Rondom de evangelieprediking (2)

1999-04-02
  • Jaargang 43
  • nummer 7
De inhoud van de prediking
Hebben we het gehad over de verantwoordelijkheid van de prediker, nu willen we onze aandacht richten op de inhoud van de prediking. Wij moeten ons daarbij niet laten leiden door allerlei menselijke wensen. Wij zullen moeten leren luisteren naar wat de HERE in zijn Woord daarover zegt. Hij heeft zijn eisen daarin geformuleerd. Het gaat daarin om de kern van de prediking.

Het kruis van Christus
Vooral het kruis van onze Heiland vormt het centrum van de verkondiging.
In zijn eerste brief aan de Corinthiërs heeft de apostel Paulus dit benadrukt. ,,Want het woord van het kruis is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht van God’’ (1 Cor. 1:18). Daar staat voor kracht een woord in de grondtekst waarvan onze woorden DYNAMIEK en DYNAMIET komen.
Dat woord van het kruis brengt de mensen in beweging naar God toe.
Wanneer dat niet gebeurt en de mensen zich daaraan stoten, verklaren zij, dat zij het als pure dwaasheid verwerpen.
Maar het is niet alleen een dynamiek, maar ook een stuk dynamiet. Het hele huis van eigengerechtigheid gaat de lucht in. Het wordt opgeblazen. Als het kruis uit de prediking wordt weggenomen, is de ergernis, de aanstoot voor de natuurlijke mens eruit weggehaald.
Dan kan iedereen zomaar de boodschap van het evangelie aanvaarden.
Want zo’n getuigenis van het evangelie ligt ’m. Dat ligt in zijn menselijke straatje. Maar het kruis en de getrouwe verkondiging daarvan staat volledig haaks op het hoogmoedige denken van de mens, die zonder God leeft.

De opstanding van Christus
En zo is het ook gesteld met de opstanding van de Here Jezus uit de doden. Wanneer de werkelijke Paaskracht aan de prediking gaat ontbreken, wordt ze tot een futloos geheel.
Wanneer het berichten van Christus’ victorie zoals Hij die op de dood bevochten en op de Paasdag aan het licht gebracht heeft wordt geëlimineerd, heeft de Woordbediening geen enkele zin meer. Dezelfde apostel der heidenen heeft dat in hoofdstuk 15 van zijn eerste brief aan de gemeente te Corinthe overduidelijk verwoord: ,,En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud en zonder inhoud is ook uw geloof’’ (vs. 14). Daar staat of valt dus de hele bediening der verzoening mee.
Die verrijzenis van de Here Jezus uit het graf kan niet bewezen worden, moet ook niet betoogd worden, maar dient slechts VERKONDIGD te worden!
Prediking zonder inhoud.
De mensen, die naar de preek luisteren en vervolgens het gehoorde beoordelen zeggen wel eens: ,,Die preek had geen inhoud.’’ Maar als dat tot op de bodem waar zou zijn, zou de gemeente erbij wegsterven. Want ten diepste is díe prediking alleen zonder inhoud, die de opstanding van Christus als heilsfeit loochent. Maar als de prediking in de werkelijke zin van het woord zonder inhoud is, is ook het geloof van zijn inhoud beroofd. Dan is het geloof een lege huls geworden.
Die huls kan je dan wel volproppen met allerlei menselijke ideeën en menselijke theorieën, maar het schriftuurlijke gehalte ontbreekt en daarmee is de zaak beslist.
Surrogaatgeloof heeft geen bestendig karakter!

Mysterie
Maar er is nog meer! Wanneer de opwekking van Christus uit de doden als essentieel gegeven uit de prediking verdwijnt, ebt ook het mysterie weg.
Want bij alle openbaring van Gods heerlijkheid in de verkondiging van het evangelie is er ook de beheersende factor van het geheimzinnige. Dat speelt vooral een rol als het draait om het Paasfeit, dat wij consequent, dat is a.h.w. met huid en haar te hebben te belijden. Het is en blijft een onbegrijpelijk wonder voor het menselijk verstand.
Niemand kan het verklaren, ook de knapste theoloog niet. Hij mag in die richting zelfs geen poging wagen.
Maar het geheimenis van het evangelie moet wél vrijmoedig bekendgemaakt worden (Ef. 6:19).
Dat wil zeggen: de prediker is in dat kader verplicht alles te zeggen, niet wat HIJ op zijn hart heeft, maar wat GOD op zijn hart heeft! Zo komt dan Gods eigen Woord ten volle tot zijn recht.
En daar gaat het immers om.

Rectificatie
Jammer, dat het eerste artikel van een korte reeks over de evangelieprediking in het nummer van 19 maart j.l, zó geplaatst is. Het gaat hier niet om een boekbespreking. En in het midden van de tweede kolom van pag. 114 is de zin: ,,De verantwoordelijkheid van de prediker’’ bedoeld als kopje boven het tweede gedeelte van het bewuste artikel.
O. Mooiweer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief