'De groten met de kleinen'

2000-12-08
  • Jaargang 44
  • nummer 25
U weet wat het toppunt is van Christelijk Gereformeerd zijn? In slaap vallen met De Wekker. Nou is dat ook weer niet zo’n geweldige prestatie, want het lijfblad van onze CG broeders en zusters is behalve degelijk ook vaak wel een tikkeltje saai. Maar soms staan er dingen in waar een mens echt wakker van wordt. In het nummer van 17 november reageert ds J. van Langevelde uit Veenendaal op een artikel dat twee weken eerder werd geschreven door ds J. Jonkman. De titel ervan ziet u hierboven staan, en mocht die nog niet duidelijk zijn, dan verschaft de ondertitel meer helderheid: ‘Over werkelijkheid en ideaal m.b.t. ouderen en jongeren in de kerk’.
Ik laat een aantal passages weg waarin Van Langevelde reageert op Jonkman.
Er blijft genoeg over om ook tot óns te laten doordringen. Van Langevelde: Wat me telkens weer opvalt is, hoeveel emoties loskomen als het hierover gaat. Ik begin met opzet met het noemen van emoties, omdat ze het ge-
sprek dusdanig blijken te kunnen kleuren, dat zelfs (bijbelse) principes daaraan ondergeschikt gemaakt worden.
Of anders gezegd: dat argumenten met een stelligheid en heftigheid worden ingebracht alsof het heuse bijbelse principes betreft. Ik beluister er een ongezonde dosis angst en krampachtigheid in. De geringste afwijking van de vertrouwde orde in de eredienst maakt soms al reacties los, die je verbijsteren. Zowel de toon waarop gesproken wordt als de inhoud zijn weinig geestelijk. Wie eerlijk vraagt, oprecht zoekt, voorzichtig hardop wat anders denkt, omdat hij serieuze problemen meent te zien in bestaande vormen van het kerk-zijn in het algemeen en de eredienst in het bijzonder, kan al gauw lelijk weggezet worden. Hij wordt uitgemaakt voor ongereformeerd (een aparte aanduiding als je let op het woord: 'reformeren' = hervormen...), krijgt het verwijt de toekomst van de kerk op het spel te zetten ('zo is het in de Gereformeerde Kerk ook begonnen'), is bezig het jongeren met entertainment naar de zin te maken en het Woord te leggen op het drijfzand van gevoelens enz. () Nu zou je het hoofd wellicht wat gemakkelijker in de schoot leggen, als de 'klassieke' kerk met haar (vertolking van de) Boodschap werkelijk zeggingskracht en wervingskracht had in deze tijd. Maar dat is helaas al lang niet meer zo. Daarom verontrust het mij dat we binnen de kerk onszelf nog steeds de 'luxe' veroorloven om op dit niveau te blijven praten en schrijven. Dat we zenuwachtig en angstig worden als bij het zoeken naar een oplossing van het probleem de kerk óók de spiegel wordt voorgehouden in haar vertrouwde vormen van bestaan. Het meest gevoelig in dit alles is, dat de echte bewogenheid dikwijls maar zo mager doorklinkt.
Dat zou toch juist de gemeente van Christus pijnlijk misstaan: wél veel bezorgdheid over de vorm tonen, maar weinig bewogenheid met de mensen die niet (meer) bereikt worden met de Boodschap van genade.
Een voorbeeld: het voelt zó dubbel, dat hetzelfde echtpaar dat - ik noem maar 'ns wat - hyperprincipieel kan doen over het behoud van het orgel als begeleidingsinstrument in de kerk of de noodzaak van een zwart pak voor de dominee, pastoraat nodig heeft omdat al hun vier kinderen niet meer naar de kerk gaan. Let wel: ik suggereer daarmee niet, dat die kinderen er nog gezeten zouden hebben als bijvoorbeeld het orgel maar vervangen was en de dominee een blauw pak had gedragen. Het wonder van het ge-loof als gave van God, gewerkt door Woord en Geest is niet te koppelen aan zoiets als het instrument in de eredienst of de kleur van een pak.
Maar wat ik niet begrijp is, dat zo'n echtpaar de zorg en bewogenheid beperkt tot de eigen kinderen en geen houding weet te vinden waarmee ze de nog wél in de kerk aanwezige jongeren merkbaar willen koesteren en bemoedigen.
Tenslotte vraagt Van Langevelde ouderen met een bewogen hart 'ns een keer een plekje op te schuiven en wat hen zo vertrouwd aanvoelt los te laten opdat jongeren, die met hún 'ouderwetse' woorden, melodieën en vormen weinig tot niks hebben, écht bereikt worden. Inderdaad, dan heb ik het ook over de preek, de liedkeus, het instrument enz. Het liefst gewoon in de reguliere zondagse eredienst, met jongeren en ouderen samen onder hetzelfde dak. Omdat de Koning van de kerk wil dat we sámen gemeente- zijn. Ik ben - als het om het principe gaat - helemaal niet voor aparte jongerendiensten. En ik ben toch werkelijk niet zo naïef dat ik zou willen beweren dat de jeugd bij de kerk te houden is met wat 'toeters en bellen'; daar zijn ze trouwens ook zélf volstrekt duidelijk in! Het failliet van het heil voor de jongeren zoeken in vormen van entertainment is inderdaad in andere kerken in ons land in het recente verleden al lang bewezen.
Maar naast het bestaande ook een andere vorm waarmee je wérkelijk oprecht probeert te communiceren met jongeren in hun leefwereld, om hen de gekruisigde Christus te verkondigen met het gebed dat de Heilige Geest langs die weg het wonder van de wedergeboorte in hun hart en leven voltrekt, waarom doen we daar als kerken zo angstig en krampachtig over?

M.H.T. Biewenga, Emmeloord

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief