Kuiterts laatste schap
2000-12-08
Consequentie kan dr. H.M. Kuitert niet ontzegd worden. Na alles wat hij van de traditioneel-christelijke voorstellingen al eerder overboord zette, sneuvelt in zijn nieuwste boek ‘Over religie’ het geloof in een persoonlijke God. Houdbaarheidsdatum verstreken.- Jaargang 44
- nummer 25
In Trouw van 13 oktober j.l. lichtte hij deze conclusie nog eens toe. Maar hoe houdbaar is zijn conclusie?
Als mensen überhaupt kunnen oordelen over de motieven van iemand anders, dan komt het mij voor dat Kuitert in elk geval eerlijk is. In zijn worsteling met de traditie steekt hij zijn gedachten en conclusies nooit onder stoelen of banken. Iedereen kan hem narekenen. In orthodox-protestantse kringen waar een sterk verzet leeft tegen zijn ideeën kan men aan deze eerlijkheid nog wel eens een voorbeeld nemen. Publieke discussies worden daar soms dermate beperkt gevoerd dat de conclusie nauwelijks anders kan zijn dan dat angst de raadgever is.
Ook scoort Kuitert een punt als hij schrijft dat de traditionele kerken zich vaak hullen in ’vaagheid, arrogantie en onmacht’ wanneer zij reageren op onorthodoxe opvattingen. Laat ze althans de vragen waarmee hij komt, serieus nemen.
Ons bevattingsvermogen
Hoewel ik om veel van de vragen die Kuitert stelt niet heen kan, kan ik hem in zijn afwijzing van God als Persoon niet volgen, zoals ik hieronder zal toelichten.
Mijn zoon van 7 vroeg mij vorige laatst: ‘Is de Here God een jongen?’ Ik antwoordde ‘Hij is geen jongen en hij is geen meisje’, maar hij was niet overtuigd.
Volgens hem was God toch een jongen, ‘maar dan wel anders’. Met deze conclusie konden wij allebei wel leven. Iemands begripsvermogen is immers bepalend voor zijn voorstellingswereld en dat geldt niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen.
Bij Kuitert is het echter omgekeerd: het menselijke bevattingsvermogen is het criterium om geloofsvoorstellingen te aanvaarden of te verwerpen. De Engelse wetenschapper en apologeet C.S. Lewis – bekeerd tot het christendom na tientallen jaren overtuigd atheïsme – heeft mij een andere, meer vruchtbare weg gewezen. Kuitert zou eens zijn ‘Het ware gelaat’ ter hand kunnen nemen, een verhaal over twee koningsdochters, waarvan de ene wel inzicht krijgt in de metafysische werkelijkheid en de andere niet.
Geloof en wetenschap
Kuitert geeft mij altijd het gevoel dat hij geloofsvoorstellingen voor de rechtbank van de wetenschap zet.
Maar dat is een even onvruchtbare confrontatie als de omgekeerde: de wetenschap voor de rechtbank van de geloofsvoorstellingen dagen. Na het proces tegen Galileo Galileï zijn we in Europa daar gelukkig van af gestapt.
Maar het eerste doen we in onze tijd misschien wel meer dan ooit.
Studenten worden bijkans gehersenspoeld tot een methodisch atheïsme: een wetenschap bedrijven alsof God niet bestaat. Ten onrechte, want geloof en wetenschap zijn volstrekt met elkaar verzoenbaar. Ze hebben het beide over de wereld waar wij deel van uitmaken, en hebben alles met elkaar te maken, zoals ik hieronder hoop duidelijk te maken. Zolang ze elkaar niet in de houdgreep nemen, kunnen ze juist op een positieve manier op elkaar inwerken.
Religieuze vooronderstellingen in de wetenschap
De filosoof Herman Dooyeweerd (1894-1978), tientallen jaren werkzaam aan dezelfde universiteit als Kuitert, heeft aangetoond dat het grondmotief van elk menselijk bedrijf religieus bepaald is. Dus dat het fundamenteel bepalend is of je wel of niet gelooft in God als oorsprong, zin en doel van alles wat bestaat, en zo ja, in welke God. Geen enkele wetenschappelijke waarneming is daarom zuiver objectief. Altijd spelen vooronderstellingen een rol en die vooronderstellingen zijn ten diepste religieus bepaald.
Veel denkers in onze tijd – en deze indruk heb ik ook van Kuitert – zijn sterk onder de indruk van de moderne wetenschap. Vele van haar beoefenaren menen dat het hoe van de dingen tegelijk de zin ervan verklaart.
Daarmee snijdt deze wetenschap echter zichzelf de pas af naar een ootmoedig en verwonderde erkenning van de grootheid van de schepping als verwijzend naar de Schepper. Deze houding treffen we aan bij geleerden als Isaac Newton en Blaise Pacal, maar de meeste wetenschappers van tegenwoordig lijken dat kwijt te zijn.
Een groot verlies voor de wetenschap en de door haar gedomineerde cultuur van onze tijd. Een scheutje Van den Beukel (‘De dingen hebben hun geheim’) zou geen kwaad kunnen.
Ik vraag me bovendien af of de boeken van Kuitert een lange populariteit zullen blijken te hebben. Als het postmoderne relativisme weer voorbij is, als de schijnbare onaantastbaarheid van onze welvaartscultuur ondermijnd wordt door een klimaatsverandering, een economische recessie of een oorlog, zullen mensen zich niet laten afschepen met een onpersoonlijke God bij hun zoektocht naar zin. Wie met de tijdgeest huwt, is spoedig weduwe, heeft een bekende Nederlands theoloog ooit gezegd.
Het begrip persoonlijkheid
Elk begrip dat wij hanteren, heeft een filosofische achtergrond en inhoud.
Dat geldt ook voor het begrip ‘persoonlijkheid’.
Voor de menselijke waarneming is de hoogste zijnsvorm die van de persoonlijkheid. Stenen, planten en dieren zijn geen persoonlijkheden.
Mensen wel. Geen wonder dat mensen daarom zich ook de allerhoogste Macht – God - voorstellen als een Persoonlijkheid. Niets op tegen, lijkt me. Mits je – ten eerste - ervan uitgaat dat die Hoogste Macht ons mensen ook geschapen heeft. Een schepper is immers meer dan zijn schepping. En mits je - ten tweede - je ervoor hoedt om allerlei eigenschappen die op de menselijke persoonlijkheid van toepassing zijn, ook op de Goddelijke Persoonlijkheid toe te passen.
Voordat je het weet heb je dan een God-op-maat, eentje die je in je eigen zak denkt te kunnen steken, en bega je de fout, een beeld van Hem te maken dat niet deugt. Een valkuil waarin mensen – dus ook christenen, of ze nu traditioneel of modern heten - zomaar vallen. Het tweede van de Tien Geboden waarschuwt er al voor.
Maar Kuitert neemt al bij mijn eerste ‘mits’ een andere afslag. Met God als schepper van de wereld kan hij niet uit de voeten. Echter wie God niet als schepper erkent, kijkt op een heel andere manier naar de werkelijkheid dan wie dat wel doet.
Gods Naam
Kuitert wijst op de merkwaardige geschiedenis van de term ‘god’, die van soortnaam werd tot een eigennaam (‘God’). Daar kunnen we wat van leren, maar dit is niet beslissend als het gaat om de persoonlijkheid van God.
Uit de Bijbel rijst een beeld op van een God die zich bekend maakt als een persoonlijk God. Dat doet Hij op allerlei manieren, maar op mij maken de meeste indruk die paar zeldzame momenten in de Bijbel waar God zich Hoogstpersoonlijk laat ‘zien’.
Ik denk dan bijvoorbeeld aan Genesis 3 – waar Hij vraagt: ‘Waar ben je, Adam? - en aan Exodus 3 – ‘Doe je schoenen van je voeten, Mozes’. Daar maakt Hij ook zijn Eigennaam bekend: JHWH, een naam die moeilijk te vertalen is maar iets betekent als ‘Ik ben die Ik ben’, of als ‘Ik ben er’ , als ‘de Zijnde’. Het is een term waarmee God zeer dichtbij komt, hoewel Hij tegelijkertijd de Andere is, ver boven de mens verheven. Verderop in het Oude Testament vind ik nog andere aanwijzingen. Hij verscheen nog een tweede keer aan Mozes – en voor Hem uit werd geroepen ‘JHWH, JHWH, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw’, Exodus 34. Later verscheen Hij aan Elia in het suizen van een zacht briesje (I Koningen 19) en aan Jesaja (hoofdstuk 6). We krijgen in dat alles – zachtgezegd – allerminst de indruk dat God een onpersoonlijke macht is. Hij ontwerpt, schept en ordent. Hij is Heer en Koning. Hij is Vader en Herder. Hij spreekt, heeft lief en haat. En dan spreken we nog niet over het Nieuwe Testament, waar Jezus zegt: wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Als er Iemand een Persoonlijkheid was, dan toch zeker Jezus wel. Maar natuurlijk – dan moet je er wel voor open staan dat Jezus wel eens Gods Zoon zou kunnen zijn. En dat God zich openbaren kan aan mensen. En daar zijn we dan weer aangeland bij het punt van vooronderstellingen.
Ik rond af. Hoe weinig pretentieus dit artikel ook wil zijn – Kuitert heeft een heel boek ter beschikking om zijn gedachten te ontvouwen - ik zie niet in dat christenen niet zouden mogen blijven geloven in een Persoonlijke God. Ook ik begrijp als het erop aankomt weinig van Hem. Maar omdat het ten diepste aankomt op vertrouwen en dus overgave aan Hem, weiger ik om met Kuitert dit laatste schap leeg te ruimen.
Drs. P.H. Siebe is historicus. In het gereformeerde opinieblad Bij de Tijd recenseerde hij eerder Kuiterts boeken ‘Het algemeen betwijfeld christelijk geloof’ en ‘Zeker Weten’.