Terloops

1999-04-02
  • Jaargang 43
  • nummer 7
Liefde tot de naaste
Er wordt veel gesproken over medemenselijkheid.
Dat is goed, wanneer de liefde tot de naaste niet los wordt gemaakt van de liefde tot God. Het omgekeerde komt ook voor. Uit reactie op allerlei humanistisch gepraat wordt de echte medemenselijkheid vaak uit het oog verloren. We zingen met Psalm 133, dat waar liefde woont de Heer Zijn zegen gebiedt, maar in de praktijk stellen we vaak Gods recht tegenover Gods liefde en het gevolg daarvan is, dat gedaan wordt alsof Gods recht en Gods liefde tegenstrijdige zaken zijn en gemakkelijk kan dan de conclusie worden getrokken, dat in de kerk natuurlijk Gods liefde zijn plaats moet hebben, maar dat vooral ook Gods recht duidelijk moet zijn. Gevolg is, dat bij verschillen van mening vaak over recht wordt gesproken (Gods recht en eigen recht worden dan gemakkelijk op één lijn gezet), terwijl de naastenliefde gemakkelijk gaat ontbreken.
Over Gods gerechtigheid wordt gesproken in Romeinen 3:21 e.v. Paulus zegt: „Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden...” Buiten de wet om, zonder dat van onze kant die wet is gehouden, maakt God Zijn rechtvaardigheid openbaar.
Hoe kan dat? Paulus laat er geen misverstand over bestaan: „Gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus...” Gods gerechtigheid werd openbaar in Zijn Zoon. Die gerechtigheid moeten we zien tegen de achtergrond Gods Verbond en dat is een Verbond van genade. Gods gerechtigheid is Zijn heil (Jesaja 54:4,5).
Er is geen tegenstelling tussen Gods recht en Gods liefde. Niet voor niets staat in de bijbel, dat de hele wet is samen te vatten: „Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Galaten 5:14).
We moeten Gods deugden dus niet tegen elkaar gaan uitspelen, alsof ze los van elkaar gezien moeten worden. Gods liefde voor zondaren en goddelozen, Zijn barmhartigheid voor armen en verdrukten zullen gezien moeten worden in en door onze medemenselijkheid.
Wanneer de liefde tot de ander verdwijnen gaat en dat kan heel gemakkelijk bij een meningsverschil, moeten we maar denken aan wat Johannes schrijft in zijn eerste brief (3:15): Een ieder, die de ander niet liefheeft, is een mensenmoorder...
Het gebod van de naastenliefde is een zwaar gebod.
P.C. van Wijk, Zaltbommel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief