Standenprediking
1998-02-06
Nee. dat woord zal de doorsnee lezer van Opbouw waarschijnlijk niet zoveel zeggen. Daarvoor moet je meer in de bevindelijke hoek van Gereformeerd Nederland zijn; daar wordt veel gesproken over de standen van het genadeleven. En dan gaat het over de weg die God gaat met Zijn uitverkorenen. Die weg kent een aantal kruispunten, en aan de hand van die kruispunten kun je beschrijven hoe ver iemand is op de weg.- Jaargang 42
- nummer 3
Nu is er onlangs een boekje verschenen van dr.ir. J. Blaauwendraad (geen theoloog. maar een zeer betrokken lid van de Gereformeerde Gemeenten). De titel luidt: 'Het is ingewikkeld geworden'; daarmee bedoelt hij dat de prediking in zijn kerkgenootschap zich zo heeft ontwikkeld, dat het voor gewone gelovigen steeds moeilijker is geworden om zich het heil van God door het geloof toe te eigenen. Eén van de punten waar Blaauwendraads kritiek zich op richt is de bovengenoemde prediking van de standen die iedere gelovige zou moeten doorleven. Blaauwendraad heeft nogal wat losgemaakt; in de Gereformeerde Gemeenten, maar ook in verwante kerkgenootschappen. In De Saambinder, het landelijk weekblad van de Gereformeerde Gemeenten ('in Nederland en Noord-Amerika' , zoals de officiële naam voluit luidt), is ds. J.J. van Eckeveld in een serie van twaalf artikelen ingegaan op het betoog van Blaauwendraad; o.a. ook op het verwijt van een te eenvormige standenprediking. Uit De Saambinder van 27 november neem ik het volgende over:
AI is, om met Philpot te spreken, niet één eikenblad gelijk aan het andere, het zijn wel allemaal eikenbladeren.
Dat wil zeggen, dat er punten zijn, waarop al Gods kinderen elkaar ontmoeten en waarin zij elkaar herkennen.
Allereerst wil ik dan wijzen op de noodzaak van de bevindelijke kennis van de drie stukken, ellende, verlossing en dankbaarheid. In de doorleving van die drie stukken klopt de hartslag van het geestelijke leven. En daarbij zullen wij er altijd in deze volgorde over moeten spreken, dat het stuk van de ellende als eerste genoemd wordt. De kennis der ellende gaat aan de kennis der verlossing vooraf. De zaligmakende kennis der ellende is geen voorwaarde, maar wel de weg waarin de Heilige Geest plaats maakt voor de verlossing die in Christus is. Als dat niet meer gepreekt wordt, dan wordt de prediking oppervlakkig (de accentueringen zijn van Van Eckeveld).
Zelf zou ik liever kiezen voor het beeld van een boom, die in wortels, stam en takken tegelijk groeit; als het één groeit, dan ook het ander. De noodzaak van zonde kennis prediken aan mensen, vóórdat ze Jezus Christus hebben leren kennen als degene die hen verlost van hun zonden, zal leiden ófwel tot lijdelijkheid en oppervlakkigheid (want: "Ik kan er immers toch niks aan doen"), óf tot het klemzetten van mensen in het ellendige dilemma dat we dankzij Aleid Schilder kennen als 'hulpeloos, maar schuldig'. Alleen verbonden met Jezus, die je vasthoudt, is het veilig genoeg om de diepte van je eigen zonde onder ogen te zien. Zonder Hem val je in die diepte te pletter. In De Wekker heeft professor Van 't Spijker een boeiende serie gewijd aan het boekje van Blaauwendraad. Dat hij daar aandacht aan geeft, verbaast niet: in de rechterflank van de Christelijke Gereformeerde kerken wordt immers een gedachtenklimaat gevonden dat verwant is aan dat in de Gereformeerde Gemeenten.
De discussie over wat door Blaauwendraad is aangevoerd krijgt daarmee automatisch ook iets van een intern CG gesprek. De belangrijkste kritiek die Van 't Spijker heeft op de standen prediking is deze, dat wat hier bevinding (geloofservaring) lijkt, dat in werkelijkheid helemaal niet is. Datgene wat je als mens moet meemaken is zo tot in detail voorgeschreven, dat het niet meer een werkelijke ervaring is die mensen opdoen met God, maar veeleer het product van een door eeuwenlange traditie geijkt voorschrift. Van 't Spijker schrijft (in De Wekker van 5 december):
Men hoort soms zeggen: zo leidt God zijn volk. Maar, voegt hij daar onmiddellijk aan toe: In deze standentheologie is sprake van een gesystematiseerde ervaring.() Het denken, dat om ordening vraagt, bepaalt de ervaring.
Dat betekent: wat je moet ervaren ligt al bij voorbaat vast. Niet omdat God Zijn volk nu eenmaal altijd zo leidt, maar omdat het menselijk verstand het werk van God zo in kaart heeft gebracht. Dat leidt tot de conclusie, hoe tegenstrijdig die ook mag klinken, dat in dit bevindelijk systeem uiteindelijk het denken bóven de ervaring staat. Van 't Spijker beschrijft de geschiedenis van deze systematisering van het geestelijke leven, via de conventikels en gezelschappen uit vorige eeuwen, en constateert dan:
Het (geestelijke leven) wordt ingedeeld in 'stukken', en het wordt gefragmentariseerd op een wijze die aan de eenheid van het werk van Christus en ook aan de eenheid van het werk van de Geest afbreuk doet. In dit klimaat kon ook de leer van de rechtvaardiging worden omgebouwd tot een psychisch proces, waarvan de voortgang nauwkeurig in het oog kon worden gehouden. Men had geen zicht meer op de eenmaligheid van de bevrijdende uitspraak van het evangelie, die door het geloof alleen kan worden aangenomen. 'Door het geloof alleen' zo luidde de boodschap van de Reformatie. Maar ook door het geloof volkomen en geheel, zoals het werk van Christus als een geheel zich presenteert in het evangelie, en wel als volbracht werk. Terecht heeft Blaauwendraad gepleit voor het "bij elkaar houden van geloof en rechtvaardiging."