Van een grimmig boek, een verdrietig boek, een moedig boek (2)
1998-02-20
Het ging over Keith B. Richburgs boek Out of America waarin hij als een zwartman Afrika te lijf gaat. Overal Zuid van de Sahara heeft hij zijn voetstappen gezet. Dat het er anders zou zijn dan zwart te wezen in een blank Afrika, wist hij tevoren. Wie als zwartman in Amerika is opgegroeid, is altijd maar in gezelschap van dat heel bewuste gevoel van anders te zijn, bepaald door de kleur van je huid. Zou ik in Afrika in de naamloze massa opgaan, vroeg hij zich tevoren af?- Jaargang 42
- nummer 4
Maar hij ontdekte al gauw dat hij als zwarte toch ook niet welkom was in Afrika, altijd overal buitenstaander was en nooit vat kreeg op wie de gewone man in Afrika nu eigenlijk wsa. Ik was er altijd een zwartman op de verkeerde plaats. Hutu's namen aan dat ik een Tutsi was, Kikuyu's een Kamba, en de zwarte Amerikaanse soldaten in Somalia dachten met een vijand uit Afrika te doen te hebben. Overal maar zwaaien met mijn blauwe Amerikaanse paspoort bij grensovergangen en padblokkades: "I am American, please don't shoot". Afrika spuugde mij gedurig uit. Want een zwarte Amerikaan hoort nergens bij in AFrika. In Amerika had hij als reporter geleerd nauwkeurig verslag te doen. Was de rechterarm gebroken of de linker?
Maar Afrika telt zelfs zijn doden nauwelijks. Lijken houden er op mensen te zijn. Een dodelijk gewonde kijkt je nog even aan alsof hij zeggen wil: ik heb ook een naam, een identiteit, net als jij. Maar hij is al in de dood weggegleden.
In Afrika telt niemand doden en vraagt niemand naar namen. De dood is er anoniem.
Er is geen beginnen aan iets van het beschreven geweld, de wreedheid, de corruptie, de armoede, Aids, de uitzichtloosheid weer te geven. We slaan geen land over en we maken er menige zogenaamde vrije verkiezing mee. We bezoeken er de ziekenhuizen waaruit de medicijnen gestolen zijn en buiten op straat verkocht worden. De kindsoldaten met teddybeertjes in de ene hand en AK 47's in de andere, dappere soldaten die hun gezichten volsmeren met make-up in het geloof dat juju, de Westafrikaanse magie hen zal beschermen voor de kogels van de vijand.
Het is een moedig boek omdat het waagt hardop te zeggen wat alleen maar gefluisterd mag worden. Hij zegt: ik weet dat ik gehaat zal worden door de geleerde Afrikanisten omdat een zwarte journalist geacht wordt in de zwarte pas te blijven lopen, maar ik haat de Grote Leugen. Alsof Afrika bevrijd zou zijn. De armen onder koloniaal dictatuur zijn alleen maar nog armer geworden, met nog veel meer verdrukking. .Atrika's mislukkingen zijn verstopt achter een sluiter van verontschuldigingen.
Het is al te gemakkelijk om in de val van oude racistische stereotypen te trappen - dat Afrikanen lui zijn, Aziaten gewoonweg slimmer, dat zwarten altijd nog een wilde, primitieve kant hebben. Maar ik ben zwarte, hoewel geen Afrikaan en daarom druk ik nog wat verder door." Je wordt er verdrietig van wanneer Richburg inderdaad nog wat verder doordrukt, het klinkt bekend maar om het alles te horen uit de mond van iemand die overal in Afrika achter de schermen heeft gekeken, maakt een mens mismoedig. En de vraag die Richburg stelt is er dan geen oplossing voor de Afrikaproblemen? blijft op de deur kloppen.
En waarom alle mislukking vrijwel altijd daar? Nee, hij zoekt het niet in de richting van segregatie. Dat is juist de vloek geworden van Afrika. Wie niet tot een 'stam' - hij zegt het is een vies woord geworden - behoort, is van alles uitgesloten. Afrika bestaat uit myriaden etnische groepen. Dat is juist de oorzaak van alle ellende. Het boek laat ons toch eigenlijk wel met die vraag zitten: waarom? Maar laten we eerlijk zijn: journalisten geven weer wat ze gezien hebben en stellen de vragen. Keith Richburg heeft zijn werk gedaan. Anderen beantwoorden de vragen. De grimmige, verdrietige, moedige vraag van het waarom blijft dus liggen.