Gods huis - open huis
1998-02-20
Os H. Drost is sinds 1990 Gereformeerd (vrijgemaakt) evangelisatie-predikant in Venlo. In dit boekje wil hij laten zien dat je heel goed Gereformeerd kunt zijn en tegelijk missionair in deze wereld staan (vandaar de ondertitel van zijn boekje). Wat Gereformeerd: zijn in dit verband voor hem inhoudt, lees ik op blz 67: "In het gereformeerde denken neemt de verkiezing een belangrijke plaats in. Wie goed wil evangeliseren moet van tijd tot tijd door die Leerregels heen kruipen". Met "die Leerregels" bedoelt Drost de Dordtse Leerregels, de vijf artikelen tegen de Remonstranten. En inderdaad krijgen die in dit boekje een merkwaardig grote plaats. Verkiezing en evangelisatie: dat is geen voor de hand liggende combinatie. Het nadruk leggen op de verkiezing heeft immers vrijwel automatisch een verlammend effect op iedere vorm van evangelisatie.- Jaargang 42
- nummer 4
Drost doet zijn best om te laten zien dat dat echt niet hoeft. Of hij daar werkelijk in slaagt betwijfel ik. Hij betaalt namelijk wel een prijs voor het zo prominent laten figureren van de verkiezing. Laat ik dat helder maken aan de hand van twee voorbeelden die Drost zelf noemt. Het eerste: "Bij een evangelisatie-actie werden roosjes uitgedeeld. Deze manier van werken is klant-vriendelijk. Aan het roosje was een kaartje vastgemaakt.
Daar stond ook een vriendelijke tekst op: 'God houdt van u'. Veel mensen op straat konden dat gebaar waarderen".
Het tweede: dezelfde mensen van daarnet gingen een tijdje later weer op pad; ditmaal "gingen (ze) de straat op om appels uit te delen. Bij elke appel zat een kaartje met de tekst: 'God doet een appèl op u", Nou lijken mij dat allebei heel bruikbare acties, maar helaas: alleen de tweede kan genade vinden in de ogen van Drost, de eerste niet. Waarom niet?
Omdat het niet waar is dat God van alle mensen houdt; als we dat - met goede bedoelingen - toch zeggen, dan spreken we niet goed over God en Christus en de verzoening. De rol van de mens in het tot geloof komen wordt op deze manier veel te belangrijk. Immers: als God van alle mensen houdt, dan moet het dus wel van die mensen zélf afhangen of ze gaan geloven of niet. Nu, dat kan niet, want de vraag of iemand gaat geloven hangt niet van de keus van die mens af, maar van de keus, de verkiezing van God. Aldus Drost; die vervolgens ook Peter Scheele ("Visserslatijn") kritiseert met een beroep op de Dordtse Leerregels: "AI dat gedoe om het evangelie toch nog maar interessant te maken, is niet anders dan dat mensen proberen Gods werk over te nemen", zegt Drost. Ja, je kunt een hoop leren van zo'n boek van Peter Scheeie, maar de mentaliteit erachter deugt niet: "Naast zo'n boek zou u de Dordtse Leerregels moeten bestuderen om een heldere bijbelse kijk op deze dingen te krijgen". Nu is een recensie niet de geëigende plaats om uitgebreid op deze dingen in te gaan. Ik veroorloof me een paar opmerkingen:
1. De Dordtse Leerregels zijn een strijd-geschrift, ontstaan in een concrete tijd, opgeroepen door een concrete tegenstander (waarbij je je ook nog af kunt vragen in hoeverre de tegenstander ook de omvang van het toernooiveld heeft bepaald: eigenlijk ging de strijd niet over het beperkte terrein van de uitverkiezing, maar over het veel bredere terrein van de rechtvaardiging).
Een zekere eenzijdigheid is daarmee onvermijdelijk gegeven. Daar is niks mis mee, maar het moet je wel voorzichtig maken om zo'n geschrift bijna 400 jaar later tot de basis van je evangelisatiewerk te maken.
Laat ik twee Schriftwoorden noemen (ik heb er niet speciaal naar gezocht), die in dit verband bij me boven komen. Ik denk aan het woord van Jezus in Matteüs 23:37, gesproken tot Jeruzalem: "Hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen 0 en gij hebt niet gewild". Nou kun je dat natuurlijk dogmatisch platwalsen door het niet-willen terug te voeren op Gods eeuwig raadsbesluit, maar dan doe je voor mijn besef geen recht aan de bijbeltekst; alsof onze dogmatiek het levende spreken van de Here God tegen zichzelf in bescherming moet nemen.
Ik denk ook aan de nodiging van onze Heiland in Matteüs 11:28: "Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt". Dat laatste is geen voorwaarde - alsof er zou staan: "Je mag bij Mij komen, maar dan moet je wel eerst vermoeid en belast zijn" - maar het is er een onderstreping van dat Jezus het werkelijk meent als Hij mensen uitnodigt om bij Hem te komen: "Kom maar bij Mij; en dat geldt óók voor jullie, mensen die zich helemaal niet kunnen voorstellen dat God naar je omziet. Ja, Ik meen het echt: dit is voor iedereen!"
2. Het gesystematiseerd denken over de uitverkiezing heeft een eigen dynamiek, en die is nagenoeg onstuitbaar.
Het effect van die dynamiek is dat de eeuwigheid altijd de neiging heeft om de tijd te verslinden; dat wat in de tijd gebeurt, in de geschiedenis, verliest aan realiteitswaarde doordat teruggevraagd naar dat wat er in de eeuwigheid aan is voorafgegaan. Het vliegwiel van deze beweging is de angst om tekort te doen aan de eer van God. Wie eenmaal begonnen is aan deze denkweg, vindt onderweg ook nauwelijks nog een punt waarop hij halt kan houden. En meer en meer verdampt (het gebeuren in) de tijd, en almaar sterker manifesteert zich het in de eeuwigheid genomen raadsbesluit van God.
3. Laat de uitverkiezing blijven wat zij naar mijn overtuiging in de bijbel is: niet het preludium, het openingsakkoord van het grote muziekstuk van de rechtvaardiging van de goddeloze - waarbij het preludium de toon zet voor alles wat er verder volgt - maar de grootse finale van datzelfde stuk, het slotakkoord, waarin op een verhoogde toon en met een niet meer te overtreffen intensiteit aan God de eer wordt gebracht voor het onbegrijpelijke wonder van Zijn genade. ZÓ functioneert in de bijbel - nee, niet het dógma, maar het lóflied van de uitverkiezing! Zie Handelingen 14:48b; Romeinen 11:33-36; Efeziërs 1:4.
H. Drost. Gods huis - open huis. (Van harte gereformeerd en missionair). Uitgeverij Woord en Wereld. Bedum. 1997.