Je weg vinden

1999-01-08
  • Jaargang 43
  • nummer 1
Ds Mudde heeft ons verrast met een fijn boek: dichtbij, pittig en overtuigend. Vooral naar onze jeugd toe is het een uitgestoken hand. De auteur toont er begrip voor te hebben hoe verwarrend het op jongelui kan overkomen als ze te horen krijgen dat ze volgens de bijbel leven moeten.

Hoewel Jan Mudde een uitstekend schriftgeleerde is, wil hij toch vooral door de ogen van de adolescent naar de bijbel kijken. Daarom slaat hij die indruk van verwarring die de bijbel maken kan niet over. Het eerste hoofdstuk gaat over die verwarring.
Nadat die in kaart gebracht is volgt een tweede hoofdstuk dat die verwarring terecht wat relativeert. We moeten onze moderniteit ook weer niet overdrijven, vindt de schrijver. Als mens zijn we gelijk gebleven en stellen we onszelf nog dezelfde vragen als in de bijbelse tijden. Zo komt hij er in dit hoofdstuk toe, in de breedheid van het bijbelse getuigenis enkele oriëntatiepunten aan te wijzen, uitgaande van de passage van Micha 6 : 1 - 8, alwaar de mens wie hij ook is wordt aangesproken. Wat ds Mudde in deze benadering terecht bezighoudt, is de vraag hoe wij bij het gebruik van de Schrift ontkomen aan de willekeur. Hij kiest daarvoor een benadering van de bijbel waarbij hij van het algemene naar het bijzondere gaat. Van die algemene oriëntatie van zo-even komt hij in hoofdstuk drie tot het aanwijzen van enkele grondwoorden die als banieren in de Schrift staan opgesteld, wegwijzers zoals hij ze noemt, zoals gerechtigheid, gemeenschapstrouw, barmhartigheid en ootmoed e.d.. En pas van daaruit gaat hij, na een vierde hoofdstuk over het schriftgebruik nav het tijdgebonden advies van Paulus aan Timoteüs om ter wille van zijn gezondheid ook wat wijn te gebruiken (I Tim. 5 : 23), naar enkele concrete issues van vandaag, zoals de omgang met het milieu, de houding tegenover de emancipatie, het vraagstuk van de homofilie en het probleemgebied van de euthanasie (hoofdstuk 5). Een slothoofdstuk over het kruis van Christus als begin- en middelpunt besluit het boek. De structuur van het boek is zo van algemeen naar bijzonder, van breed naar smal en...weer terug.

Grondwoorden
Ik vind die oriëntatie op de grondwoorden van de Schrift een gelukkige greep. Het is inderdaad een hulpmiddel om in de bijbel de weg te vinden en voor willekeur in het bijbelgebruik gespaard te blijven. Wel heb ik behoefte aan een opmerking daarbij, waarvan ik trouwens geloof dat ds Mudde die van harte bij zal vallen. De auteur zegt dat die grondwoorden als banieren opgesteld staan in de Schrift (p. 30). Wat mij daarentegen juist opvalt, is dat ze veeleer verscholen tussen de andere teksten te vinden zijn. Wij kunnen ze wel vet drukken maar de bijbel zelf doet dat niet. De bijbel doet dat niet om te voorkomen (denk ik) dat wij het minder direct aansprekende verband waarin ze staan ongelezen zullen laten en over zullen slaan. De bijbel zelf verzet er zich op deze wijze tegen dat wij er een uittreksel van maken. Het is dan ook door zijn geoefendheid in het grondig bijbellezen dat ds Mudde met deze grondwoorden aan kan komen. Daar is niets op tegen, natuurlijk, maar het aanwijzen van die basiswoorden blijft toch slechts een hulpmiddel dat de geduldige en gestage lezing van Gods Woord bepaald niet overbodig maakt.
Het is juist door de regelmatige omgang met de Schrift dat wij bij onszelf de intuïtie opbouwen die ons in staat stelt de bijbel in concrete situaties met overtuigingskracht ter sprake te brengen. Die intuïtie moet telkens door de teksten heen om als een diamant geslepen te worden.
Prachtig vind ik ook de uitgewerkte opmerking van ds Mudde, op p. 77 ev, dat Paulus in de schetsen van het christelijke leven super-concreet is in het afwijzen van wat niet mag, maar minder concreet in het voorschrijven hoe het wel moet. Dit is een zeer juiste waarneming. Zij rechtvaardigt ook de zoektocht naar grondwoorden die dit boek zo heilzaam kenmerkt. En terecht is wel de verklaring die de schrijver voor dit verschijnsel geeft, dat namelijk de apostel met zijn woorden over het christelijke leven een spade dieper steekt dan met zijn typeringen van het leven naar het vlees.
De goddeloosheid heeft vergeleken met de rechtvaardigheid inderdaad iets oppervlakkigs. Het leven naar de Geest daarentegen moet het hebben van een vernieuwing van het denken, een beproeven van hetgeen God welgevallig is en een onderscheiden waarop het aankomt.

Homofilie
Wat het punt van de homofilie betreft prijs ik de schrijver om zijn voorzichtigheid.
De benadering van deze problematiek vanuit de grondwoorden van de Schrift en vanuit het inzicht dat bijbelse voorschriften iets tijdgebondens kunnen hebben, werpt hier goede vruchten af. Zelf heb ik mij over het homofiel zijn ook wel eens, eigenlijk wel bij onderscheiden gelegenheden, uitgesproken en ik kan me in de uiteenzetting van Mudde goed vinden. Ik herkende mijn standpunt in hetgeen Mudde op p. 105 ev, onder het kopje ’barmhartige concessie’, schrijft. Heel zinnig vind ik zijn opmerking dat ouders bij de opvoeding van hun kinderen kunnen wijzen op de mogelijkheid dat mensen homofiel zijn. ’En dat zij uitstralen: mocht ooit blijken dat jij zo bent, dan blijven we er voor jou en we veroordelen je om die reden niet’ (p. 110). Vooral dat woord ’uitstralen’ vind ik goed gekozen, want zoiets zeggen gaat misschien te ver.
Ik grijp de gelegenheid aan om zelf nog iets aanvullends over het punt van de homofilie te zeggen. Wanneer wij ervan uitgaan dat homofilie niet tot de varianten maar tot de devianten van de schepping behoort, hetgeen bij betrokkenen onbedoeld hard kan overkomen, is het goed ook eens te zeggen dat er aan een beschadiging als deze toch ook heel mooie kanten kunnen zitten die maken dat de betreffende mens op de duur van zijn zo-zijn gaat houden. Ik denk bijvoorbeeld aan een opvallende gevoeligheid voor kunst en schoonheid die de homofiele mens doorgaans kenmerkt.
En zou ook de damesmode niet veel seksistischer zijn als ze in handen van enkel heteroseksuelen zou zijn?
Zoals de blinde een fijn gehoor ontwik kelt en zeer gevoelig is in de toppen van zijn vingers, zo komen er in de afwijking van de homofilie zeker ook positieve dingen mee. Het enkel letten op die gebrekskant verzieligt de homofiele mens onnodig. Dat hij zich daartegen verzet is terecht. Maar zoals gezegd, ik reageer met deze opmerking niet op het boek van ds Mudde.
Het is meer ter zelf-correctie dat ik dit te berde breng.

Euthanasie
Over de euthanasie verschillen ds Mudde en ik wat van mening (zoals we van elkaar weten) en hij zal zeker benieuwd zijn of ik mij door zijn behandeling van deze zaak heb laten overtuigen. Nu, wij zijn het er zeker over eens dat wij gehouden zijn ons uiterste best te doen de roep om euthanasie te doen verminderen en ik ben heel blij dat hij in dit verband de hospices (huizen voor terminale patiënten), zoals dat van Kuria in Amsterdam, noemt (p. 124), waarvan dat zeker gezegd kan worden. Heel juist is het ook dat ds Mudde het waardigheidsprobleem signaleert, dat aan de vraag naar euthanasie ten grondslag ligt (p. 125). Toch heb ik juist hierbij een vraag. De menselijke waardigheid wordt niet alleen in gevaar gebracht door de aftakeling van geest en lichaam - daartegenover geldt inderdaad het woord van Psalm 3, dat Mudde aanhaalt: ’De HERE is mijn schild, mijn eer’! - maar zij komt ook in de knel bij de overweging van de zieke dat zijn leven niet meer dan een medisch product is geworden. Het kan tot een geweldige godsverduistering leiden als het leven zo van dadelijkheid naar enkel lijdelijkheid wordt teruggebracht, een lijdelijkheid namelijk niet eens tegenover God (dat zou te dragen zijn) maar tegenover de medemens. Dat doet op de duur schreeuwen om de dood als menselijke daad om zo aan een onmenselijke afhankelijkheid (van overigens vriendelijke artsen!) een einde te maken. Dit is zo begrijpelijk dat ik er de staf niet over zou durven breken, al is het stimuleren in die richting natuurlijk weer een andere zaak. Wat bedoelde de Here Jezus eigenlijk toen Hij van zijn leven zei: ’Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af’ (Johannes 10 : 18)? Dat zei Hij niet naar God toe, maar denkend aan de mensen die Hem in hun macht dachten te hebben. Hij had een heel andere roeping dan een van ons, dat is waar, maar zit er echt niets vergelijkbaars in?
Al met al, ik vind dat ds Mudde ons een fijn boek heeft bezorgd en ik wens het vele lezers toe.

N.a.v. ”Je weg vinden - werkboek christelijke levensstijl anno 2000” door Jan Mudde (Boekencentrum, 1998, ƒ 22,50)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief