De kwetsbaarheid van het Woord
1998-05-15
Een vrouw, die uit pure nieuwsgierigheid naar de kerk was geweest vroeg na afloop aan een kerkganger : “U gelooft toch dat de kracht van de kerk gelegen is in de Bijbel als het Woord van God?” De kerkganger zei: “Ja, dat geloven wij inderdaad.” “Ik vind dat een mooie en bescheiden gedachte”, zei de vrouw, “maar ik begrijp dan niet waarom die dominee zo stond te schreeuwen.” - Jaargang 42
- nummer 10
Het gaat mij nu niet om de luidkeelsheid van de prediker, maar om de gedachte dat wij, op welke manier dan ook, het Woord van God kracht kunnen bijzetten. Het gonst in alle kerken van de aktiviteiten die gericht zijn op het uitdragen van het evangelie en vooral op een einde van de leegloop. Daarin is veel te prijzen maar wij moeten wel grondig' af van de gedachte dat wij door onze ondernemingen of door onze geestdrift aan het evangelie een kracht zouden kunnen verlenen, die het anders niet zou hebben.
Verzetten of het juk dragen?
Jeruzalem wordt bedreigd door de koning van Babel en nu is de grote vraag: Ons aan Nebukadnezar onderwerpen of ons verzetten? De leidende figuren menen het laatste en er is in Jeruzalem zelfs overleg gaande met de omringende landen die eveneens worden bedreigd. In die situatie krijgt de profeet Jeremia opdracht van God om te zeggen: "Voegt uw halzen onder het juk van de koning van Babel, blijft hem en zijn volk dienstbaar". Om deze boodschap van God kracht bij te zetten moet Jeremia met een runderjuk op zijn schouders door de stad sjouwen, zodat elk misverstand is uitgesloten: God wil dat wij het juk zullen dragen. De leiders van het volk willen uit alle macht deze ontmoedigende preek bestrijden en sturen Hananja. Die . moet de mensen in Jeruzalem een radicaal andere boodschap brengen: "Zo zegt de Here der heerscharen, de God van Israël: Ik heb het juk van de koning van Babel verbroken. Binnen nog twee jaar breng ik naar deze plaats terug al het vaatwerk van het huis des Heren ... en ook Jechonja ...
en alle ballingen van Juda breng Ik naar deze plaats terug, luidt het woord des Heren, want ik zal het juk van de koning van Babel verbreken." Bedenk u hierbij dat in het jaar 598 al mensen en schatten naar Babel zijngevoerd, waaronder koning Jechonja, maar dat de grote deportatie naar Babel begint in 586. Tussen deze beide gebeurtenissen in heeft deze . botsing tussen Hananja en Jeremia plaats.
Wie is de valse profeet?
Twee profeten dus, die met totaal verschillende boodschappen komen. Niets aan de hand, denken wij, want Hananja is valse profeet en Jeremia is door God gezonden. Ja, maar stelt u zich voor dat u op het tempelplein tussen de menen staat,' die het gesprek volgen. Want zo is het gegaan: het is een publiek debat geworden. "In tegenwoordigheid van het gehele volk", staat er een paar keer. U moet nu tussen al die mensen staande, uitmaken wie namens God spreekt. Ze zeggen allebei: zo spreekt de Here, de God van Israël. De massa verkeert in benauwdheid. De boodschap van Hananja klinkt aannemelijker.
Zo kenden ze God immers: als een God die in de geschiedenis van Israël altijd weer reddend en bevrijdend was opgetreden. En volgens Hananja's boodschap: zouden ze God zo weer meemaken als Hij het juk van de koning van Babel zou verbreken. Jeremia reageert hierop, weer "in de tegenwoordigheid van het gehele volk", staat er nadrukkelijk. Nu zou Jeremia toch met stemverheffing Hananja's leugen aan de kaak moeten stellen. Maar hij handelt in de trant van de Heiland, van wie eeuwen later gezegd zal worden: Hij zal niet twisten of schreeuwen en niemand zal op de pleinen Zijn stem horen.
In het kort is dit zijn antwoord: Amen. Het ware. te wensen dat je voorspelling uitkomt. Maar waarschijnlijk is dat niet, Hananja, en bedenk dat een profeet in het gelijk gesteld wordt als zijn boodschap inderdaad uitkomt. Zo heeft Mozes het gezegd.
Jeremia zet zijn profetie geen kracht bij, maar brengt het volk bij Gods eigen woorden, als een houvast in wat zij slechts kunnen horen als een profetenruzie. Woorden die de mensen op het tempelplein kennen als Gods eigen woord .
De kwetsbaarheid van de boodschap
En dan komt Hananja's zwakte tevoorschijn: hij neemt het juk van Jeremia's schouders en breekt het. Kijk, zo zal God het juk van Babel breken. Zo kwetsbaar is het Woord altijd weer. "Stem die de stilte niet breekt, woord als een knecht in de wereld."
De boodschap van God, het juk van Jeremia, ligt in splinters op de kasseien van het tempelplein. Zo kan het evangelie hier en nu altijd weer behandeld worden: van je afgepakt, bespot, hele generaties kunnen het zomaar het zwijgen opleggen.
Bij alle besef van tekortkomingen van de kerk en van onszelf moeten we dat . blijven bedenken: het was een kwetsbaar Woord dat we doorgaven en dat zal het ook blijven bij alles wat wij tharis ondernemen. Die kwetsbaarheid kan het schuldgevoel van veel ouderparen temperen en soms wegnemen.. Op een ontroerende wijze heeft de . profeet Jeremia getoond dat hij die zwakte van zijn boodschap heeft geaccepteerd. Het is een aangrijpend zinnetje: Doch de profeet Jeremia ging zijns weegs.
Ik vind dat 'zijns weegs' zo prachtig: het heeft iets triomfantelijks. Hij is niet gevlucht, is niet als een verliezer afgedropen maar ging zijn weegs. Denkend aan de belofte van God bij zijn roeping tot profeet: Ik zal wakker zijn over mijn woord om dat te doen.
Ik weet niet hoe lange tijd dat heeft . geduurd, maar later heeft Jeremia aan Hananja het oordeel van God aangezegd: Ik zend u weg van de aardbodem. Dat is niet meer 'in de tegenwoordigheid van het volk' gebeurd, want profeten krijgen niet vaak publiekelijk gelijk.