Vrouwelijke ambtsdragers en andere kerken

1998-06-26
  • Jaargang 42
  • nummer 13
Het ziet er buiten somber uit, ondanks de voorspelling dat het een zonnige en warme dag zal worden, als we vertrekken naar Doorn. En nog voor we Doorn bereiken breekt er een geweldige onweersbui los. „De God der ere dondert”, flitst het door me heen. Een voorteken of een waarschuwing voor de komende bespreking van belangrijke dingen aangaande de kerk? De ’zwaarste’ punten op de agenda zijn immers: vrouwen in alle ambten en onze relatie met de C.G. Kerken en G.V. Kerken, op deze 6e juni.

Rennend om zo droog mogelijk binnen te komen, kom ik de kerkzaal van Bartimeüshage binnen. We zijn verlaat door de bui, dus veel tijd voor een kop koffie en een sanitair bezoek is er niet. Het damestoilet gezocht. Als ik binnenkom zie ik tot m’n grote schrik mannen ’op hun beurt’ wachten. De verkeerde deur binnengestapt denk ik beschaamd, en wil ijlings weer vertrekken. Maar het blijkt dat niet ik, maar zij fout zitten en hoffelijk verwijderen ze zich, mij alleen latend, een tafereel dat zich die dag nog enkele keren zal herhalen.
Het is, na m’n laatste bezoek aan de een LV in 1988, het eerste teken dat er, ondanks het besluit van de vorige LV om vrouwen toe te laten tot het ambt van diaken nog maar weinig is veranderd. Niet één vrouwelijke afgevaardigde zie ik achter de vergadertafels.
En hoewel ik de overweging die misschien door velen is gemaakt ’geen ergernis geven aan die kerken die nog niet zo ver zijn’ wel begrijp, zie ik het toch als een gemiste kans. Al zal ook de aloude visie ’dat de Meerdere Vergadering’ bemand moet zijn door predikanten en ouderlingen hierbij nog wel een rol spelen, terwijl het AKS zo duidelijk hierin is: „afgevaardigden moeten stemgerechtigde leden zijn van de kerken”, wat in principe geldt voor elk belijdend lid... Het is een beetje een koude douche, omdat ik er toch min of meer van was uitgegaan dat ’het plaatje’ er na tien jaar kleuriger uit zou zien. Maar blijkbaar is de meerderheid nog steeds van mening dat „er wel gebruik gemaakt mag worden van de diensten van vrouwen (o.a. koffieschenken, briefjes uitdelen, en een verslag voor Opbouw schrijven), maar dat je hen geen status moet geven”. Een uitspraak van één der afgevaardigden op die LV in 1988, die me tot nu toe is bijgebleven.

Vrouwelijke ambtsdragers
Als de vergadering begint is het onweer bijna voorbij, al blijft het door dat onweer nog even behelpen met de geluidsinstallatie. Snel en vaardig loodst de voorzitter de vergadering door de bekende punten van opening, agenda en verslagen van de vorige vergaderingen heen, om te komen bij het eerste ’zware punt’, het voorstel van de kerk van Arnhem, betreffende: vrouwelijke ambtsdragers, in de breedste zin van het woord.
Naast een goed studierapport van deze kerk ligt er namens de Regio Arnhem een tweeledig voorstel ter tafel: – De LV spreekt uit het roepen van zusters der gemeente tot de ambten in de vrijheid van de kerken te laten, zoals met betrekking tot het diakenambt reeds het geval is. – Indien voor een dergelijke uitspraak nadere studie vereist is stelt de LV van 1998 een commissie in die besluitvorming op de volgende LV zal voorbereiden.
Een aantal broeders neemt/krijgt het woord en geven hierop hun visie. En er komen een aantal amendementen binnen alvorens de voorzitter het voorstel in stemming kan brengen. Opgemerkt wordt onder meer, dat vrouwelijke ouderling nog wel iets is dat plaatselijk beslist kan worden, maar dat dit voor vrouwelijke predikanten veel moeilijker ligt omdat dat iets is van alle kerken. Na de eerste stemming blijkt dat het eerste voorstel van Arnhem met grote meerderheid wordt verworpen, maar het instellen van een commissie die de besluitvorming voor de volgende LV moet voorbereiden krijgt een ruime meerderheid. Daarnaast wordt met grote meerderheid besloten dat: de commissie alle kerken uitnodigt om hun reacties op de stellingname in het rapport van Arnhem de plaatselijke kerken toe te sturen, opdat deze in het werk van de commissie kunnen worden meegenomen. Dat betekent dat er plaatselijk in de komende tijd weer stof tot spreken is. Bovendien: op voorstel van br. Van Rheenen uit Utrecht wordt besloten de Chr. Geref. en de Geref. Vrijgem.
Synodes uit te nodigen om door middel van een commissie of werkgroep samen met ons het vraagstuk van de vrouwelijke ambtsdragers (met name ouderlingen en predikanten) te bestuderen.

Beroepingswerk en een gast uit Japan
Hierna volgt er een discussie over het voorstel van de kerk van Rijsbergen om te komen tot het instellen van een ’Landelijk Bureau voor Beroepingswerk’. Sommige van de afgevaardigden zien het nut van zo’n bureau wel, anderen vinden dat het systeem van beroepen zoals we dat kennen uitstekend functioneert. Tevens is er een voorstel om te komen tot het aanstellen van een vertrouwenspersoon. Maar geen van de beide voorstellen krijgt een meerderheid bij stemming. Omwille van de tijd worden een aantal agendapunten voorlopig opgeschort en geeft de voorzitter het woord aan ds. Yasunori Ichikwa van de Reformed Church of Japan, die deze dag op bezoek is bij de LV.
De voorzitter bedankt hem en er wordt afgesproken dat er een korte weergave van zijn in het engels gehouden toespraak in de notulen zal worden opgenomen. Hierna wordt het ochtenddeel van de vergadering gesloten en begeven de afgevaardigden zich naar de eetzaal, waar de warme maaltijd wacht.

Samenspreking en Contact
Buiten is het inmiddels zonnig en heerlijk warm geworden en er moet door de scriba enige keren gefloten worden voor iedereen weer bereid is om verder te vergaderen. Misschien wel mede doordat nu het punt ’Samenspreking met andere kerken’ op de agenda staat. Als eerste geeft de voorzitter nu het woord aan broeder C. van de Kerk, afgevaardigde van de Regio Schiedam, die een dringend appèl doet op de vergadering, nu de contacten met de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (GKV) muurvast dreigen te lopen, om te komen tot: een verootmoediging voor onze God, een vragen om wijsheid van Gods Geest en een appèl op de broeders en zusters in de CGKerken en GVKerken. Hiertoe heeft hij een concept ingediend. Als enige mogelijkheid om uit de impasse te komen ziet hij de weg van het Hoger Beroep. Vanuit de vergadering wordt meerdere malen gevraagd: wat is dan onze concrete schuld?, maar broeder van de Kerk wil dat niet gaan ontleden en is van mening dat ieder voor zich het zondig zijn en het falen maar moet inkleuren. Ook wij hebben aandeel in het mislukken en moeten ons voor God verantwoorden over ons aandeel, aldus broeder Van de Kerk. Zijn brief is bedoeld als cri de coeur. Het moderamen belooft broeder van de Kerk er iets van mee te nemen in de brief aan de beide synodes. Dan volgt er de nodige discussie over het moderamen voorstel, en enkele amendementen betreffende ’Besluit inzake contacten met de CGKerken en GVKerken’.
Hier en daar wordt ondertussen een middagslaapje gedaan, anderen zie je vechten tegen de slaap. Blijkbaar vraagt de warme maaltijd zijn tol. En ook één van de aanwezige journalisten knapt een uiltje. De concentratie neemt duidelijk af en bij de stemming over een aantal amendementen is er soms enige verwarring en moeten ’de koppen’ opnieuw geteld worden. Maar hierdoor komt iedereen ook weer een beetje ’bij de les’, daar er gestemd wordt door middel van zitten en opstaan. En zo wordt na enige wijzigingen via amendementen het voorstel van het moderamen aangenomen. Een voorstel waarin van NG-zijde een dringend appèl wordt gedaan op zowel de CGKerken als de GVKerken om de contacten niet te verbreken; om de contacten die er plaatselijk zijn niet te belemmeren; om samen te zoeken naar andere wegen om elkaar te kunnen helpen op basis van verbondenheid als gemeenten van Christus. En nogmaals benadrukt de vergadering dat de Nederlands Gereformeerde Kerken, zoals ook uitgedrukt in de Preambule van het AKS, haar eenheid en de grond voor haar samengaan vinden in het belijden van de Waarheid van de Heilige Schrift, zoals in de drie Formulieren van Enigheid is uitgedrukt, en dat zij op deze basis aanspreekbaar zijn. Aan de ene kant merk je de blijvende teleurstelling bij sommige afgevaardigden over de vastgelopen contacten en bij anderen zie je ’hoe de rug gerecht wordt’.
Ondanks de duur van de vergadering, en het regelmatig op het horloge kijken van een aantal afgevaardigden, besluit de voorzitter toch nog een aantal punten uit de morgenvergadering te bespreken. Reeds ingepakte stukken moeten weer te voorschijn worden gehaald door sommigen, anderen luisteren slechts nog. Maar verder dan het bespreken van het punt ’Emeritaatsvoorziening zendelingen’ komt de vergadering niet meer. Om kwart over vier sluit ds. Biewenga de vergadering met dankgebed en voorbeden en zingt het eenstemmige ’mannenkoor’ tot slot Gezang 39:2, 4 en 9.
Buiten is het zonnig en warm als we Doorn verlaten. Maar eenmaal in de polder aangekomen zien we hoe donkere wolken zich weer samenpakken. We rijden duidelijk voor de bui uit en komen droog en onbeschadigd thuis.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief