Brief aan Ingrid

1998-02-20
  • Jaargang 42
  • nummer 4
Depressiviteit is een complex psychisch ziektebeeld. Een depressie van kan persoon tot persoon anders gekleurd zijn. De één slaapt nauwelijks, de ander juist heel veel, de één heeft een enorme dadendrang, de ander komt tot niets.

Ook de oorzaken van een depressie zijn heel verschillend. Wel is er vaak sprake van een combinatie van factoren, zoals (bijv.) én de levensfase waarin iemand verkeert, én een familiair bepaalde gevoeligheid, én lichamelijke factoren (een tekort aan serotonine, een te lage schildklierfunctie, een postnatale depressie), én de manier waarop die persoon met conflicten omgaat (bijv. de aangeleerde hulpeloosheid: "ik heb toch geen invloed op mijn leven, bij mij mislukt toch alles"). Het is dan ook moeilijk om in kort bestek te omschrijven wat een depressie is en wat je kunt doen om uit die depressie te komen.

Beperkt
Dit artikel werd geschreven naar aanleiding van de 2e druk van 'Brief aan Ingrid', een brochure over depressiviteit.
De goed verzorgde uitgave telt 14 bladzijden aan tekst. Vanwege de complexiteit van het thema wordt is deze bijdrage 'breder' van opzet dan de gemiddelde boekbespreking.
Duidelijk zal zijn, dat het onderwerp depressiviteit in zo'n beknopte uitgave slechts heel beperkt aan de orde kan worden gesteld. De auteur, de heer C. van Baardewijk, noemt een aantal oorzaken van depressiviteit, maar hij zegt erbij dat de opsomming willekeurig en onvolledig is. Er wordt dan ook een beperkte groep factoren genoemd. De verschillende vormen van een depressie komen in het geheel niet ter sprake (zoals de zgn.
bipolaire stoornis met een drukke - manische - en een sombere periode). Zorg op maat De auteur richt zich tot Ingrid. Hij hoopt haar met deze brief een beetje te helpen. Tegelijkertijd is het ook een open brief aan anderen. Dit is helaas een zwakte in de publicatie. De brief is in deze vorm niet zo persoonlijk en op maat voor Ingrid, maar kan dat ook niet zijn voor (om maar een naam te noemen) Marijke. Hulp bieden bij depressiviteit is namelijk bij uitstek een kwestie van heel nauwgezette zorg op maat: wat heeft deze persoon in deze situatie nodig? Wat voor Ingrid van toepassing is, geldt niet voor Marijke.
Een voorbeeld van een advies uit de brochure: "Het belangrijkste is dat je alles wat je hebt dienstbaar maakt aan de Ander en aan de ander" (een citaat van D. Ellen). Voor Marijke is dat (nu) geen goed advies. Ze is juist depressief geworden omdát ze zich altijd dienstbaar opstelde. Daardoor heeft ze zichzelf overvraagd (misschien wel net als Luther en Calvijn, die in de brochure ook worden genoemd). Dit advies kan ze beter niet lezen, want dan slaan de schuldgevoelens (nog meer) toe. Wel moet ze zorgen dat ze zich iedere dag aan een (beperkt) dagprogramma houdt. Van in bed blijven liggen wordt ze niet beter. En hoe ervaart Marijke het advies dat ze zich moet richten op de Ander? Voor haar .is God eindeloos ver weg. Door dit advies zal ze zich ook tegenover God nóg schuldiger gaan voelen. Voor Marijke is het belangrijk dat anderen het gebed van haar overnemen.

Leer mij volgen zonder vragen?
In het laatste deel van de brochure noemt de auteur een aantal gedeelten uit de Bijbel die van toepassing kunnen zijn in het denken over een depressiviteit. Een voorbeeld: 'Laat los en gij zult losgelaten worden'. Een belangrijk advies. Soms blijven mensen elkaars gevangene. We proberen de ander te veranderen en dat gaat ten koste van onze eigen identiteit.
Wie over depressiviteit schrijft kan niet om de psalmen heen. Terecht stelt de auteur dat verdriet en boosheid gevoeld en erkend moeten worden. Het 'leer mij volgen zonder vragen' is geen christelijk antwoord op woede en verdriet.

Psalm 88
Even een zijspoor naar aanleiding van een psalm. Psalm 88 is de meest indrukwekkende psalm over wat iemand ervaart die depressief is. In die psalm komen we geen direct perspectief tegen. God wordt bevraagd, maar aan het eind van de psalm lezen we nog steeds geen antwoord. De auteur van de brochure noemt deze psalm wel, maar juist déze psalm zou mijns inziens extra aandacht verdienen. Waarom? Omdat er te vaak (vanuit een goedbedoelde verlegenheid) adviezen worden gegeven. Dat is begrijpelijk, want je ziet dat de ander lijdt en je wilt graag dat het beter gaat.
Naarmate het herstel langer op zich laat wachten, ontstaan er ook in de omgeving problemen. Het is immers moeilijk om je eigen onmacht te erkennen (Zie: Govert Bach, Doe Uzelf geen kwaad, Den Haag, 1984; blz.
121 e.v.). Vandaar reacties als: "Och, de zon schijnt, je hebt een mooi huis en een lieve man" , "U mist uw man, maar U hebt toch nog 3 lieve kinderen?", of "Als je bidt, (ver)hoort God je wel". Objectief gezien is dat waar, maar wie in de tunnel van een depressie zit, voelt datniet zo en wordt door dergelijke adviezen juist in de kou gezet. Psalm 88 laat bij uitstek de diepte van de depressie zien. Leden van de christelijke gemeente zouden dan ook die psalm eens echt tot zich door moeten laten dringen. Veel depressieve mensen hebben in eerste instantie geen preken nodig, ze hebben mensen nodig die voor hen bidden als zij in hun depressie niet meer kunnen bidden. Ze hebben niet iemand nodig die hen uit de put trekt, maar eerst is er iemand nodig die naast hen in de put gaat zitten. Ze hebben vaak meer aan een wandeling van een half uur langs de rivier terwijl er naar hen geluisterd wordt dan aan een tweegesprek van een uur.

Evaluatie
Het gedeelte over Psalm 88 was een zijspoor. In de 'aan Ingrid' komt de auteur niet met dergelijke (op zichzelf begrijpelijke) adviezen. Hij staat niet gemakkelijk klaar staat met Gods oordeel. Evenmin trapt hij in de 'evangelische valkuil' dat je, als je maar gelooft, van je depressie genezen wordt. Toch heb ik mijn aarzelingen bij de inhoud van de publicatie. Voorop staat: de heer van Baardewijk heeft een sympathieke brochure geschreven. De lezer voelt zijn betrokkenheid bij het verdriet dat Ingrid ervaart. Hij geeft aan dat de brief een poging tot hulp is, die verre van volledig is. De auteur beperkt zich in deze publicatie tot de lichtere vormen van depressiviteit. Ook is hij voorzichtig in zijn bewoordingen.
Toch ontkomt ook deze publicatie niet helemaal aan het dilemma dat de auteur graag wil laten zien dat er een uitweg is. Soms raakt hij zelfs enthousiast, want 'van depressiviteit kun je beter worden'. Inderdaad: er is uiteindelijk voor veel mensen een uitweg, laat ik daar duidelijk over zijn. Alleen: op welk moment is het tijd voor bemoediging? Sommige mensen worden geholpen als je hen de lichte zijde van Gods genade laat zien. Voor anderen moeten hun sombere gevoelens eerst volledig de ruimte krijgen. Ze zijn beschadigd omdat ze nooit bij hun gevoel konden komen. Zij raken (vreemd genoeg) juist ontmoedigd door mensèn die vertellen dat er een uitweg is ("waarom bij mij dan niet?"). Soms moet je soms Psalm 88 dus gewoon zo laten staan en 'alleen maar' luisteren. Een ander probleem is het gegeven dat depressieve mensen vaak de neiging hebben om allerlei uitspraken op zichzelf te betrekken. "Hij bedoelt mij, ik doe het niet goed." Dat maakt het schrijven van een persoonlijk getinte brochure moeilijk. De oorzaken van depressiviteit zijn zó complex, dat er geen standaard antwoord bestaat en dus ook geen standaard brief. Ook bij de behandeling van depressiviteit vallen nauwelijks algemene richtlijnen te geven: wat bij de persoon van de één past, is juist schadelijk voor de ander.
lrigrid kan gebaat zijn bij de inhoud van deze brief. Bij Marijke zal de diezelfde inhoud haar schuldgevoelens juist versterken. Ze zal verzuchten dat er weer zoveel móét. Ze zal zichparadoxaal genoeg door de antwoorden die in de brochure gegeven worden - op dit moment in de kou voelen staan. Juist omdat er in de omgang met depressieve mensen vaak te veel geantwoord en te weinig geluisterd wordt, heb ik de neiging om tegengas te geven. Misschien is het wel zinvoller om een brochure te schrijven over de omgang met mensen die aan depressiviteit lijden.
AI met al is het dus belangrijk om goed in te schatten voor wie deze brief geschikt is. Gemeenteleden met een lichte mate van depressiviteit kunnen met deze brief (een eindje) geholpen zijn. Mensen met ernstiger vormen van depressiviteit hebben andere hulp (én medicijnen!) nodig. Een aantal adressen en telefoonnummers van hulpverleningsinstanties wordt in de brochure genoemd.

N.a. v.: Brief aan Ingrid, door C. van Baardewijk. Verkrijgbaar door overmaking van f 4, 10 op nr. 682060316 t.n. v. C. van Baardewijk; postgironummer van de bank: 826319 t.n.v. INGbank, Apeldoorn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief