Een gedicht uit Woordwerk
1998-02-06
Een lezeres vroeg of het onderstaande gedicht in Opbouw geplaatst kon worden. Ze schreef: "Ik heb het idee dat het 'literair', maar zeker 'theologisch' hier en daar niet klopt, maar. .. het boeide en ontroerde mij zeer en ik heb het dan ook herlezen en nog en nog eens, enz."- Jaargang 42
- nummer 3
Het gedicht verscheen in Woordwerk van september 1997.
In verbondenheid
Voor Lenie Heeroma
Is het zo vreemd dat wij hopen
dat de liefste binnen zal lopen
als een levende. als voorheen?
Dat hij ons aanstonds zal groeten,
de gekende van hoofd tot voeten
en anders is er geen?
Is het zo vreemd dat wij smeken
om een toegift, een enkel teken
van een leven voorgoed voorbij?
Dat wij niet kunnen geloven
in een vredig geluk daarboven,
het spel in de groene wei?
Is het niet vreemd dat wij denken
hem de eeuwige rust te schenken
door het maken van een gedicht?
Zou onze taal hem bereiken
of kan hij alleen nog maar kijken,
tasten naar woorden van licht?
Weet, dat de doden nog even
ten afscheid langs komen zweven
en dan is het hier gedaan.
Schrijf. zei hij, nu ik ontwijk,
mij een lied van het hemelrijk:
dan kan ik daar binnengaan.
Zouden wij menen te weten
dat de doden worden vergeten
als nog iemand naar hen verlangt?
Vrouw zijn is overstromen
van liefde in woorden en dromen
als een schaal die de regen vangt.