God wil het

1999-01-08
  • Jaargang 43
  • nummer 1
God wil het
God wil het, riepen de kruisvaarders.
En in Gods naam trokken ze brandschattend en moordend naar Jeruzalem.
God wil het, zeiden de inquisiteurs. En ze veroordeelden Gods kinderen tot de brandstapel.
God wil het, zeiden de slavenhandelaars.
Er staat immers: vervloekt zij Cham. En met hun door winstbejag verblinde ogen lazen ze eroverheen, dat er niet staat ’vervloekt zij Cham’, maar ’vervloekt zij Kanaän’, wat een wereld van verschil betekent.
God wil het, zeiden de antisemieten. En ze onderdrukten de Joden waar ze maar konden. Er staat toch immers: zijn bloed kome over ons en onze kinderen.
Nou dan!
God wil het, zeiden veel blanken in Zuid Afrika. Daarom moet er apartheid zijn, mogen blanken en zwarten niet met elkaar trouwen en mogen zwarten geen avondmaal vieren in blanke gemeenten.
God wil het, zeggen synode-leden. En ze nemen besluiten waardoor kerken scheuren.
God is een God van orde, zeggen kerkelijke functionarissen. En langzaam malen ze de mensen fijn in de molen van een formalistische bureaucratie.
God wil het, zeggen de progressieven.
En ze lezen hun ideeën in de bijbel in.
Dat is immers niet zo moeilijk.
God wil het, zeggen de conservatieven.
En ze zien hun tradities voor Gods Woord aan. Dat is nog gemakkelijker.
En in al die gevallen wordt Gods naam gebruikt als dekmantel voor wat men zelf wil. Juist in de kerk ligt het gevaar om dat te doen, zomaar voor de deur.
Er is maar één manier om dat te voorkomen: kritisch blijven ten opzichte van jezelf, Gods Woord blijven bestuderen en bidden om de leiding van Gods Geest.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief