Blijf kinderen redden!
1998-02-06
Een van de kenmerken van deze eerste maand van het Jaar onzes Heren 1998 is dat er zoveel bekende en meest ook gerespecteerde mensen van een zekere hoogte ter aarde zijn gevallen, van hun voetstuk wellicht. Dat is al gebeurd bij Politie en Justitie en ook in de wereld van synodes en kerkbesturen.- Jaargang 42
- nummer 3
Toch geschokt!
Als je dan denkt dat we nu wel alles hebben gehad, dat weinig ons nog schokken kan, laat staan bevreemden, blijkt dat toch nog mogelijk! Van geen enkele zaak de laatste maanden ben ik persoonlijk meer aangeslagen dan de kwestie die pas door 'Redt een Kind' is gemeld. Een heel triest voorval van misbruik van kwetsbare kinderen in Afrika. Naar ik veronderstel, is die zaak voldoende onderzocht om bestuur en Commissie van Goede Diensten te laten zeggen dat er inderdaad een zaak is! Ik zou wel wensen dat dat anders was, maar dat zal wel niet.
Evenzo zou ik wensen dat ik verzachtende omstandigheden in dezen (al was 't er maar één) zou kunnen bedenken; door totale onwetendheid aangaande de feitelijke toedracht valt er 'noch te plussen noch te minnen'.
Juist als je de Nederlandse betrokkene( n) bijna allemaal kent (dat betreft uiteraard niet de kinderen in Afrika!) en weet met hoeveel toewijding en inzet, met hoeveel (zelf)opoffering, dat werk steeds is verricht, dan is het hartverscheurend ook deze episode mee te moeten maken.
Een wonderbaarlijk werk
Als voormalig lid van de gemeente Eck en Wiel, als medebewoner van het grote terrein waar stichting I'Abri het mooie 'Korten hoeve' exploiteert en Stichting 'Redt een Kind' jarenlang een kantoor had (voor vertrek naar Ommen, in 1992) ken ik, enigszins van binnenuit dat bijzondere stukje werk, dat zo buitengewoon door de Here God is geleid en gezegend. Ook heb ik iets van het werk van de kinderhuizen gezien, in India, en ben ervan onder de indruk gekomen. Bij de voorbereidingen van mijn boek 'Door Zijn Hand' (over Gods Leiding in je Leven) heb ik bovendien uitvoerig over de wonderlijke manier van ontstaan van 'Redt een Kind' gehoord, van Mevrouw Rookmaaker.
Zij gelooft, en ik deel dat geloof, dat de vurige liefde voor Afrikaanse en Indiase kinderen, kansarme en kwetsbare kinderen, en ook de diepe drang om het te beginnen, niet in mensenharten is opgeklommen maar dat het direct uit Gods Vaderhart is voortgekomen. Dat werk is immers zo gezegend en bevestigd! Ik heb, toen ik aan een Theologische Opleiding in het Indiase Poona les gaf, er diverse mensen ontmoet van 'de Tehuizen'.
Allen vroegen ze of ik, aangezien ik uit Nederland kwam, Mevrouw Rookmaaker kende. Toen dat het geval bleek, was er een jongen (Massilamani was zijn naam, een stille ernstige jongeman met een grote bril) die me met tranen in zijn ogen zei: "Die vrouw, en het werk dat ze doet, heeft mij, menselijkerwijs gesproken, het leven gered! Ik maakte geen enkele kans in het leven, maatschappelijk niet en ook geestelijk niet. En zie wie ik nu ben! ..."
Hoe nu verder?
In een gebroken situatie als deze moet er meer gebeuren dan het continueren van onze steun. Er zullen beleidsmatige en wellicht pastorale kwesties aan de orde komen. Maar al moet er ook meer gebeuren dan continuering van steun aan kinderen, in elk geval mag het niet minder zijn! Want als onze steun werd ingetrokken, dan worden die arme kinderen nog een tweede keer getroffen. En wie zou dat willen zien gebeuren ...