Zondag in Lynden (2)

2000-12-22
  • Jaargang 44
  • nummer 26
Op onze tweede zondag in Lynden besluiten we om de morgendienst in ‘Third’, bij te wonen. We gaan er lopend naar toe, al is dat geen Amerikaanse gewoonte, zelfs niet op zondag. Het gebouw doet denken aan de gereformeerde kerken, zoals ze gebouwd werden in de dertiger jaren van de vorige eeuw. De sfeer is er wat meer ‘Hollands’, wat herkenbaarder voor doorgewinterde gereformeerden uit Nederland. De ontvangst is weer hartelijk en voordat we onze zitplaatsen hebben bereikt, weten velen al, dat we uit Friesland komen.
De gemeente is vacant en de dienst wordt geleid door Ds Ken Ritsema en ook dat klinkt erg Fries. De dienst is wat traditioneler dan de vorige zondag in Sonlight, maar zeker niet saai of voorspelbaar. We beginnen weer met een lofprijzingsgedeelte, begeleid door een vleugel en een orgel, die tegenover elkaar opgesteld staan op het podium voor in de kerk. Het eerste lied is: ‘How lovely are thy dwellings’, een bewerking van Ps 84 en we besluiten met het bekende ‘How great Thou art’. Ook hier wordt goed en enthousiast gezongen. Dan volgen een gesproken lofprijzing, afwisselend door gemeente en predikant en de ‘Time of Thanks’. Een ouder echtpaar heeft de behoefte namens zijn kinderen, de dank uit te spreken voor het meeleven uit de gemeente in een moeilijke periode; het bleek te gaan om de dood van een kind respectievelijk kleinkind. Als afsluiting zingt een kleindochter een prachtig lied met als titel: ‘Visitor from Heaven’.

Zorg om Amerika
Het is de week, waarin de Onafhankelijkheidsdag valt (4 juli) en de preek heeft als thema: Een roep om een nationale vernieuwing. Dit n.a.v. 2 Kronieken 7. Aan het einde van de preek, waarin de predikant zijn zorg over bepaalde ontwikkelingen in de Amerikaanse samenleving niet onder stoelen of banken steekt, zegt hij: ‘We zingen misschien wel eens te gemakkelijk , ‘God Bless America’.
Laten we gaan bidden voor ons land’.
(‘Let us pray for America’).
Na de koffie in de kerk, worden we uitgenodigd voor een lunch in één van de bijgebouwen. Een bepaalde wijk organiseert dat voor die zondag.

Kennismaking met ‘First’
Die avond hadden we het plan om de dienst in ‘Sonlight’ bij te wonen, maar als we daar om half zeven arriveren, blijkt het gebouw gesloten. Dat krijg je als je kerkelijk wat gaat ‘shoppen’!
Maar enfin, waar een wil is, is ook wel een kerk te vinden. Om half 8 is er nog een dienst in First en zo zitten we een uur later weer in een andere kerk. Het is de oudste CRC in Lynden: het 100jarig bestaan zal binnenkort gevierd worden.
Het is de meest ‘Hollandse’ kerk in Lynden, dat proef je onmiddellijk. De dienst begint ook nu weer met ‘Praise Time’. Er wordt gezongen uit het officiële Liedboek van de CRC en uit een bundel met liederen van wat oudere datum. Sommige ademen de sfeer van Johannes de Heer. We eindigen met het ook in ons land wel bekende ‘Spirit of the living God’. Dan is er een moment voor de kleine kinderen in de kerk, die worden uitgenodigd om op het podium te komen.
Een jonge man probeert aan de hand van gevulde en niet gevulde ballonnen duidelijk te maken waar we aan moeten denken als we het hebben over ‘vervuld zijn van de geest’. Het thema van de preek is: ‘Ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws’, n.a.v. 1 Sam 16:13 en 14. De predikant is Paul Hansen; hij is niet van Nederlandse afkomst, zijn roots liggen in Scandinavië, al zou je dat op het eerste gezicht niet zeggen. Hij begint zijn preek in de preekstoel, maar houdt het daar niet lang uit en met de bijbel in de hand loopt hij heen en weer over het podium. Als ik hem ontmoet na de dienst blijkt al snel, dat hij geen rol speelt, maar eenvoudigweg zo in elkaar steekt. ‘Ik vind het heerlijk om dit te mogen doen, in deze gemeente te mogen werken, helemaal op te gaan in een dienst als vanavond en te proberen mensen de weg te wijzen naar het Koninkrijk’.
‘En’, voegt hij er met een knipoog aan toe: ‘ik kan er met mijn gezin nog van leven ook’! Inderdaad niet het prototype van de gesloten, gereserveerde Scandinaviër.

Napraten
Na de dienst vragen twee echtparen, die elkaar elke zondagavond bezoeken, ons of we zin hebben om mee te gaan. We belanden op een grote melkvee-boerderij een paar mijl buiten Lynden. We praten met elkaar, alsof we elkaar al jaren kennen. Ze hebben hun zorgen, over de toekomst, over hun kinderen, want ook kinderen in Amerika volgen niet altijd het pad, dat de ouders in gedachten hadden. Over de kerk, waartoe ze behoren, zijn ze enthousiast. Ze storten zich er met hun hele ziel in. ‘I am really excited’, zegt onze gastvrouw, als ze het over de gemeente heeft.
We sluiten de avond af, nee niet bij het harmonium, maar wel zingend rondom de piano. Ook dat waren ze nog zo gewend en we zingen graag mee.
Als we die avond naar huis rijden, blijven de woorden van onze gastvrouw in mijn gedachten haken. Het overkomt je toch niet zo vaak, dat iemand zo de lof zingt van de gemeente waarvan hij of zij lid is. Hoogstens ervaren mensen in tijden van tegenslag en ziekte, dat ze zich gedragen voelen en gesteund door de gemeente.
En dat is fijn, maar gebeurt dat óók als alles zo gewoon zijn gang gaat? Was onze gastvrouw een ietwat zweverig type, een beetje overgeestelijk misschien? Bepaald niet. Was de Eerste CRC in Lynden, waartoe ze behoorde een volmaakte gemeente?
Natuurlijk niet, al was het wel een levende gemeente.

Blij met de kerk?
Als leden van de Goede Herder Kerk in Heerenveen, kost het ons weinig moeite om een aantal zaken op te noemen, waardoor we soms niet meer zo enthousiast zijn over de gemeente.
Je zou zo graag bepaalde zaken willen veranderen en op een ander moment kun je ook zwaar teleurgesteld raken, omdat anderen jouw idealen misschien nog wel delen, maar het daarbij dan ook voorlopig maar willen laten. Ik blijf zitten met de vraag: Als wij niet enthousiast zijn over onze eigen gemeente, en naar buiten toe in de eerste plaats accentueren, wat er allemaal aan mankeert en we het gras bij de buren altijd groener vinden, wie moeten er dan ooit nieuwsgierig worden, bij wie moet er dan wél het verlangen opkomen om eens te weten, wat die mensen, die daar elke zondag aan de Oude Veenscheiding in Heerenveen bij elkaar komen nu echt bezielt?
En elke Opbouwlezer kan daar natuurlijk zijn eigen kerkgebouw in gedachten hebben. Als je op zondagmorgen door stille straten naar de kerk loopt of fietst of rijdt, bekruipt u dan ook wel eens dat deprimerende gevoel, dat al die mensen, die op een steenworp afstand van de kerk wonen en nog op één oor liggen, geen flauw idee (meer) hebben van wat we daar binnen die muren van dat kerkgebouw aan het doen zijn? En mochten we de kans krijgen daar iets over te zeggen, dan hoop ik dat de mensen, die we toch hopen te bereiken, in elk geval merken dat die vroege vogels van zondagmorgen zo graag op tijd opstaan, omdat ze enthousiast zijn over de gemeente waar ze bijhoren.
Met minder kunnen ze in Amerika, maar ook wij in Nederland, niet toe.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief