Kruimels van de tafel

1999-03-19
  • Jaargang 43
  • nummer 6
Weten waar je zijn moet
God heeft zich niet verstopt, maar heeft een adres waar je Hem vinden kunt en dat adres is niet onbekend.
Dat komt prachtig uit in Zach. 8:20-
23 waar geprofeteerd wordt, dat de volkeren Jahwe gaan zoeken. Vele volken en inwoners van wereldsteden zullen tot elkaar zeggen: laten we toch heengaan om Jahwe te zoeken.
En wat gaan ze dan doen? Organiseren ze een speurtocht en gaan ze in alle richtingen uitzwermen om erachter te komen waar Hij toch wel mag zijn? Nee, dat niet. Er staat dat ze zullen komen om Jahwe te Jeruzalem te zoeken. Ze weten waar ze moeten zijn: in Jeruzalem. Daar kunnen ze Hem vinden. Dat weten ze.
Want daar heeft Hij zich geopenbaard.
Datzelfde vinden we ook in vers 23: tien mannen uit volken van allerlei taal zullen de slip van een judeese man vastgrijpen en zeggen: we willen met u meegaan, want we hebben gehoord dat God met u is.
Ook in dit geval weten ze waar ze God moeten zoeken. Dat hebben ze gehoord. God zoeken is niet in het wilde weg rondzwerven. Het is niet van het kastje naar de muur sjouwen, maar naar Hem toegaan. Dat kan. Want Hij heeft zich geopenbaard in zijn Woord, in zijn heilshandelen, in zijn Zoon Jezus Christus.
We kunnen God zoeken omdat we weten waar we Hem vinden kunnen en omdat Hij ons gezocht heeft in zijn Zoon, die immers gekomen is om te zoeken wat verloren was. Wij zouden God niet zoeken en nog rondzwerven als schapen zonder herder, als wijzelf niet gevonden waren door Jezus Christus. Wij kunnen Hem vinden, omdat we gevonden zijn.
M.R. van den Berg, Assen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief