Meldpunt seksueel misbruik
1999-03-19
Vanaf 1 maart j.l. is er een meldpunt geopend waar slachtoffers van seksueel misbruik binnen pastorale of kerkelijke relaties terecht kunnen. Het is bedoeld voor leden van de Christelijke Gereformeerde, de Nederlands Gereformeerde en de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken.- Jaargang 43
- nummer 6
Eind vorige maand zijn alle kerkenraden van de genoemde kerkverbanden hierover geïnformeerd.
Maar het is goed dat hier zo breed mogelijk aandacht aan gegeven wordt, zodat het bestaan van dit meldpunt grote bekendheid krijgt.
Inhaalmanoeuvre
Nog maar vrij recent is er in Opbouw op gewezen*), dat de kerken eigenlijk ontstellend achterlopen als het gaat om een gepast reageren op situaties van seksueel misbruik door mensen die op de een of andere manier de kerk vertegenwoordigen.
Veel organisaties en instellingen beschikken inmiddels over een bepaalde procedure hoe in voorkomende situaties moet worden gehandeld.
Of ze kennen de figuur van een vertrouwenspersoon die kan worden ingeschakeld. Maar in de kerken was zoiets of zo iemand nog niet voor handen.
Terwijl het meer en meer duidelijk wordt dat dit kwaad van seksueel misbruik ook in kerkelijke kring voorkomt. In het Nederlands Dagblad van 27 februari j.l. zijn de schrijnende verhalen te lezen van twee slachtoffers van zulk misbruik.
Seksueel misbruik is altijd en in alle gevallen een afschuwelijk gebeuren.
Maar zeker in de kerk van Christus en binnen pastorale relaties is dit een gruwelijke zaak. Daar gaat zo’n ervaring op een ontstellende manier het denken over God kleuren.
Eén van de vrouwen, die in het hier boven genoemde artikel in het ND hun verhaal doen, vertelt hoe als gevolg van wat ze meemaakte bepaalde uitspraken uit Gods Woord een bedreigende klank ontvingen. Als er werd gesproken over Gods hand op je, over gemeenschap met Christus en over Christus in je, dan kreeg dat alles voor haar een perverse en afstotende betekenis.
Nog niet zo lang geleden was er op de tv een uitzending van de IKON over ditzelfde onderwerp. Daarin was een uitgebreid interview met dr. R.R. Ganzevoort als één van de schrijvers van het rapport ’Een schuilplaats in de wildernis’ dat onlangs op de synode van de Samen-op-Weg-Kerken aan de orde was. En ook Ganzevoort wees er op hoe bepaalde uitspraken in preken of in liederen voor slachtoffers van seksueel misbruik een afstotende lading krijgen.
Hij wees in dat verband o.a. op een lied als Gezang 487 uit het Liedboek, waar wordt gezongen over de Heer, die komt met stille overmacht, die met ons doet en ons in en uitgaat, die met ons spelen wil en ons neemt tot zijn bruid. Wie geschonden is in de eigen seksuele intimiteit en integriteit door vertegenwoordigers van die Heer kan hier alleen nog maar misselijk van worden.
Als ergens geldt: ’het bederf van het beste is het slechtste’, dan is het wel hier. Wat het hoogste is in het menselijk leven - de gemeenschap met God en met Christus - wordt door zo’n negatieve ervaring geperverteerd tot iets walgelijks en weerzinwekkends. Al het spreken over de liefdesrelatie met onze Heer is dan bezoedeld en onteerd.
Het is daarom een zaak van het hoogste belang, dat de kerk toont hier radicaal afstand van te willen nemen. En om, als het kwaad geschied is, het ook als een ontoelaatbaar kwaad aan de kaak te stellen en het resoluut uit haar midden weg te doen. En dat in alle openheid.
Particulier initiatief
Het kan niet anders of de kerk, c.q. onze kerken zullen hier in haar meerdere vergaderingen een uitspraak over moeten doen en gepaste maatregelen moeten treffen. Maar dat is nu eenmaal per definitie een zaak van wat lange adem. En daarom heeft vorig jaar een comité van een aantal leden uit de CGK, de GKV en de NGK zich erover beraden hoe in dezen op korte termijn stappen gezet zouden kunnen worden.
Het initiatief is uitgegaan van een aantal broeders uit de GKV. Omdat zij graag zo breed mogelijk wilden werken nodigden zij vertegenwoordigers van de CGK en de NGK uit om zich gezamenlijk te bezinnen op wat gedaan zou moeten worden. Uit onze kerken is hierover meegedacht door drs. A. Bergsma, huisarts in Kampen en bestuurslid van de STAGG, en ondergetekende.
Vrijwel van meet af was er ook een medewerker van de Stichting De Driehoek (voor landelijke gereformeerde psychosociale hulpverlening) bij betrokken.
Deze stichting heeft aangeboden om een telefonisch meldpunt te starten en in eerste instantie de organisatie daarvan op zich te nemen. Maar ze wil op zo kort mogelijke termijn contact zoeken met hulpverleningsinstanties die opereren binnen de CGK en de NGK om hierin samen te werken.
Achter het meldpunt is een klachtencommissie in het leven geroepen. Het is geweldig fijn dat het maar weinig moeite kostte om uit de verschillende kerkverbanden hiervoor een aantal mensen te krijgen, die elk met hun specifieke deskundigheid hun medewerking willen verlenen.
Het is duidelijk dat velen doordrongen zijn van de noodzaak dat er iets moet gebeuren op dit vlak. Momenteel zijn er tien mensen beschikbaar, die deskundig zijn op juridisch gebied, op het terrein van de hulpverlening en in het kerkelijk pastoraat.
Maar nog eens moet benadrukt worden dat het meldpunt annex klachtencommissie vooralsnog een particulier initiatief is. Een initiatief dat vraagt om een officiële kerkelijke inkadering in de vorm van besluiten van de meerdere vergaderingen.
De synode van de CGK van Haarlem-Noord, die vorig jaar vergaderde, heeft al een commissie benoemd die moet gaan bestuderen hoe de kerken met deze problematiek moeten omgaan. In de GKV zal dit onderwerp naar alle waarschijnlijkheid een agendapunt zijn voor hun synode die dit voorjaar geopend zal worden. En het is van harte te hopen dat de kerken royaal de verantwoordelijkheid voor het inmiddels gestarte meldpunt op zich willen nemen.
Overigens hoeven de plaatselijke kerken natuurlijk niet te wachten tot de kerkelijke weg naar de Synode of Landelijke Vergadering tot het einde is bewandeld.
In de brief waarin de kerkenraden over het meldpunt zijn geïnformeerd, is de suggestie gedaan dat iedere kerkenraad nu al verklaart dat hij van ambtsdragers (en verder van ieder die door de kerkenraad benoemd is in een bepaalde taak of functie van catecheet, jeugdleider, enz.) verwacht, dat zij hun medewerking verlenen aan een eventuele klachtenbehandeling.
Doelstelling en werkwijze
De doelstelling van het meldpunt is om in eerste instantie een klager te informeren of advies te geven. Degene die de telefoon aanneemt - in principe altijd een vrouw! - is er allereerst om te luisteren.
Vaak weet een slachtoffer nog niet wat hij wil. Een gesprek kan daarom helpen om keuzes te maken in het belang van het slachtoffer: wil hij of (in de meeste gevallen) zij wel of geen aanklacht indienen.
Als men dat inderdaad wil, zal men worden doorverwezen naar de klachtencommissie en ook tijdens en na een procedure bij die commissie begeleiding ontvangen. Gezien de ernstige gevolgen van seksueel misbruik zal men ook gewezen worden op de mogelijkheid van intensievere vormen van hulp.
Tenslotte zal door het functioneren van het meldpunt gesignaleerd en in kaart gebracht kunnen worden wat er allemaal gaande is. En op basis daarvan zal dan daarop toegespitst beleid geformuleerd kunnen worden, dat niet alleen gericht is op hulpverlening, maar ook op het voorkomen van situaties waarin hulp noodzakelijk wordt.
De klachtencommissie is een orgaan dat onafhankelijk en zonder enige binding aan welke kerkelijke instantie dan ook functioneert. Ze zal per klacht worden samengesteld uit deskundigen die een zo breed mogelijk veld van hulp en zorg bestrijken. Ze heeft tot taak te luisteren naar de klager en de aangeklaagde.
En zo zal ze moeten beoordelen of de ingediende klacht al of niet ontvankelijk en gegrond is.
Deze onafhankelijkheid van de commissie is een uitermate belangrijk punt. Aan één van de vrouwen, die in het ND van 27 februari j.l. haar verhaal deed, werd gevraagd of ze naar het bedoelde meldpunt gebeld zou hebben als het er in haar situatie al geweest was. Ze antwoordde dat zij juist blij was geweest met een adres buiten haar eigen kerk, omdat ze dan niet bang hoefde te zijn voor verstrengeling van belangen. De angst blijkt groot te zijn dat in de kerk de daders, zeker als ze een goede naam en positie hebben, in een sfeer van vriendjespolitiek de hand boven het hoofd wordt gehouden.
In het comité, dat zich met de voorbereiding van het meldpunt bezig heeft gehouden, werd dan ook de gedachte geopperd binnen de klachtencommissie te werken met ’kamers’ die gekleurd zijn naar de samenwerkende kerkverbanden.
Dan zou je rekening kunnen houden met de voorkeur van de klager om al of niet door mensen van de ’eigen kerk’ gehoord en beoordeeld te worden.
In elk geval moet alles in het werk gesteld worden om de onafhankelijkheid van de klachtencommissie te waarborgen.
Overigens is de onafhankelijkheid van de commissie niet alleen belangrijk voor de klager, maar ook voor de beklaagde. Er zal rekening mee gehouden moeten worden, dat er ook klachten ingediend zullen worden die ongefundeerd zijn. Ook dan is het van het grootste belang dat de klachtencommissie zonder aanzien des persoons tot een uitspraak komt.
De uitspraken van de commissie zullen worden bekend gemaakt aan klager en beklaagde. Maar ze hebben geen juridisch gezag. De klager kan wel met de uitspraak van de klachtencommissie een kerkrechtelijke behandeling van zijn klacht vragen. En als kerkenraden inderdaad nu al verklaren hun medewerking te verlenen aan een klachtenbehandeling, kan de uitspraak van de commissie dan ook aan zo’n kerkenraad bekend worden gemaakt.
Preventie
Het is van harte te hopen, dat van het loutere bestaan van dit meldpunt een dringend signaal uitgaat: seksueel misbruik in pastorale relaties is radicaal fout en er zijn procedures voor! Dan kan van het loutere bestaan van zo’n meldpunt al een preventieve werking uitgaan. En dat alleen al is winst. Bovendien is het comité, dat het initiatief nam, ook bezig met nadenken over een gedragscode voor predikanten en kerkelijke werkers.
Daarin zal helder en overzichtelijk moeten zijn aangegeven wat er in diverse situaties van iemand gevraagd wordt die een ambt bekleedt of op andere wijze in dienst van de kerk staat. Dat geldt overigens niet alleen op seksueel gebied.
Hoe ga je om met het ontvangen van geschenken van gemeenteleden, het opgeven van (bij)verdiensten aan de belastingdienst, het spreken over collega’s e.d.
En het is te hopen dat van het onderschrijven van zo’n gedragscode eveneens een preventieve werking uitgaat.
Het zou fijn zijn als dat een bewustwordingsproces op gang brengt, zodat kerkelijke functionarissen alert worden op wat wel of niet past bij hun positie. Je zou kunnen zeggen dat zoiets toch overbodig zou moeten zijn. Zelfs ieder lid van Christus’ gemeente behoort zich immers voortdurend af te vragen of zijn gedrag wel strookt met zijn christen-zijn.
Maar dat neemt niet weg dat van een opzettelijk onderschreven gedragscode een extra normerend signaal uitgaat.
Overigens is het nog een punt apart welke instantie aan welke ambtsdrager of kerkelijke functionaris zo’n gedragscode zou moeten voorleggen om hem daaraan te binden. Ook dat is een punt waarop nog nadere bezinning noodzakelijk is.
Zorgvuldigheid
Wanneer er een klacht over seksueel misbruik ingediend wordt, dan is dat, met name als het een predikant betreft, een schokkende zaak. En de eerste reactie binnen een kerkenraad is maar al te vaak om te proberen zo’n zaak in alle stilte af te handelen.
Dat hebben we in de afgelopen jaren ook meerdere malen zien gebeuren binnen allerlei christelijke organisaties. Men heeft het gevoel dat alle ruchtbaarheid de zaak van de kerk of van de organisatie of instelling alleen maar schade berokkent. Maar juist die houding op zich doet vaak meer schade dan het in de openbaarheid komen van kwalijke gedragingen. Het is echter een haast instinctieve reactie, die nauwelijks bedwingbaar is.
| Het meldpunt seksueel misbruik binnen pastorale/kerkelijke relaties, voor informatie, advies, begeleiding en klachtencommissie, is vanaf 1 maart 1999 bereikbaar elke dinsdagavond van 19.00 tot 21.00 onder telefoonnummer 038 423 21 25. Comité van aanbeveling: Mevr. Drs. M. Vrijmoeth-de Jong, Zwolle Prof. Dr. Ir. E. Schuurman, Breukelen Prof. Dr. M. te Velde, Kampen Prof. Dr. J. Douma, Hardenberg Drs. A. Bergsma, Kampen Drs. B. Bos, Dalfsen Dr. R.R. Ganzevoort, Emmeloord Mevr. H. de Rijk, Culemborg Drs. J.C. Schaeffer, Nunspeet Drs. P.L. Los, Hooglanderveen Drs. L. Kars, Putten Drs. P.W. van de Kamp, Zwolle Ds. A. Hilbers, Zwolle Drs. A.L.Th. de Bruijne, Kampen De klachtencommissie bestaat uit de volgende leden: Mr. A. Morijn, Waddinxveen Mevr. Drs. H. van Stiphout, Koog aan de Zaan Mevr. Drs. I. Blom, Amersfoort Mevr. Drs. J. Verheij-van der Wiel, Delft Drs. Jt. Janssen, Groningen Drs. C. van der Leest, Groningen Mr. R. Roukema, Barendrecht Drs. D.A. Dijkman, Apeldoorn |
Daarom zou het ook een goede zaak zijn als kerkenraden te rade kunnen gaan bij mensen die er verstand van hebben hoe met deze dingen om te gaan in de publiciteit. Ook dat is een punt om in regionaal of landelijk verband de komende tijd over na te denken: hoe gemeenten zo nodig geholpen kunnen worden hier op een zorgvuldige en evenwichtige manier mee om te gaan.
Hetzelfde geldt voor de nasleep van een situatie, waarin bij ambtsdragers of kerkelijke werkers volstrekt afkeurenswaardige praktijken aan het licht zijn gekomen.
Zeker als het om mensen gaat die binnen de gemeente grote waardering ondervinden vanwege hun ambtelijk of kerkelijk werk, is het gevaar groot dat er zich binnen de gemeente groepen gaan vormen. De ene groep zal mogelijk de beklaagde in alles de hand boven het hoofd willen houden, terwijl de andere groep hem zonder enige reserve afwijst.
Dit kan binnen gemeenten tot ondraaglijke spanningen leiden. En ook hier is het van groot belang wanneer gemeenten gebruik zouden kunnen maken van de diensten van deskundigen op het gebied van conflict-beheersing. Want met een simpele uitspraak van de klachtencommissie, uitmondend in het oordeel van een kerkelijke vergadering, is men er bepaald nog niet.
Financiën
Al met al mogen we blij zijn dat er met het meldpunt en het in leven roepen van een klachtencommissie een bemoedigend begin is gemaakt met het beoefenen van de gerechtigheid, die juist van ons als kerken gevraagd mag worden met betrekking tot de slachtoffers van seksueel misbruik. Maar het is, zoals duidelijk mag zijn, nog wel een begin dat om verder denken vraagt en dat om kerkelijk handelen roept.
Dat geldt ook voor het praktische punt van de bekostiging van dit alles. Zowel voor het meldpunt als voor de klachtencommissie is er geen enkele financiële basis. Er wordt wel naar fondsen gezocht, waaruit dit gefinancierd kan worden. Maar tot nu toe heeft dat nog geen resultaat gehad.
De leden van de klachtencommissie zullen ongetwijfeld buiten hun normale werktijd extra uren moeten draaien en andere kosten maken. Maar ondanks dat hun is duidelijk gemaakt dat ze vooralsnog niet op een bepaalde vergoeding kunnen rekenen, hebben ze toch spontaan hun medewerking toegezegd. Dat is iets om dankbaar voor te zijn. Maar dit is eveneens een reden om van de kerken te verwachten dat ze op zo kort mogelijke termijn ook de financiële verantwoordelijkheid voor dit alles op zich willen nemen.
Tenslotte, laat dit voor ons allen een zaak van gebed en verootmoediging mogen zijn. Laat het een erezaak zijn tegenover God om in een wereld van zoveel seksuele verwording ons toe te leggen op de heiliging van ons leven.
*) Mirjam de Rooij, Geen geborgenheid zonder gerechtigheid, Opbouw 42/24 en J. Bouma, De pijn van het oordeel, Opbouw 42/25.