mag ik toch nooit zeggen’.
Ik vroeg wat het voor haar betekende dat ze haar angst onder ogen had durven zien en uitspreken.
Ze was geweldig opgelucht en gerustgesteld, dat ze in de therapie de ruimte en de veiligheid had ervaren om haar diepste wantrouwen onder ogen te durven zien.
Voor haar was dat een keerpunt. De krampachtigheid verdween uit haar relaties, ook uit haar verhouding tot de Heer. In de therapiegesprekken leerde ze om te gaan met haar mogelijkheden en beperkingen. Haar spanningsklachten verdwenen, ze durfde verantwoordelijk voor haar eigen leven te worden. Wanneer ze zich gespannen voelde kon ze dat meer en meer zien als een signaal dat ze teveel ingaat op verwachtingen van anderen.
Uit dit voorbeeld blijkt dat Mieke's identiteitsproblemen samenhangen met haar geloofsbeleving .Door stap voor stap zelf verbanden te ontdekken, is ze ook toegekomen aan de meest fundamentele vraag.
De rol van het geloof
Niet voor alle therapieën geldt dat de betekenis en de beleving van geloof zo intensief besproken hoeft te worden.
Soms wil de cliënt dat ook niet.
Er kan een nadeel kleven aan een christelijke instelling ,vanuit een oppervlakkige gedachte dat we er allemaal hetzelfde over denken. Bij gezinsproblemen verwachten ouders dan dat de therapeut onvoorwaardelijk de kant van de ouders kiest, of inhoudelijke uitspraken doet over regels binnen het gezin. Vragen aan ouders worden dan opgevat als aantasting van hun gezag.
Of bij huwelijksproblemen: dan gaat een of beide partners ervan uit dat de therapeut de gezagsstructuur volgens de apostel Paulus aan de ander oplegt.
Eigenlijk is het echtpaar gekomen om te horen wie er gelijk heeft. De hulpverlener moet als een rechter uitspraken doen. Soms is de beslissing om te scheiden al genomen door een van beide partners of door hen samen.
Echtpaartherapie heeft dan geen kans van slagen meer. ‘Slechts’ op aandrang van de pastor, de familie of voor hun eigen geweten wordt de gang naar de STAGG gemaakt.
Na afsluiting van de therapie wordt het mislukken ervan als een soort vrijbrief of als een reden gebruikt om de scheiding te motiveren of goed te praten. Ook daarom is het belangrijk om naar de verwachtingen van de hulpvragers ten aanzien van het 'christelijke' te vragen.
Samen met het gezin, het echtpaar of de individuele cliënt zoeken we naar hoe ieder tot ontplooiing kan komen, in dienst van onze God.