Christus zonder badwater
1999-04-02
Een gelovige is iemand die kan zeggen: ”Christus is na zijn opstanding aan velen verschenen, de hele geschiedenis door.- Jaargang 43
- nummer 7
De meesten daarvan zijn overleden, maar ik heb er velen ontmoet die nog leven. Tenslotte is hij ook aan mij verschenen” (1 Kor. 15/6-8). Voor de gelovige is de bijbel betrouwbaar omdat hij overeenkomt met zijn (of haar) eigen ervaringen.
Hij weet uit ervaring dat Christus er is omdat hij hem minstens eenmaal heeft ontmoet.
Vervolgens probeert de gelovige deze ontmoeting in zijn leven vorm te geven. Zo ontstaat er een levensverhaal. Als reactie op het Opbouw-themanummer over geloven en opvoeding (42e jrg; nr. 22) volgt hier een deel van zo’n verhaal.
Mijn eerste persoonlijke gedachten over God kreeg ik toen een echtpaar uit de buurt mij bij hen thuis uitnodigde om met hen de bijbel te lezen. Meerdere jongeren die ik kende deden dat, dus ik zag geen bezwaar. Ik bezocht daarnaast wekelijks de kerkelijke catechisatie, maar dit bleek anders, dit inspireerde. Vijf jaar lang bleef ik komen. De eerste jaren ontdekte ik dat geloven voor hen in elk geval werkte. Later werd dit ook bij mij steeds meer het geval. Zij deden mij voor hoe je geloofsinitiatieven kunt nemen en hoe Christus volgen in de praktijk kan werken. Ondertussen werd de wekelijkse kerkgang steeds problematischer. Dit leek alles tegen te spreken wat ik elders met God meemaakte.
Irrelevant
Toen ik in mijn nieuwe woonplaats vele vrienden zonder kerkelijke achtergrond kreeg, ontdekte ik hoe het kwam dat de kerk zo tegenstrijdig leek met de rest van mijn geloof. Met een aantal van die vrienden begon ik gesprekken over God, geloof en kerk.
Zij lieten mij zien wat een merkwaardige plaats de kerk in Nederland in neemt. De christelijke gemeenschap wil communiceren met de samenleving, maar pogingen hiertoe mislukken keer op keer. Ik geef drie willekeurige voorbeelden.
Cabaretier Youp van’t Hek geeft er in zijn werk blijk van op een persoonlijke manier te zoeken naar God en zin in zijn leven.1 De Bond tegen het Vloeken haakt hier op in en vraagt de kunstenaar of hij voortaan wat minder wil vloeken op TV. De kerkelijke actie tegen de 24-uurs economie valt volledig in het water omdat de maatschappij werkelijk niet snapt waar de gelovigen zich druk om maken. Zij vatten dit op als hun laatste poging de geseculariseerde mens op zondag de kerk in te krijgen. Een initiatief om Nederland te ’bereiken’ met het evangelie wordt groots aangepakt. Men besluit wat voor de samenleving Levensbelangrijke vragen zijn en werpt de goede antwoorden contextloos bij de Nederlander door de brievenbus. Op maandag worden miljoenen boekjes gedrukt, op woensdag worden ze bezorgd en op vrijdag liggen een paar miljoen druksels bij het oudpapier.
Een kat in nood maakt rare sprongen, en de kerkelijke kat is in nood omdat zij steeds meer ontdekt dat zij in de Nederlandse samenleving een volstrekt irrelevante plaats inneemt.2 De kerk reageert met een soort propjes schieten naar de buitenwereld in plaats van doelgericht te communiceren.
Mijn vrienden hebben in dit opzicht groot gelijk.
Bijbel
In de kerk kan men de bijbel niet meer authentiek en zonder vooroordelen lezen. Zelf heb ik daar ook grote moeite mee. Ik heb inmiddels duizenden preken gehoord en wanneer ik iets lees, is het bijna onmogelijk het gelezene los te koppelen van de interpretatie die mij ooit is voorgehouden.
Om de bijbel toch als nieuw te kunnen lezen besloot ik hem samen te lezen met wat vrienden die de tekst nog nooit hadden gezien. Dit bleek te werken.
Zij hielpen mij een beeld te krijgen van de bedoeling van de evangeliën in de meest essentiële zin. Na met één van deze vrienden Johannes gelezen te hebben zei hij: ”Ik het heb idee dat het enige dat Jezus wilde zeggen is: ’De weg die ik ben leidt naar het leven, je mag kiezen voor of tegen mij.’” De boodschap van Jezus bleek geen leer, geen gedragscode, en ook geen allesomvattend systeem over de wereld. Het evangelie bleek een persoon.
Verkeerde afslag
Onlangs werd ik geattendeerd op de regel in de bijbel die zegt dat de Geest waait waarheen hij wil, net als de wind. ”Je hoort hem wel, maar je weet niet waar hij vandaan komt of waar hij heen gaat.” (Joh. 3/8) Wat volgt is gericht aan de gelovigen: ”Zo is het ook met iedereen die geboren is uit de Geest.” Hier begint iets te dagen van de vrijheid die Paulus in Galaten bedoelt, of die hij beschrijft als hij spreekt over de leiding van de Geest (Rom. 8/14-17). De volgeling van Christus wordt uitgenodigd om op zijn unieke manier een leven met God in te richten. Daarvoor zijn geen vastomlijnde regels te geven aan de hand van formulieren of een catechismus.
Want regels en geboden doven de essentie van deze vrijheid uit.
Ik kan begrijpen dat mensen behoefte hebben om voor zichzelf een aantal regels te ontwerpen als ’op zondag gaan wij naar de kerk’ of ’de naam van de HEERE schrijven wij met drie E’s en hoofdletters.’ Ook kan ik mij voorstellen dat je er voor kiest om bepaalde dingen niet te doen. Maar zodra deze persoonlijke codes beschouwd worden als wetten die onder alle omstandigheden voor iedereen gelden, dan is er een verkeerde afslag genomen.3 Ik denk dat het christendom ooit die afslag heeft genomen en zo is het verworden tot een godsdienst van moeten en niet mogen. Mijn buitenkerkelijke vrienden laten mij dit haarscherp zien. Zij kunnen als geen ander de onechtheid van christenen ontrafelen. Daarom geef ik er de voorkeur aan dat mijn ’gemeenschap van gelovigen’ voor een deel bestaat uit ongelovigen. Van hen leer ik meer over de essentie van vertrouwen op God dan in welke christelijke gemeenschap ook.
Zacheüs
De reactie hier op van mensen uit de kerk is meestal: We weten dat er een hoop traditie, regels en formaliteit in onze kerken is, maar daar gaat het niet om. Ten diepste draait het ook bij ons om de vrijheid in Christus. Wellicht heeft men gelijk; alleen wie jong is of wie vanaf een randkerkelijke afstand naar de kerk kijkt, die ziet dat niet, omdat die essentie ondergesneeuwd is.
Het lijkt op het verhaal van Zacheüs (Luk. 19/1-10). Als Jezus naar Jericho komt, wil Zacheüs hem graag ontmoeten.
Maar er staan zoveel mensen om Jezus heen, dat de tollenaar hem niet bereiken kan. Ik zie om mij heen hetzelfde.
Mensen hebben geen probleem met Christus, maar er kleeft zo’n laag christendom aan hem dat hij niet meer te zien is zoals hij echt is.
Zacheüs zette door en klom in een boom, zodat hij Jezus als nog kon zien. Deze stap zetten velen vandaag niet. Het is te moeilijk geworden om Christus uit het christendom te ontrafelen.
Alternatief
Vele mensen die ik ontmoet, hebben geen probleem met Christus maar wel met het christendom. Waar moeten zij heen, als ze wel in het Kind willen geloven maar niet in het badwater dat de kerk er altijd bij aanbiedt? Om hen een plaats te bieden zijn er mensen nodig die met een vitaal vertrouwen in God de kerk verlaten. Mensen die God en de bijbel hebben leren kennen en nu in staat zijn om een weg te gaan waarvan het niet duidelijk is waar die hen brengen zal. Mensen die niet de ander uitnodigen om eens in de kerk te komen kijken, maar mensen die zich laten uitnodigen om midden in het gewone leven te staan.
Mensen die het risico durven aan te gaan het verhaal van Christus te laten zien zonder daar een kerk of christelijke groepering aan te verbinden. Dan kunnen zij deelnemen aan de geseculariseerde cultuur, deelnemen aan de verwarring van hun vrienden en tegelijkertijd een paraplu van hoop ophouden.
4) Zonder vooringenomenheid, zonder clichés en zonder simpele antwoorden.
Zo kunnen er nieuwe ’kerken’ ontstaan die niet gebaseerd zijn op traditie, formulieren en lidmaatschap, maar op vriendschap, vertrouwen en respect voor individuele verschillen.
Flexibele groepen die verbonden zijn door een fascinatie voor dezelfde God. Geloof groeit niet in de eerste plaats in de theologische discussie, maar in de ontmoeting van personen.5)
Lodewijk van Oord studeert geschiedenis aan de Universiteit Leiden.
Noten
1. Bijvoorbeeld in zijn recente column ”Avondgebed” in NRC handelsblad, 7 nov. 1998, 30.
2. Zie ook prof. dr. G. Dekker (’Kerk overschat zichzelf’) in Nederlands Dagblad, 6 nov. 1998, 2.
3. C.S. Lewis, Mere Christianity, Londen 1977, 73.
4. Henri Nouwen, The way of the heart, San Francisco 1981 (Ned. vert. De woestijn zal bloeien, Tielt 1994, 10).
5. Met dank aan Antoine Buyse en Paul Gill die sterk hebben bijgedragen aan het verbaliseren van deze gedachten.