Gideonsbende
2000-12-22
Opeens staan ze voor mijn deur.- Jaargang 44
- nummer 26
Als trouwe controleurs voor de hondenbelasting, maar dan anders.
Twee keurige vutters met een kartonnen doos onder de arm.
Ik zit nog midden in een dagopening, mijn gasten komen eigenlijk te vroeg.
Ik heb de klas nog niet voorbereid op hun komst.
Ik had namelijk sterk de neiging dat wel te doen.
Een week eerder werd ik al getipt door een humanistische collega; ‘Dromer, ik wil ze niet in mijn les binnenlaten.
Maar als ik dat doe, loop ik dan kans op ontslag?’ Ik wist het niet. Volgens mij zou hij niet ontslagen worden. Misschien kon hij zeggen dat het gezien het onderwerp van de les niet zo gepast was dat er gestoord werd en dat de klas het volgende uur bij de volgende docent wel bezocht kon worden.
Hij bromde nog wat, maar leek tevreden met mijn oplossing.
Ik betrapte mezelf op het feit dat ik ook even met de gedachte gespeeld had.
(Ik schaam me er nu een beetje voor)
De mannen stappen binnen. Eentje energiek, de ander wat minder gemakkelijk.
Mijn leerlingen kijken verbaasd toe wanneer ik zeg: ‘Deze heren komen een cadeau aanbieden, en ze hebben toestemming van onze directie om dit te doen.’ Ik schaam me alweer. Waarom maak ik zo’n afstandelijke opmerking, waarmee ik eigenlijk mijzelf distantieer van deze broeders?
Niet gehinderd door mijn houding neemt een van de mannen het woord en legt uit wie ze zijn en wat ze komen doen.
Gideons. En deze organisatie deelt bijbels uit, over de hele wereld.
De stilte in het lokaal wordt nog intenser.
Gefascineerd kijken leerlingen naar de mannen en naar mij. En ik kijk even gefascineerd naar mijn klas.
De mannen vertellen dat ze graag een bijbel uitdelen. Je hoeft het cadeau niet aan te nemen als je er niet aan toe bent.
De leerlingen zwijgen, maar zitten vol geluid. Ik ken ze.
Ik ken de Gideons ook. Hun doelstelling is zuiver, hun cadeau is het Woord dat ten leven leidt. Hun presentatie doet mijn tenen krommen.
De bijbels worden rondgedeeld. Als hostie in een maffiafilm nemen de meesten het zwijgend in ontvangst.
Een enkeling weigert beleeft. In een hoek wordt gegiecheld. Het meisje naast me, Vanessa weigert beleefd.
‘Nee dank u, ik ben daar niet aan toe’.
De man komt bij mij en vraagt of ik er eentje wil.
Ik ben er wel aan toe.
Zijn collega staat al die tijd zwijgend, bijna prevelend voor het bord, met de kartonnen doos voor zich op een tafeltje.
Hij kijkt steeds naar zijn eigen handen.
Dan volgt de vraag die ik verwacht.
‘Zijn er nog vragen?’ De stilte is veelzeggend. Ikzelf heb al 20 vragen, laat staan mijn leerlingen.
Natuurlijk blijft het stil.
De mannen vertrekken.
Ik blijf opzij bij het raam staan en laat gebeuren wat er dan gebeurt.
Een kakofonie aan opmerkingen, vragen, grappen, spottende opmerkingen gepaard aan geritsel en geblader.
Ik hoor; ‘Achterin staat een bestellijstje, je kunt de hele serie thuis bezorgd krijgen.’ Een ander giechelt: ‘Op onze vorige school kwamen ze ook, na afloop hebben we ze op het schoolplein verbrand’.
Langzaam maar zeker ontstaat er een groepsgesprek. Een meisje vraagt of die andere man bij het bord ons stond in te zegenen. Ze lijkt oprecht en verbaasd geïnteresseerd.
Als ik na 35 minuten groepsgesprek met mijn kleine blauwe Gideon bijbeltje naar een kast loop vraagt Vanessa waarom ik hem daar neer zet. Er staat er namelijk al een. Ik kijk haar aan en zeg: ‘Die staat hier voor je klaar voor als je er wel aan toe bent’.
Over een jaar staan ze weer voor de deur.
Mijn Gideons.
Dromer.