Studies over Exodus
1998-06-12
Met het gouden kalf bracht Israël God in de grootste problemen: De Here moest Israël eigenlijk verdelgen, maar Hij kon de pleitrede van Mozes niet weerstaan. Wat moest de Here nu? Begrijpen wij wel, hoe moeilijk wij het de Here soms maken met onze zonden? Aldus Ds. K.B. Holwerda in de opstellen over Exodus, die hij zomer 1995, voltooide. Ik doe een greep uit de rijke inhoud. – Waarin ligt de oorsprong van Israël? Voor geen gram in Israëls wil om Gods volk te zijn. Israël en Mozes doen er alles aan om hun eigen verlossing te torpederen. Israëls oorsprong ligt voor 100 % in de ontfermingen van God. Wie bazelt nog over een slavenopstand, als exempel van revolutionair handelen?- Jaargang 42
- nummer 12
– Denk aan de Farao van Egypte. De Here verhardde zijn hart. Heeft de man ooit wel een echte kans gehad bij God? Het zal je lot maar wezen: voorwerp van toorn zijn, ten verderve toebereid (Rom.9). Maar als we zó denken, zitten we wel goed fout.
Zie de verklaring. – Ex.15: Het Lied van Mozes gezongen aan de Rode Zee: Israël heeft op dat moment nooit alles kunnen zingen wat daar staat.
– Ex.16: Wat jammer dat ook in de christelijke wereld dikwijls niet veel is blijven hangen van de heerlijkheid van de sabbat. – Ex.17: Mozes begon de strijd tegen Amalek zonder de Here te raadplegen.
Het verhaal van de op en neergaande staf van Mozes lijkt toverij, maar het is gebed. – Ex.19: De verbondssluiting op Sinaï voltrok zich als die tussen grootvorst en vazal. Het spreken en denken in het kader van het verbond lijkt sommigen vandaag te formeel. Het schijnt weinig te maken te hebben met het hartelijk ervaren van Gods gunst.
Is dat terecht? – Ex.32: Hoe staat het met ons gouden kalf, onze pogingen om God stuurbaar te maken, in handen te krijgen, te manipuleren? Holwerda ziet als hoofdthema: God die zich ontfermt.
In drie boeken:
1) 1,-15,21: De Overwinnaar van Nooitgedacht (de plagen en de uittocht).
2) 15,22-24,18: God onze sterke Bondgenoot (de ark; begin van de dienst der verzoening).
3) 25-40,38: God die onder mensen wonen wil (onmogelijk na het gouden kalf, maar het gebeurt toch). De Naam (Jahwe) krijgt de inkleuring van pure genade.
De verklaring staat midden in onze tijd: Barbara Tuchmans ’De Mars der Dwaasheid’ verklaart het mechanisme van Farao’s dwaasheid. Let op de ecologische samenhang en de actualiteit van de tien plagen over Egypte. De bijdrage van de Midianiet Jetro (Ex.18), is die van een ’wijze uit het oosten’. Niemand doet er moeilijk over, dat hij ook andere goden kent. Denk ook vandaag aan de inbreng van oplossingen die niet aan de Bijbel of christelijke traditie zijn ontleend. Vijftig jaar geleden kregen wij, leerlingen van professor B. Holwerda, bij onze scriptie O.T. een dubbel consigne:
a) vertalen wat er staat, en niet wat men altijd dacht dat er stond.
b) doortrekken van de lijnen naar het Nieuwe Testament. Beide opdrachten werden voortreffelijk uitgevoerd door zijn zoon. Zijns inziens is het de apostel Paulus geweest die in de Romeinenbrief de boodschap van Exodus het diepst heeft mogen verstaan: het is niet te danken aan degene die wil (Mozes wil niet), noch desgenen die loopt (Israël loopt niet), maar aan God die zich ontfermt. Was ik nog actief pastor, dan zou ik aan de hand van dit fijne boekje een serie preken opzetten over Exodus en ik zou de Bijbelkringen vragen mee te denken, via de gesprekspunten die aan de uitleg zijn toegevoegd. Al met al een warme aanbeveling voor dit boekje, dat al dateert van 1996. Alsnog!!
Over Oorsprong in Ontferming, K.B.Holwerda
v.d.m., Kok Voorhoeve – Kampen, 1996; 94 blz.;
prijs ƒ 19,50. Omslagontwerp Mars Holwerda.