Persschouw
1999-04-02
Doopzekerheden- Jaargang 43
- nummer 7
,,Maar hij is gedoopt. Daar houd ik me maar aan vast...’’ Met die mooie woorden wordt de geestelijke realiteit van menig dwalende ongelovige verdoezeld.
Wat heeft die doop dan bewerkt?
Interesse in God heeft het blijkbaar (nog) niet teweeg gebracht. Wat dan wel? Welke doop-zegen geldt voor hem?
Menig gesprek wordt uitgesteld of nooit gevoerd, vanuit de valse hoop dat de doop tegen alle klaarblijkelijkheid in een geheime sleutel voor de hemel is. Is dat ooit de bedoeling van de doop geweest? Is er enig bijbels argument voor te vinden?
God zegent mensen. Maar zegeningen zijn van tijdelijke aard, en niet cumulatief. Ze werken niet automatisch.
Ze hebben geen effect tegen het geloof en het gedrag van de betrokkenen in.
De doop biedt geen ingestorte zegen, noch enige garantie voor de eeuwigheid.
Het is een getuigenis van Gods wil om te redden. Het toont het geloof van de ouders. Het is een belofte van een christelijke opvoeding. Het is de belofte van de gemeente de dopeling op de goede weg te leiden. Maar geen garantie van godswege voor het behoud. Net zo min als de besnijdenis in het Oude Verbond ook maar iets van dien aard garandeerde.
,,Hij is gedoopt...”} zegt de ouderling.
Hij doet alsof er ’dus’ geen reden is voor zorg. Juist, hij doet ’alsof’. De dominee, de ouders, de vrienden zingen hetzelfde liedje. Zo wordt de weg naar de hel geplaveid met loze beloften.
Alsof er geen ramp gebeurt, als iemand het geloof naast zich neerlegt.
En een nog grotere ramp dreigt. Wie kan daar rustig onder blijven?
In het geestelijke leven bestaan geen automatismen. In elke generatie ontbrandt opnieuw de strijd om de ziel van de mens. Een strijd op leven en dood, tussen Licht en duisternis. Wij hebben daar een aandeel in. ,,Red hen die ten dode gegrepen zijn, wend u niet af van hen die ter slachting wankelen. Wanneer gij zegt: Zie, wij wisten dit niet – zal Hij, die de harten doorzoekt, dit niet merken?’’ (Spreuken 24:11,12) Dit artikel, dat wij knipten uit het ’GEZAMENLIJK KERKBLAD’, is van de hand van de bekende ds. Bram Krol. Bij alle goede dingen, die daarin gezegd worden, vertoont het toch een groot hiaat. Inderdaad kan men op een verkeerde wijze met zijn doop omgaan.
Wie denkt, dat het uiteindelijk allemaal wel goed zal komen hoe hij ook leeft vergist zich. Het verbond van God met de mens heeft totaal niets met automatisme te maken. Laten we dat goed vasthouden! De doop vraagt geloof!
Maar er is toch ook iets anders. De belofte van de HERE geldt niet alleen hen, die die belofte beamen, maar ook hen, die later hun doop niet achten.
Calvijn gebruikt in dit verband het beeld van de zon. Er is maar één zon.
Die zon zendt naar haar aard en wezen licht en warmte naar de aarde en de mensen op die aarde. Maar het uiteindelijke effect is verschillend. Een blinde ziet niets al is de zon ook nog zo helder.
Voor de één werkt het zonnelicht en de zonnewarmte genezing. Bij een ander echter verblindt het en verbrandt het. Maar dat effect verandert aan het zonlicht en de zonnewarmte niets.
M.a.w. de doop is niet afhankelijk van de gesteldheid van hen aan wie ze wordt toegediend. In de doop verzegelt God zijn belofte. Daarop mogen gelovige ouders appelleren ook wanneer hun kinderen los van de Here en zijn kerk een eigen weg gaan. ,,Die doop is geen rustgrond, geen zandgrond, maar een pleitgrond’’.
(J.H. Velema). In het verbond der genade is God de Eerste en de Laatste.
Dat biedt rust en vertroosting!
O. Mooiweer, Enschede