Placied Tempels

2000-12-08
  • Jaargang 44
  • nummer 25
Ooit in Nederland van gehoord? Hij was een Franciscaner priester, geboren in 1906 in Berlaar in Limburg, België en is zijn leven lang als missionaris in Katanga in de Kongo een Vlaming gebleven.
Maar daarbij werd hij een Afrikaan als weinigen. Ik denk dat in Vlaanderen zijn naam goeddeels vergeten zal zijn maar in Afrika kom je zijn naam in boeken van Kenya en Senegal tot waar aan de Kaappunt de San woonden, nog regelmatig tegen. En wat maar een enkele blanke ooit overkwam, Tempels’ naam wordt tot vandaag toe met ontzag door zwarte Afrikakenners op de lippen genomen. En deze broeders zijn niet zo scheutig met hun dank aan Europeanen. Maar onze Vlaming heeft het gemaakt onder de Afrika-filosofen!
Toch is het mogelijk dat hij hier en daar in Vlaanderen in kerkelijke kringen een slechte naam heeft. Want Tempels is zijns ondanks ook de vader geworden van een beweging binnen de Katholieke kerk in de Kongo die vandaag nog onder de naam jamaa voortbestaat, en nogal naar binnen en op God gericht, als een Afrika- ‘familie’ de Grote Kerk naar God toe wilde trekken (jamaa is het Swahili-woord voor familie). Maar dat lag de Roomse prelaten slecht en Tempels heeft van boven in de kerk de wind fel tegen gehad. En werd in de veertiger jaren -om niet meer te noemen- de terugkeer van Vlaanderen naar zijn Kongo belet. Maar hier in Afrika staat hij anders bekend.
Het begon alles hiermee dat ik -zo vertelde hij ergens- op een dag uit pure frustratie mijn catecheseboek wegsmeet en tegen mijn zwarte broeders zei: wat denken jullie van leven? Wat verwacht je ervan? Wat zijn jullie gedachten? Jullie zijn mensen zoals ik en je denkt -vertel me dan waarnaar je op zoek bent. Maar -zo vertelt hij- de mensen zeiden: we hebben helemaal niets om te geven. Jullie komen hier als onze vaders en moeders. En je kunt alleen maar geven, geven, geven. Wij kunnen alleen maar slikken. We mógen niet eens meer dan slikken. Alleen maar kinderen van jullie zijn. Maar -zo herinnert hij zich- van toen aan werd het anders. En zeiden ze tegen mij: nu ben jij onze zoon; wat zijn we nu blij!
Nu geven we jou iets , iets van onszelf.
Zo kwam hij er langzaam achter dat Afrikanen helemaal niet dom zijn of onontwikkeld. Maar dat zij zoals Europeanen een eigen filosofie hebben, verstopt in hun spreekwoorden, achter de gewone dagelijkse gesprekjes.
Hij ontdekte dat de algemene categorie van het Afrika-denken , niet zoals in het Westerse denken het ‘zijn’ maar ‘kracht’ is, kracht in de zin van levenskracht, die je in de mensen vindt, in de dieren, planten, gestorvenen, goden, woorden, dingen. Elk heeft zijn eigen toegemeten hoeveelheid kracht maar dat kan onderling geweldig botsen zodat het ding of de menszijn kracht verliest. Je moet dus meer kracht elders zien te krijgen. God beweegt, de taal spreekt, het ding dingt, voorouders roepen. In dat dynamisch plaatje is geen ruimte voor de onveranderlijkheid van God naar het model van Aristoteles. En ook nauwelijks voor een mens met verantwoording. Zie hem eerder als slachtoffer. Van hieruit krijg je een houvast op de Afrika-ethiek, bijvoorbeeld op wat waarheid is, niet zoals in de Westerse zijns-pyramide de formele overeenkomst tussen denken en zijn wat een meetbare grootheid oplevert; maar waarheid wordt wat je overeind houdt in krachtenbotsing, wat ‘werkt’. In de meeste Afrika-talen is de stam van het woord ‘waarheid’ ook nauw verwant aan het woord ‘kracht’.
Tempels’ grote boek verscheen in 1955 in het Vlaams. ‘Bantoe-Filosofie’ heette het. Er was meteen een Franse vertaling en een jaar later al een Duitse. Je kunt vandaag een hele rij Afrika-filosofen noemen die niet onder stoelen of banken wegsteken dat zij door Tempels hun wetenschappelijk zelfbeeld vonden.
Ik voel nog de opgewondenheid waarmee ik het boek in 1960 in handen kreeg en las. Hiermee kon je uit de voeten! Niet alles wat hij vertelde klopte, soms was hij al te enthousiast maar zoveel is voortgebouwd op zijn Bantoefilosofie dat de man eronder die het aandroeg, wat in het vergeetboek is geraakt. Het boek staat nog altijd in een hoekje van mijn Afrika-kast; vele andere staan vooraan vandaag. Maar zonder de Vlaming zouden ook mijn Snippers niet of in elk geval anders geschreven zijn.

J. Vonkeman, Richmond, Zuid-Afrika

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief