Geluk is ...
2000-12-22
Nu de oude antwoorden wegvallen, lijkt onze cultuur vooral in geluk en gelukservaring het hoofddoel van het leven te zoeken. Wie vandaag de lucht inademt van wat wel een post-moderne tijd wordt genoemd, die bemerkt dat de verborgen hoofdvraag steeds meer gaat draaien om geluk. Het stelt ons voor de uitdaging om na te denken over de vraag:Wat is geluk en wat maakt echt gelukkig?- Jaargang 44
- nummer 26
Alexander Pope dichtte over geluk als volgt:
O, gij geluk, doel en bestemming van ons leven,
goederen, genot, gemak, tevredenheid, hoe gij ook heet!
Dat wonder van geluk waarnaar wij smachten,
waarvoor wij alles geven, ja zelfs de dood verachten!
Hier stuiten we op iets, wat heel kenmerkend is voor het geluksbegrip, namelijk dat iedereen het anders invult: 'goederen, genot, gemak, tevredenheid, hoe gij ook heet!' De films, de reisbureaus, de reclamespots en de vakopleidingen, ze bieden allemaal geluk. Geluk is gezondheid, een vakantie in St. Tropez, een eigen huis, een goede baan, geluk is hebben, bezitten, genieten. Geluk is maakbaar in onze tijd en het is te koop. Er zit een toevalsfactor in, maar die moet je zien af te dwingen.
Uit meer wereldbeschouwelijke hoek vernemen we geluiden als: geluk is je kansen benutten, jezelf ontplooien, opkomen voor je eigen rechten, innerlijke rust en harmonie vinden.
Ook al zoekt men hier het platvloerse genieten tot grotere hoogte te verheffen, toch blijft genot centraal staan. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat de hele machinerie van onze consumptie- en productiemaatschappij gericht is op dit ene doel: geluk als genieten.
Werd de maatschappij eerder gestuurd door grote filosofieën als het kapitalisme, liberalisme of socialisme, in onze gefragmenteerde postmoderne tijd dient het geluk zich aan als verborgen drijfveer en samenbindende factor. Ieder op eigen wijze op weg naar het Grote Geluk!
Mensen laten zich in het dagelijks leven steeds minder leiden door een vast doel of door ethische principes, maar maken hun keuzes op grond van wat op dat moment het meest loont of het beste uitkomt. Geen grote doelen meer. Geluk is geluk voor mij! Hier en nu! J. Greshof dicht: 'Een zoen, een hand, een perzik waarin we bijten, hoezeer bemin ik die realiteiten boven de heilsfeiten in de wind.' Als God er is, zegt de Volkskrant, dan is hij Dr. Feelgood!
Matigheid
Dit hedonisme (‘hedonè’ is het griekse woord voor genot) heeft zijn bakermat in de griekse samenleving. Twee filosofische stromingen, de Stoïcijnen en Epicuristen, waren van mening dat het diepste van het menselijk bestaan ligt in het genieten. Zij wisten echter ook wel dat genieten met allerlei voetangels en klemmen is omgeven. Als je geniet van lekker eten en je eet maar door - want je wilt immers genieten - dan eet je teveel en word je ervoor gestraft. Bovendien is genieten altijd maar een moment en dan flakkert het weer weg. En genieten leidt ook vaak tot conflicten. Jij kunt wel genieten, maar kan je buurman het tegelijkertijd ook? Genieten leidt gemakkelijk tot een ik-centraal leven, waarbij je in botsing komt met andere mensen.
Daarom maakte Epicurus onderscheid tussen drie soorten behoeften:
1. behoeften die natuurlijk van aard zijn, die we noodzakelijk moeten bevredigen (voedsel, kleding, een dak boven je hoofd),
2. behoeften die natuurlijk van aard zijn, maar die niet noodzakelijk bevredigd hoeven worden (seksualiteit en het bevredigen van hartstocht in het algemeen) en
3. behoeften die geen natuurlijk karakter hebben, en ook niet noodzakelijk hoeven te worden bevredigd (verlangen naar roem, eer en macht).
Epicurus liet deze indeling vergezeld gaan van een paar aanbevelingen, die opmerkelijk zijn als het gaat om het hedonisme in onze tijd. In zijn ogen komen alleen de natuurlijke en noodzakelijke behoeften in aanmerking voor bevrediging. De grootst mogelijke soberheid is daarbij geboden, dus geen wijn, maar liever water. Geen dik belegde boterham, maar liever een droge. Epicurus staat een gelijkmatig genot voor. Rustig van aard, maar duurzaam. Hij verkiest dit verreweg boven het intense, doch kortstondige genieten.
Ook Aristoteles en Plato hebben zich met deze vragen bezig gehouden. Ze meenden dat het ware geluk ligt in deugdzaamheid. Bij Aristoteles betekent dit: het juiste midden houden.
Tussen overmoed en lafheid ligt moed.
Tussen teveel eten en niet eten ligt matigheid. Hoe perfecter je het deugdzaam handelen inricht, hoe gelukkiger je bent.
Hemels en aards
In de christelijke kerk overheerste gedurende lange tijd (tot voorbij de Middeleeuwen) de gedachte dat geluk hier op aarde slechts zeer ten dele te verkrijgen is. Iemand als Augustinus beklemtoonde dat een mens het echte geluk hier op aarde nooit zal vinden, maar pas in de Hemelse stad. In de Verlichting (18e eeuw), de tijd waarin de wortels liggen van onze samenleving, slaat de pendel weer terug van het meer op de hemel gerichte geluksverlangen naar bevrediging van behoeftes in het hier en nu. Zo bepleitte een zekere Jeremy Bentham (1748-1832) het grootst mogelijke geluk voor een zo groot mogelijk aantal mensen - een soort sociaal hedonisme. In de vorige eeuw maakten een opkomende economie en technologie het mogelijk om de wereld te overstromen met goederen, die ons in staat stellen om onze behoeftes in hoge mate te bevredigen.
Deze ontwikkelingen baanden de weg voor het hedonisme van onze tijd.
De bijbelse weg
In de bijbel is geluk de saus, die God over de maaltijd van de schepping heeft gegoten. Alle dingen zijn door God gemaakt om ervan te genieten.
Dat gaat dus in tegen Augustinus. In de bijbel, met name in het Oude Testament, is plaats voor een soms wel heel wellustig geluk. B.v. Prediker 5:17: ‘Wat ik als goed heb opgemerkt is dit: dat het voortreffelijk is te eten en te drinken en het goede te genieten bij al het zwoegen waarmee iemand zich aftobt onder de zon.
Want dit is zijn deel.’ Prediker noemt dit genieten vervolgens een gave van God. Of neem psalm 128: ‘Gelukkig is een ieder die de Here vreest, die in zijn wegen wandelt.’ Dat wordt uitgewerkt in beelden vol van genieten: Gij zult eten de opbrengst van uw handen, uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok binnen in uw huis, uw zonen als olijfschoten rondom uw dis.
Zo zal de man gezegend worden die de Here vreest.’ Geluk is in het Oude Testament de volheid van het leven: genieten van een vrouw, kinderen, van bezit, van eer, van wijsheid, van vroomheid, van een lang leven enz.
Het Nieuwe Testament bouwt voort op het Oude Testament. We vinden hier weliswaar minder teksten over geluk en genieten, omdat het Nieuwe Testament zich concentreert op het grote gebeuren van de komst van Jezus als de Messias.
Maar tussen de bedrijven door lees je b.v. in 1 Timoteüs .4 toch over de afwijzing van ‘de leugensprekers die het huwelijk verbieden en het genot van spijze, welke God toch geschapen heeft om met dankzegging te worden gebruikt.’ Paulus’ spreken hierover ligt dus geheel in de lijn van Prediker en de psalmen. Hij vervolgt: ‘Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt: want het wordt geheiligd door het woord Gods en door gebed.’
Hier vind ik het kenmerkende verschil tussen het hedonisme en de bijbelse visie op geluk. Bijbels gezien mag je genieten van de dingen die God je gegeven heeft, maar je moet dat ’al overpeinzende’ doen: je moet er het woord van God over laten vallen.
Er komt een dimensie bij, die heel wezenlijk is voor geluk. De kern van de christelijke geluksbeleving is hierin gelegen dat ik in het goede dat ik ontvang de glimlach van God over mijn leven mag zien. Daarom bidden wij bij het eten, want in het eten dat voor mij staat ligt iets van Gods liefde voor mij. Geluk bloeit pas op in de herstelde relatie met God.
Tov
Geluk is een nevenverschijnsel.
Je moet je er nooit op richten, dan ontglipt het je. Maar als je je er niet op richt en je gebruikt de dingen zoals God ze bedoeld heeft, dan krijg je het er als een nevenverschijnsel bij.
Dat zit in het woordje ‘tov’. En zie, het was zeer ‘tov’ (Genesis 1). ‘Tov’ betekent dat het goed is voor de bestemming, waarvoor God het heeft gemaakt. Als ik de dingen gebruik zoals God ze heeft bedoeld, dan ervaar ik geluk. Geluk is enerzijds objectief, het is een gave Gods. En tegelijkertijd is het ook subjectief. Het is een vreugde-ervaring, waarvoor ik mij open moet stellen en waarin ik zelf actief ben. En hoe meer geluk wij beleven in de dingen, hoe meer wij ook beseffen dat het hier nog niet volmaakt is en dat het ons verlangen naar het Koninkrijk van God levend houdt.
Niet los verkrijgbaar
Het zal onze samenleving niet lukken om geluk en gelukservaring overeind te houden als deze losgepeld worden uit het bredere kader van het goede.
Geluk zonder het goede lukt niet, want geluk kan uiteindelijk niet zonder toekomst en bron. Tegen het postmodernisme kunnen we zeggen dat geluk, dat niet verankerd is in de bedoeling die God heeft met de dingen, ons bij de handen af zal breken.
Hoe kunnen we het geluk dan bevorderen?
Door de dingen te gebruiken zoals God ze heeft bedoeld en ons te realiseren dat we aardse mensen zijn met een lichaam, waar God behoeften aan verbonden heeft, die naar Gods bedoeling bevredigd mogen worden. De bijbel legt er veel nadruk op dat we de tijd voor de dingen moeten nemen. Elke week eindigde in de sabbat, waarop je mocht uitrusten van je werk en genieten. Tegelijkertijd roept de bijbel ons op om eerst het Koninkrijk van God te zoeken en dan zal al het andere ons er bovendien bij gegeven worden. Maak geluk nooit tot het doel van je leven, dan ontglipt het je. Maar als we de goede gaven van God naar zijn bedoeling gebruiken en zijn Koninkrijk zoeken, dan schenkt Hij ons geluk bovendien.
Bewerking: Marleen Hengelaar-Rookmaaker