Een student
1999-04-02
Twee vragen aan Alfred. Hij is 4e jaars student aan een Technische Universiteit- Jaargang 43
- nummer 7
Hoe merken je medestudenten dat je christen bent?
Dat vind ik een vraag die ik moeilijk zelf kan beantwoorden. Ik kan wel wat vertellen over hoe ik probeer een zo goed mogelijk getuige te zijn van Jezus Christus; ook, ik zou bijna willen zeggen juist, in de ’studenten-wereld’ zijn er volop mogelijkheden om getuige te zijn. Met mijn medestudenten heb ik regelmatig diepgaande discussies over van alles en nog wat. Het geloof komt dan regelmatig ter sprake en dan vertel ik wat mij beweegt en vanuit welke achtergrond ik tegen bepaalde zaken aankijk.
Ook bij hele praktische zaken, zoals bij het aanhoren van iemands verhaal en het informeren hoe het met iemand gaat of het klaarstaan voor iemand, weet je je aangemoedigd door de Here Jezus.
Welke tips zou je andere christen-studenten willen geven?
Als eerste wil noemen dat je zorgt dat je op andere christen-studenten kunt terugvallen als je zelf vragen hebt, bijvoorbeeld door lid te worden een christelijke studentenvereniging of door op een andere manier kontakten te leggen.
Bovendien merk je dat dat hele waardevolle vriendschappen kunnen worden.
Het tweede is dat je zorgt dat je een betrouwbare getuige bent; niet het één zeggen en het ander doen. Met andere woorden, lééf het Evangelie en je zult merken dat juist jouw consequentheid opvalt.
Het derde en laatste punt dat ik wil noemen is dat je er voor moet zorgen dat je je eigen band met God levend houdt door regelmaat, door op een vast tijdstip te bidden bijvoorbeeld, zoals je dat vòòr je studie ook deed! Ik zeg dit met nadruk, omdat ik gemerkt heb dat dit juist ontzettend moeilijk vol te houden is tijdens je studie.
Een gemeentelid:
Dieneke is 10 jaar getrouwd met Wim. Ze hebben twee dochters.
Wim heeft een buitenkerkelijke achtergrond. Hij staat niet afwijzend tegenover de kerk, maar heeft ook nog nooit enige interesse getoond.
Tijdens het huisbezoek vraagt de ouderling aan Dieneke hoe Wim tegen het geloof aankijkt.
Hoe merkt je Wim dat je christen bent?
We hebben het er nooit over. Hij vraagt er ook nooit naar. Hij is op dat punt erg gesloten. Bij Wim thuis hadden ze ook altijd kritiek op de kerk. Ze maakten mijn geloof ook belachelijk. Dat doet Wim gelukkig niet. Hij laat me vrij om naar de kerk te gaan. Maar ik moet niet gaan preken tegen hem.
De laatste tijd beginnen de kinderen te vragen waarom hij niet naar de kerk gaat. Daar heeft hij eigenlijk geen antwoord op.
Als je vraagt: waaraan merkt Wim dat ik geloof? dan hoop ik dat hij het merkt aan de manier waarop christenen leven.
Bij hem thuis was altijd ruzie, altijd kritiek op anderen. Zo leef ik niet. Dat past niet bij mijn geloof. Ik hoop dat Wim dat op den duur een beetje op gaat pikken.
Dat het in de kerk toch anders is.....