Ik zie hij ziet wat wij niet zien
1998-06-12
Een lichte vleugelslag is de vierde gedichtenbundel van Jac. Lelsz. 1 Een dichter die zichzelf omschrijft als - Jaargang 42
- nummer 12
Een wat verlegen heer.
Die schrijft, soms dicht die publiceert.
En zwijgt nog méér. (9)
Maar die wel via zijn gedichten zijn gevoelens prijs geeft. Gevoelens die herkenbaar zijn. Je kunt goed merken dat hier een wat oudere man aan het woord is: Van de jaargetijden kom je in de bundel de herfst het meest tegen.
Hij voelt zich er mee verwant:
De herfst ligt stil.
Ik acht mij zijn genoot
Er gaat in allebei een zomer dood. (31)
Terwijl hij ook de schoonheid van de herfst ziet:
In de bomen
het eerste najaarsblad
als lampions op een tuinfeest. (49)
Heimwee
De herfst dwingt hem tot terugkijken; veel gedichten zijn vervuld van weemoed, heimwee naar vroeger; naar het prille vaderschap, naar zijn moeder, en, in een mooi gedicht naar zijn vader:
O zag ’k nog eens mijn vader staan,
het koor vanouds in prachtig zwart.
En dan kritiekloos luisteren als jongen weer.
Met trots in ’t hart. (10)
Schuld
Een terugkerend thema is het gevoel van schuld tegenover God; het menselijk tekort als gevolg van de zonde, dat het leven bitter maakt.
Mijn nood is in
Uw hart gekerfd.
Ik ben de wond waaraan
Gij sterft. (26)
Een doorwaakte nacht eindigt met: een smartelijk besef bij ’t kraaien van een haan. (42)
Uit mijn leesverslag zou u de indruk kunnen krijgen dat hier een somber mens aan het woord is; ten onrechte, de hoofdtoon is opgewekt: hij kent zijn Christus.
...uw blanke dis
Waar brood en wijn
zo stil nu gaan
dat ik Uw hart
kan horen slaan. (33)
In mooie dingen herkent hij de hand van God – heel letterlijk: God verft de dag in breekbaar groen (18)
Afwisseling
Overigens is de afwisseling in de gedichten groot; naast religieus bepaalde gedichten bevat de bundel sfeertekeningen hem aangereikt door de natuur of stad en platteland . Vooral het Twente van zijn jeugd en de omgeving van zijn woonplaats Apeldoorn leveren stof. Ik noem het prachtige Hoogsoeren Groene schelp waarin het ruisen van tijd en eeuwigheid (34) en het verstilde Herfst aan de IJssel.
Lichtvoetig, speels
De toon van de meeste van Lelsz’ gedichten is licht, de gedachtengang speels. Soms is een anekdote, een ontmoeting aanleiding voor een gedicht. Hij beschrijft een alledaagse situatie, maar met zijn dichtersogen ziet hij alles toch weer verrassend anders dan wij. Een doodgewone gebeurtenis weet hij even ’op te lichten’.
Als hij op straat een blinde organist tegenkomt heet het: Fris geschoren loopt hij achter een glimlach Ik zie hij ziet wat wij niet zien (35) En in een gewoon markttafereeltje zet hij een allochtone straatprediker in oudtestamentisch perspectief.
Direct aansprekend
In Een lichte vleugelslag zijn ook gedichten uit Lelsz’ vorige bundels opgenomen2. De titel is terecht bescheiden; het is geen grote poëzie. Maar naast enkele zwakke en gedateerde verzen staan er ook hele mooie in. Met een paar uitschieters waarvan Rembrandt, zelfportret (1669) voor mij wel de mooiste is.
Het zijn geen gedichten bij die pas na vaak herlezen hun geheim prijsgeven. Integendeel ze zijn direct aansprekend, herkenbaar. Soms stoort een wat archaïsche uitdrukking. Een lichte vleugelslag, een bescheiden titel; maar die vleugelslag is wel afkomstig van een duif, de vertegenwoordiger van de Geest, de ’vogel der vertroosting’. Een fijn bundeltje, een fijnzinnig cadeau. Voor ƒ 19,50.
N.a.v. Jac Lelsz, Een lichte vleugelslag. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, 1997. ƒ 19,50
Noten:
1 Op de voorpagina van Opbouw van 15 mei drukten we zijn gedicht Hemelvaart af.
2 Met name uit zijn eerste bundel Apocalypse uit 1958 zijn hier nogal wat gedichten terug te vinden.