Abrahams pleidooi om een plaats voor Gods volk in de wereld (2)

2000-12-08
  • Jaargang 44
  • nummer 25
(Bijbellezing voor de gemeente over Gen. 18 : 16 - 33)

De hele wereld beloofd land.
We hebben gezien: De Here God en Abraham zijn er beiden op uit Sodom en Gomorra als plaats te sparen.
Interessant, zegt u misschien, maar wat heeft dit alles ons nu te zeggen?
Wel, wij zijn door het geloof het nageslacht van Abraham en erfgenamen der belofte, der dubbele belofte.
Het kind dat in het eerste deel van het hoofdstuk aan Abraham en Sara beloofd wordt is, over Isaäk heen, Jezus Christus. Door het geloof in Hem zijn wij nu het beloofde zaad, onverschillig of we joods bloed in de aderen hebben of niet. En wat is dan ons beloofde land?

Wel, wat de landbelofte betreft, Paulus zegt al dat Abraham de erfgenaam niet maar van het land Kanaän maar van de wereld geworden is (Romeinen 4 : 13). Dat geeft ons het recht om te geloven dat ons is in deze wereld een plek beloofd voor het hol van onze voet.

Nee, die plek is niet meer gebonden aan één land, welnee, op de hele wereld kan die plek gelegen zijn. De hele wereld staat nu in de zon
van de landbelofte. Maar dat is helaas niet het enige dat over deze wereld te zeggen valt. Deze wereld is behalve dat ze onze woonplek is, ook bezig te sodomiseren. Geld, macht, sex en misdaad, daar begint alles om te draaien.
Wanneer zal God van onze wereld zeggen wat Hij hier over Sodom en Gomorra zegt: 'Het geroep over de aarde is voorwaar groot en haar zonde is voorwaar zeer zwaar. Ik wil nederdalen om te zien of zij inderdaad gedaan hebben naar het geroep dat tot Mij gekomen is, of niet; Ik wil het weten' (de verzen 20 en 21)?
Wanneer zal dat vonnis over onze aarde klinken? Ik bedoel maar te zeggen: Wij hebben het niet maar over een verhaal uit de oude doos, als we in de kerk zo'n hoofdstuk als Genesis 18 lezen. Ik zei u toch dat we op het spoor van die dubbele belofte moeten doordenken? En dan tenslotte uitkomen bij de nieuwe mensheid op de nieuwe aarde? Op dat traject komen we ook de oude mensheid op de oude aarde tegen - onze situatie. En net als Abraham houden wij ons hart vast als we horen van Gods voornemen om een deel van de aarde te verwoesten.
Ik bedoel nu: Als wij getuigen zijn van de rampen die allerwege over de wereld gaan.
Waarschuwingen toch, dat het met onze aarde niet goed gaat? Onze wereld kraakt allerwege in haar voegen en er gaat geen nieuwsbulletin voorbij of je denkt dat we met z'n allen muur- en muurvast lopen.

Rechtvaardigen
En net als Abraham vragen wij: Here, kunt u onze planeet geen vergiffenis schenken omwille van de rechtvaardigen die nog op haar gevonden worden?
Ze zijn er toch nog, die rechtvaardigen?
Ja, ja, de kerk bedoelt zichzelf zeker, hoor ik iemand smalen.
Nee, stil, Abraham dacht aan Sodom, waar afgezien van Lot geen gemeente was. En wij ook, wij denken nu aan rechtvaardigen in het algemeen. Niet enkel aan kerkmensen. Jezus had het toch ook over bozen en goeden waarin Hij de hele mensenwereld verdeeld zag? Over rechtvaardigen en onrechtvaardigen, nog afgezien van het geloof (Mattheüs 5 : 45; 22 : 10)? Noem hen betrekkelijk-rechtvaardigen, dat wil zeggen dat ze het alleen maar zijn in vergelijking met de goddelozenhet is mij wel. Noem ze, zoals onze belijdenis dat doet (DL III/IV, par. 4), slechts 'burgerlijk-goed' - mijn zegen heb je. Hoe dan ook, zulke goeden of rechtvaardigen, ze zijn er toch ook vandaag nog? Overal? Daar mogen we de Here aan herinneren. Zou de Rechter der ganse aarde dat niet in rekening brengen? Zou Hij allen over een kam scheren? En daarom: Here, spaar uw schepping! Er is nog zoveel in de wereld te doen. Nog zoveel mensen hebben de tijding aangaande U niet vernomen. Laat dan de plaats onder onze voeten niet wegzinken!
Blijf uw gemeente in staat stellen haar taak in de wereld te vervullen!

Lood om oud ijzer?
Kijk, zulk bidden ligt in het verlengde van Abrahams pleiten voor de plaats.
Want nog eens, Abraham heeft niet gebeden voor de booswichten in Sodom en Gomorra. Hij heeft die juist onderscheiden van de rechtvaardigen daar. Als de Here God op die goddelozen zou letten, dan moesten Sodom en Gomorra inderdaad vergaan. En zij, de goddelozen zelf, voorop. Daar is Abraham diep van overtuigd. Maar die rechtvaardigen, wat doet God dáár dan mee, is zijn vraag. Want goddeloos of rechtvaardig, dat is bij de Here toch zeker geen lood om oud ijzer? 'Verre zij het van U de rechtvaardige te doden met de goddeloze, zodat de rechtvaardige zou zijn gelijk de goddeloze' (vers 25).
U bent voor dat verschil beslist niet ongevoelig, Here! Zeker U niet!
Welnu dan, spaar de grond onder onze voeten! Terwille van de taak die we hebben om - ja, óók de goddelozen nog met de boodschap van het evangelie te benaderen. Want in die zin bidden wij hier wél voor de goddelozen, dat hun het evangelie nog mag bereiken, voordat het te laat is.
Dat zij zich bekeren en het leven binnengaan.

Eruit halen
Wij weten dat Sodom en Gomorra ondanks Abrahams voorbede verwoest zijn. Er werden daar te weinig rechtvaardigen gevonden. Heeft Abraham dus voor niets bij God gepleit? Dat niet! Op het eind van het volgende hoofdstuk, waarin ons van de verwoesting van Sodom verteld wordt, lezen we iets opmerkelijks: 'Toen God de steden van de Streek verwoestte, gedacht God Abraham, en Hij leidde Lot uit het midden der omkering, toen Hij de steden waarin Lot gewoond had, ondersteboven keerde'(Genesis 19 : 29). Hoe gedacht God dan aan Abraham? Werd Sodom dan toch gespaard?
Kennelijk niet! Dat wordt in hoofdstuk 19 heel duidelijk verteld.
Iets anders: God haalde Lot uit Sodom weg. En dat zal Hij ook met ons doen, als de wereld bij gebrek aan rechtvaardigen vergaat. Dan haalt God ons eruit om ons van die plaats der verwoesting naar een andere plaats te brengen: de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarop de gerechtigheid woont. Dan heeft de gemeente haar taak in de wereld volbracht en dan breekt de grote toekomst aan van de nieuwe mensheid op de nieuwe aarde. Daar loopt immers de dubbele belofte die aan Abraham gedaan is op uit? De belofte van het nageslacht en de belofte van het land, het zijn beginnetjes geweest van wat de Here uiteindelijk met zijn hele schepping voor ogen staat.

Ons plekje
Ik eindig nu met een kleinigheidje dat toch tegelijk een kleinood is. Het gaat me om de slotzin van dit gedeelte: '... en Abraham keerde naar zijn woonplaats terug' (vers 33). Dat is van de vertaler jammer genoeg net iets teveel gezegd. Er staat letterlijk: '... en Abraham keerde naar zijn plaats terug'.
Waarom maakte onze vertaler daar nu woonplaats van? Omdat hij de pointe van dit schriftgedeelte niet verstond. Dat het in heel Abrahams pleidooi ging om de plaats. De plaats van Abrahams nageslacht in Kanaän, de plaats van de gemeente in de wereld. De plaats om te wonen, jazeker, maar ook om te werken, te leven, te trouwen en te bouwen en te sterven.
Kortom, de leefruimte. En nu vind ik het zo geruststellend klinken als er op het slot van Abrahams inspanningen staat dat de aartsvader naar zijn plaats (zijn mokum, staat er in het Hebreeuws) terugkeerde. Dan laat dus de verteller dat woord 'plaats' nog een keer opdraven.
'Abraham keerde weder naar zijn plaats.' Naar zijn plaatsje, zou je bijna zeggen. Het plekje waar God voor zorgde dat hij er naar kon terugkeren, als een garantie dat God ook voor zijn nageslacht een leefruimte vrij zou houden. En zo keren wij straks ook naar onze plaats terug, naar ons plaatsje, naar ons plekje op de wereldbol, met een nieuwe verwondering over het feit dat God daarvoor zorgt, ook als het aantal rechtvaardigen onrustbarend zakt, om zo te zeggen van vijftig naar vijfenveertig, veertig, dertig enzovoorts. En hoe lang gaat dat dan door? We horen Christus in de afscheidsgesprekken van het vierde evangelie zeggen: ‘Ik ga heen om u plaats te bereiden’ (Johannes 14 : 2). Het gaat door totdat Hij komt en zegt: Ga in tot de plaats die Ik u bereid heb in het vaderhuis hierboven!
Tot zolang zal er hier plaats voor ons zijn. Ga dus, gemeente, na uw bezoek vandaag aan het huis des gebeds waar u Abraham ontmoet hebt, als Abraham naar uw plaats terug! In het besef dat deze plaats van u kostbaar is in de ogen van God.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief