Reformatorisch denken en fietsen onder één dak

2000-12-08
  • Jaargang 44
  • nummer 25
Jaren lang was uitgeverij Buijten & Schipperheijn gehuisvest in een veel te krap pand in het centrum van Amsterdam. Onlangs verhuisde men naar een ruim bemeten nieuw gebouw in Amsterdam Zuid-Oost.
Voldoende reden om eens een bezoek te brengen aan dit bedrijf, dat in Nederlands Gereformeerde kring o.a.
bekend is vanwege de uitgave van het Informatieboekje. In het nieuwe pand word ik gastvrij te woord gestaan door directeur drs. Guido Sneep.

Je ziet het meteen al: dit gebouw oogt heel anders dan de vestiging aan de Valkenburgerstraat. Tussen de kantoorkolossen van Zuid-Oost mag het dan een klein pand zijn, voor de uitgever betekent het een enorme vooruitgang.
Trouwens: in architectonisch opzicht mag het gebouw er ook zijn: eenvoudig, veel natuurlijke materialen, smaakvol. Sneep vertelt met gepaste trots dat het gebouw regelmatig op de foto wordt gezet. ‘Het was niet onze bedoeling, maar het is een mooi compliment.’

Geschiedenis
‘Waar komt de naam Buijten & Schipperheijn vandaan?’ wil ik weten. In 1902 begon een zekere heer Buijten een drukkerij in Amsterdam, in 1912 kreeg hij er een compagnon bij, ‘en zo is het gekomen.’ De drukker hield zich soms ook met ‘uitgeven’ bezig, al was het een heel ander genre dan wat nu bij de uitgeverij in het boekenfonds zit. Sneep heeft deze boeken dan ook niet in zijn boekenkast staan.
De geschiedenis van de huidige uitgever begint in de Tweede Wereldoorlog.
De vader van Guido Sneep, de heer A. Sneep, was onderwijzer, maar hij kwam in de oorlog in het verzet terecht. Zo raakte hij betrokken bij ‘drukkerij DAVID’(= De Vrije Algemene Illegale Drukkerij), die allerlei verzetslectuur drukte. Zo kwam deze onderwijzer met de drukpersen in aanraking.
Samen met twee andere mensen uit het verzet heeft hij na de oorlog de drukkerij van Buijten & Schipperheijn overgenomen. De oorspronkelijke uitgeverij werd niet overgenomen, maar ging onder een andere naam verder en heeft het niet lang volgehouden.
De heer Sneep was een bevlogen man, die zich zeer verdienstelijk maakte voor maatschappelijke uitgaven die te maken hebben met de relatie tussen geloof, wetenschap en cultuur. Zo staan vele uitgaven in de hoek van de reformatorische wijsbegeerte op zijn naam, alsmede de bekende serie ‘Zicht op de Bijbel’. Daarnaast gaf de uitgever veel mooie facsimileboeken uit, o.a. over Amsterdam. Ook verschenen (opnieuw) de Delftse Bijbel en de Keulse Bijbel.
Helaas zakte de markt voor facsimileboeken aan het eind van de jaren ’70 weg, terwijl er ook voor boeken op het terrein van geloof en wetenschap geen ‘groeimarkt’ was. Om te ‘overleven’ was er ook een ander fonds nodig.
Zo kwam de uitgever op het terrein van het recreatief fietsen terecht. Op dit gebied is men in Nederland inmiddels zeer bekend; geen fietser kan om deze uitgaven heen….

Kivive
Onlangs nam Buijten & Schipperheijn de uitgave van het jongerenblad Kivive over. Hoe is men tot dat besluit gekomen? Volgens Sneep is het vooral een kwestie van idealisme geweest.
Het ging hem aan het hart dat dit christelijk jongerenblad moest stoppen en dat er daardoor ook geen zelfstandige christelijke jongeren-magazines meer waren. De uitgever hoopt dat het- mede dankzij de eigen kennis en ervaring- mogelijk is om het blad toch levensvatbaar te doen zijn. Het betekent wel dat je je goed op de markt moet oriënteren en dat het tijdschrift van een heldere formule uit moet gaan. Je kunt in deze tijd namelijk niet meer uitgaan van de loyaliteit van de achterban: het is niet vanzelfsprekend dat in bepaalde kring bepaalde bladen worden gelezen. Het blad moet zichzelf verkopen en dat kan alleen als de lezers weten wat ze in handen krijgen: een helder en goed verzorgd product. Overigens merkt Sneep in relatie tot de mediamarkt grote veranderingen op. Omroep, boeken en tijdschriften zullen in de toekomst steeds nauwer gaan samenwerken.
De uitgeverij verzorgt voor tientallen bedrijven en organisaties de productie en de distributie van nieuwsbrieven en tijdschriften. Van de persen van deze uitgever rolt – het in onze kring bekende blad: Beweging (van de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte). Het tijdschrift kent al jaren lang een ‘bijzondere opmaak’.
Dat ontwerp blijkt echter het werk te zijn van twee grafisch ontwerpers; in dit geval komt het drukken en verzenden voor rekening van B&S. Ook de Kerkbode van Nederlands Gereformeerde Kerken komt uit Amsterdam.
Dit kerkblad vindt vooral zijn weg in het westen van ons land.

Boeken
De kast van Guido Sneep is gevuld met boeken met een heel verschillende achtergrond, sommige een halve eeuw oud en nog met de hand gezet, andere gedrukt met zeer moderne typografische methoden. Wél zijn het bijna allemaal eigen uitgaven. Eén van de ‘labels’ waaronder de uitgever werkt is ‘Telos’. Onder die naam worden christelijke boeken uitgegeven door 3 zelfstandige uitgevers (naast Buijten & Schipperheijn zijn dit Medema en de Vuurbaak). Iedere uitgever heeft zijn eigen fonds, passend bij de eigen uitgeverij, maar het samenbindende element zit in de duidelijk christelijke signatuur.
Het ‘Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken’ is ook wel bekend als ‘het blauwe boekje’.
De uitgave was destijds een particulier initiatief van de uitgever. Prof. C. Veenhof merkte destijds tegenover de heer A. Sneep op dat zo’n uitgave hard nodig was, ‘anders vinden ze elkaar straks niet meer.’ En dat was niet tegen dovemansoren gezegd. De eerste uitgave was, ‘vanwege de nood der tijden’ losbladig. Inderdaad heeft het boekje een samenbindend effect gehad op het verband van de Nederlands Gereformeerde kerken.
Momenteel worden alweer de eerste voorbereidingen getroffen voor het Informatieboekje 2001.
Nog steeds vervult de uitgever hierbij een belangrijke rol: deze zoekt zelf een eindredacteur en ook het hele proces (verzamelen van kerkelijke en statistische gegevens tot en met het drukken en verzenden) gebeurt in Amsterdam. Ook de Christelijke Gereformeerde jaarboekje komt van de persen van B&S, maar de verantwoordelijkheid is in die kerken in handen van een deputaatschap gelegd.

Fietsroutes en -kaarten
Sinds 1984 is John Eberhardt werkzaam bij Buijten & Schipperheijn.
Aanvankelijk was hij vertegenwoordiger voor het boekenfonds van Telos.
Al vrij snel kwam ter sprake dat de uitgever nieuwe bronnen zou moeten aanboren om financieel solide te kunnen functioneren. In zijn vrije tijd is Eberhardt een enthousiast fietser en hij kwam dan ook met het idee om ‘iets’ met recreatief fietsen te gaan doen. Op dat terrein had hij inmiddels enige ervaring, o.a. via uitgeverij Dwarsstap. In tegenstelling tot de routes van de Stichting Fiets zocht Dwarsstap vooral naar autovrije routes.
De routes werden dus niet van achter een bureau bedacht, maar door de fietsers zèlf. Momenteel zijn fietsvakanties ‘in’, niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland. Voor dit doel is in Nederland een groot, landelijk dekkend, fietspaden-net ontwikkeld door de Stichting Landelijk Fietsplatform, een stichting die door de overheid wordt gesubsidieerd. Dit platform draagt o.a. ook zorg voor de bewegwijzering en voor de aanleg van ontbrekende schakels in het fietspadennet.
Uitgeverij Buijten & Schipperheijn heeft de routes van dit platform in boekvorm uitgegeven, de zgn. LF-routes (zoals de LF 1 Noordzeeroute: door de duinen van Den Helder tot de Franse grens en de LF 4 Midden-Nederlandroute: Den Haag-
Enschede).
Om fietsroutes voor de gebruikers inzichtelijk te maken zijn ook goede kaarten nodig. In 1988 werd contact gezocht met Smulders Kompas. De uitgever mocht haar cartografie gebruiken. Later heeft Buijten & Schipperheijn deze cartografie over genomen en langs digitale weg verder ontwikkeld. Eberhardt heeft de kaarten steeds meer in de richting van de fietser omgebogen. Zo ontwierp hij een kaart waar de autowegen ‘vaag’ zijn te zien, terwijl de fietspaden in één oogopslag helder zijn te zien. Een unieke kaart, want deze manier van denken staat haaks op de gangbare ontwikkelingen in Nederland.
De nieuwste ontwikkeling is de ‘Sterkste Fietskaart’, een kaart die gemaakt is van een stof onder de merknaam Polyart. De kaart is waterbestendig en vrijwel onscheurbaar.
Veel fietsers kennen het probleem van kaarten die na een aantal fietstochten in delen uiteen vallen; dat moet met deze kaart verleden tijd zijn….

Fietsen en christelijk geloof
Voor Eberhardt is het gebruik van een milieuvriendelijk vervoermiddel nauw verbonden met zijn christelijke levensovertuiging.
Fietsen lijkt op dit moment weer ‘in’, maar voor Eberhardt gaan de motieven dieper dan ‘alleen een life-style’. Het gaat hem om een innerlijke levenshouding van zelfbeheersing en verantwoordelijkheid voor de schepping. Wie wandelt of fietst komt rechtstreeks in aanraking met de grootsheid van Gods Schepping.
In de Bijbel (o.a. in de Psalmen, maar ook heel duidelijk in Romeinen 1) wordt aangegeven dat God ook aanwezig en werkzaam is in de natuurkrachten en dat daar een onderwijzing, een lering vanuit gaat. De Nederlandse Geloofsbelijdenis sluit daar prachtig op aan in artikel II, waar staat dat we God óók leren kennen ‘door de schepping, onderhouding en regering van de hele wereld: omdat deze voor ons is als een schoon boek, waarin alle schepselen als letters zijn, die ons de onzienlijke dingen van God geven te aanschouwen’. Die lering komt niet in de plaats van het luisteren naar de Bijbel, maar hoort wel een plaats te krijgen in de vorming van ons geloofsleven. In onze omgang met de natuur wil God dus iets van Zichzelf laten zien. Helaas zijn veel mensen vervreemd van die schepping. Kinderen zien de wereld alleen van achter het autoraampje. Ze raken dus ook een stuk kwijt van wat artikel II van de NGB beschrijft. Eberhardt verwoordde in een vraaggesprek met het Reformatorisch Dagblad deze tegenstelling als volgt: ‘Dat rechtstreekse contact. De veelheid aan indrukken.
Op iedere kilometer heb je duizenden indrukken. Dat is op zich al een verhaal. De wolken verkondigen Gods glorie, de bergtoppen, de vogels… Dat is mooi, dat is poëzie, dat ervaar je niet als je in een rijdende stalen kooi zit met het zoeven van windkracht 10 langs de carrosserie.’

Oude en nieuwe kaarten
We maken nog even een rondje door het bedrijf. In één van de ruimten ligt een ‘lithografische steen’, een museumstuk van Smulders. Met behulp van zulke stenen werden vroeger landkaarten vervaardigd. Voor de druk van een wandkaart van Nederland (inclusief alle kleuren) waren 225 van dergelijke gladgeslepen stenen, elk met een gewicht van 60 kg, nodig.
Ook boeiend is een enorme wandkaart uit 1860; op die kaart staat vermeld hoeveel koeien er per provincie waren. Begrijpelijk, want de veestapel was destijds ‘de motor van de economie’.
Oorspronkelijk werkte de firma Smulders met legerkaarten, maar men maakte later zelf toevoegingen die nodig waren voor het toeristisch verkeer. En dan komen we bij het ‘scherm’ van John Eberhardt. Hier gebeurt het dus allemaal met die fietskaarten. Zo te zien een heel gewone computer, maar wat een programma….
Maar liefst 312 lagen aan informatie per landkaart….. Op ieder van die afzonderlijke lagen staat weer andere informatie, zodat de kaart steeds weer voor de doelgroep kan worden aangepast (bijv. met namen van fietsverhuurbedrijven, veerponten, bijzondere monumenten, nummers van fietsroutes). Voor de grap suggereer ik om ook een ‘laag’ aan orthodoxe kerken aan te brengen, maar zelfs daar heeft Eberhardt al eens over nagedacht…. Op de kaart constateer ik een onjuistheid; Eberhardt gaat direct aan de slag en past de kaart aan. Op deze manier komt men vaak aan de benodigde informatie: rechtstreeks uit de praktijk, van de fietsers en wandelaars zèlf.

Het nieuwe gebouw
Het nieuwe gebouw aan de Paasheuvelweg is opvallend ruim van opzet.
Dat constateer ik opnieuw als Guido Sneep mij met gepaste trots en dankbaarheid rondleidt door de verschillende ruimten. Wat een verschil met het krappe, donkere en stoffige gebouw aan de Valkenburgerstraat!
De afzonderlijke delen van het bedrijf grenzen aan elkaar, maar er is rekening gehouden met de verschillende werkzaamheden. Drukpersen maken veel lawaai, deze ruimte is dus duidelijk afgescheiden van de andere ruimten; bij ontwikkelprocédés komen bepaalde stoffen en geuren vrij, ook deze ruimte is weer afgegrensd. Toch maakt het gebouw als geheel een doorzichtige, transparante indruk.
Ook het magazijn heeft de ruimte.
Aan de ene kant hangen de ‘films’ van uitgegeven boeken. Aan de andere zijde eindeloze rijen aan uitgaven.
‘Vrouwen op een zijspoor’ staat er naast de ‘Maasvestingroute’. Deze combinatie is typerend voor de uitgever.
Het is geen tegenstelling, de uitgaven sluiten op elkaar aan: rentmeesterschap betekent: verantwoordelijkheid hebben voor elkaar en voor Gods Schepping.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief